'DEnK_A@N_JeZeLF'' VerZorging,VoeDing,ZiekTen,enZ'

Communities

ZeelandNet

'DEnK_A@N_JeZeLF'' VerZorging,VoeDing,ZiekTen,enZ'

eeN CoMMuNiTy MeT VaNaLLeS oVeR Je GeZoNDHeiD

349.007 bezoekers 80 leden Log in

4. Kanker 1.~ Algemeen


    

 

Kanker

 

 

Ieder mens loopt een bepaald risico om gedurende zijn leven kanker te krijgen. Er zijn meer dan honderd verschillende soorten kanker met elk een verschillende ontstaanswijze. Sommige komen meer voor dan andere. Er kunnen verschillende soorten kanker in één familie voorkomen. Die hebben meestal niets met elkaar te maken.

Mensen die met kanker geconfronteerd worden gaan meestal door een crisis: hun wereld en leven verandert indringend en veelal dramatische wijze. Iedere persoon beleeft het ziekzijn en de gevolgen ervan op een eigen manier. Maar algemeen geldt dat alles wat vanzelfsprekend was, dat niet langer meer is.

Verbijstering, paniek, verdriet, machteloos, angst, woede en het zoeken naar zingeving zijn hierbij normale reacties.

Ongeacht aard en prognose wordt kanker vaak met aftakeling en dood geassocieerd. Die confrontatie met de eindigheid van het bestaan kan bij mensen veel angst teweeg brengen en ook veel vragen over hun leven doen oproepen.

 

 

Hoe kom je nou aan kanker?

 

Meestal is kanker het gevolg van een samenloop van omstandigheden. Soms zijn er geen oorzaken aan te wijzen. Toeval speelt dan een rol bij het ontstaan ervan. Iemand die altijd gezond heeft geleefd, kan tóch kanker krijgen. En andersom, iemand die altijd heeft gerookt, kan oud worden zónder kanker te krijgen.

Soms heeft iemand aanleg om een bepaald soort kanker te krijgen, doordat hij al bij zijn geboorte een verandering in zijn erfelijke materiaal (DNA) heeft meegekregen. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken, dat bepaalde leefgewoonten en/of -omstandigheden het risico op een aantal soorten kanker vergroten. Men noemt die gewoonten en omstandigheden risicofactoren.

De afgelopen tientallen jaren heeft wetenschappelijk onderzoek aangetoond dat er een verband is is tussen het ontstaan van kanker en ons eigen gedrag. Bij ongeveer 50 tot 70% van de mensen die aan kanker overlijden, heeft een ongezonde leefstijl een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan van de ziekte.

Met een gezonde leefstijl kun je zelf veel doen om het risico op kanker te beperken. Maar een manier van leven die kanker gegarandeerd voorkómt, is er helaas niet. Vaak is kanker het gevolg van een samenloop van omstandigheden.

Bij driekwart van de mensen die aan kanker overlijden, hebben hun leefgewoonten een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan van de ziekte. Risicofactoren zijn bijvoorbeeld: jarenlang roken, bepaalde voedingsgewoonten en overmatig alcohol drinken. Maar ook: werken met kankerverwekkende stoffen, zoals asbest. Daarnaast weten we ook dat straling (bijvoorbeeld uit zonlicht) en bepaalde virussen risicofactoren zijn. De meeste factoren beïnvloeden het risico op kanker pas bij langdurig blootstelling. Een risicofactor voor de
ene soort kanker hoeft dat niet te zijn voor een andere soort.

 

 

Hoe onstaat kanker?

Ons lichaam is opgebouwd uit miljarden cellen. Voortdurend worden nieuwe cellen gevormd om te kunnen groeien en om beschadigde en verouderde cellen te vervangen. Cellen ontstaan door middel van celdeling: uit 1 cel ontstaan 2 nieuwe cellen, die zich op hun beurt ook weer delen, ect. De celdeling wordt goed geregeld en gecontroleerd door erfelijk materiaal (DNA) dat in vrijwel elke cel zit.

Tijdens het leven staan onze lichaamscellen bloot aan allerlei schadelijke invloeden. Als er schade optreedt, kan deze meestal worden hersteld. Een cel kan in de loop der tijd echter onherstelbaar beschadigd raken. Daardoor kan ook het erfelijk materiaal veranderen, met als gevolg dat deling, groei en ontwikkeling van zo'n cel ontregeld raakt. Dit leidt vervolgens
tot overmatige celdeling, waardoor een gezwel of tumor ontstaat.

 

 

Goedaardig

Een tumor kan goed- of kwaadaardig zijn. Alleen bij kwaadaardige (maligne) tumoren spreken we van kanker. Goedaardige (benigne) tumoren zijn meestal goed afgegrensd: ze groeien niet door andere weefsels heen en verspreiden zich niet door het lichaam. Wél
kan zo'n tumor tegen omliggende weefsels of organen drukken. Dit kan zo hinderlijk zijn, dat de tumor verwijderd moet worden.

 

 

Kwaadaardig

Bij kwaadaardige tumoren zijn bepaalde mechanismen in de cellen dermate beschadigd, dat het lichaam de celdeling niet meer onder controle krijgt. Een kwaadaardig gezwel drukt niet alleen omliggende weefsels of organen opzij, maar kan er ook in binnen groeien. Cellen van zo'n tumor kunnen bovendien losraken en zich naar andere plaatsen in het lichaam verspreiden. Daar kunnen ze nieuwe tumoren vormen. Dit zijn uitzaaiingen (metastasen).


 

 

Kanker in de familie

Kanker is een veelvoorkomende ziekte in ons land. Alleen al door toeval kan in de ene familie meer kanker voorkomen dan in de andere. Wanneer kanker bij meer leden uit één familie voorkomt, denkt men al snel aan erfelijkheid: 'het zit in de familie'. Hierbij is het van belang te weten of het gaat om eenzelfde of om verschillende soorten kanker. Gaat het in één familie om verschillende soorten kanker, dan is er meestal géén sprake van erfelijke aanleg.

Gaat het om één soort kanker die vaker voorkomt, dan kan dat omdat een familie er, in opeenvolgende generaties, bepaalde kankerbevorderende leefgewoonten op nahoudt. Zo zal in een familie met veel rokers een grotere kans bestaan op longkanker dan in een familie waar niet of nauwelijks wordt gerookt.

Het is ook mogelijk dat iemand door lichamelijke eigenschappen gevoelig is voor risicofactoren. Zo lopen mensen in een familie met een lichte huid meer risico op huidkanker door te veel zon, dan mensen die van nature een donkere huid hebben. We noemen dit familiaire kanker.

 

 

Erfelijkheid en kanker

Als er wél sprake is van erfelijkheid gaat het meestal om één bepaalde soort kanker, soms om een combinatie van bepaalde soorten die in opeenvolgende generaties voorkomen. Dit is het geval bij ongeveer 5% van alle mensen met kanker. De erfelijke aanleg voor een brpaalde soort kanker kan van ouder op kind worden doorgegeven (overerving). We noemen dit erfelijke kanker. Erfelijke kanker wordt meestal op jongere leeftijd ontdekt dan niet-erfelijke kanker: vaak vóór het vijftigste jaar.

Bortskanker, eierstokkanker, dikke darmkanker en prostaatkanker zijn voorbeelden van soorten kanker waarvan we inmiddels weten dat erfelijkheid een rol kan spelen bij het ontstaan ervan.

 

 

Hoe ontstaat erfelijke aanleg?

Ons lichaam is opgebouwd uit kleine levende eenheden die we cellen noemen. Elke cel heeft een kern waarin zich 46 chromosomen bevinden, die samen 23 chromosomenparen vormen. Van een chromosomenpaar is steeds één chromosoom afkomstig van de moeder en het andere van de vader. Beide chromosomen bevatten dezelfde soort erfelijke informatie, waardoor deze in principe in ieder mens dubbel aanwezig is.

Chromosomen bestaan voor een groot gedeelte uit DNA. DNA bevat al onze erfelijke informatie. Het heeft een structuur die men zich kan voorstellen als een lange dubbelde keten van verschillende bouwstenen. De volgorde hiervan - de erfelijke code - is bepalend voor de bouw en eigenschappen van ons lichaam.

DNA is onderverdeeld in genen. Een gen is een stukje DNA en bevat informatie over een bepaalde erfelijke eigenschap. Genen geven aan een lichaamscel informatie over welke taken die cel moet uitvoeren. Zo zijn er genen verantwoordelijk voor de bloedgroep of voor de kleur van de ogen. Ook zijn er genen die ervoor zorgen dat cellen ophouden met delen.

In een gen kan een kleine verandering optreden. Dit heet een mutatie. Dit kan tijdens het leven gebeuren bij de normale celdeling en door invloeden van buitenaf. Wanneer verscheidene mutaties optreden, kan kanker ontstaan.

---Iemand kan ook reeds bij zijn geboorte mutaties in zijn erfelijk materiaal hebben. Deze persoon heeft dan aanleg voor een aandoening. Hij of zij wordt dan ook wel risicodrager of kortweg drager genoemd. Het veranderende gen kan worden doorgegeven aan een volgende generatie. Er is sprake van erfelijkheid.---

 

 

Patroon van overerving

De erfelijke aanleg voor borst- en eierstokkanker kan worden doorgegeven aan de volgende generatie. Deze overerving verloopt volgens een bepaald patroon: het autosomaal dominante patroon. Autosomaal wil zeggen dat de overerving niet aan geslacht is gebonden: zonen en dochters lopen dus gelijke kansen de genmutatie te erven. Dominant wil zeggen dat het hebben van één veranderd gen voldoende is om borstkanker en/of eierstokkanker te veroorzaken. Zowel vrouwen als mannen die de genmutatie hebben, kunnen de aanleg voor erfelijke borstkanker of eierstokkanker doorgeven aan hun kinderen.

 

Ook is het zo dat in het algemeen geldt dat iemand die
drager is, niet altijd de ziekte krijgt. De kans dat iemand
met de aanleg voor erfelijk kanker werkelijk ziek word,
kan verschillen. Dit kan per soort erfelijke kanker verschil-
len, maar ook tussen families. Soms krijgen personen met
een veranderd gen dus geen kanker. Hoe dit precies zit, is
nog niet helemaal duidelijk. Dit zou te maken kunnen
hebben met beschermende factoren of omgevingsfactoren.

 

 

Deel 1...

Omhoog