'DEnK_A@N_JeZeLF'' VerZorging,VoeDing,ZiekTen,enZ'

Communities

ZeelandNet

'DEnK_A@N_JeZeLF'' VerZorging,VoeDing,ZiekTen,enZ'

eeN CoMMuNiTy MeT VaNaLLeS oVeR Je GeZoNDHeiD

349.746 bezoekers 80 leden Log in

4. Kanker ~ borst- en eierstok


    

 

Borst- en eierstokkanker

 

 

 

 

 

Borstkanker is een veelvoorkomende soort kanker. Daarom zal het meestal op toeval berusten wanneer deze ziekte vaker voorkomt binnen één familie. Soms speelt erfelijkheid wel een rol bij het ontstaan ervan.
Cica 5 - 10% van alle patiënten met bostkanker heeft de ziekte gekregen door erfelijke aanleg. In sommige families treft men naast vrouwen met (erfelijke) borstkanker ook vrouwen met eierstokkanker aan.

 

 

 

 

Kenmerken die kunnen wijzen op erfelijke borst- en eierstokkanker

 

Erfelijke kanker onderscheidt zich op een aantal punten van niet-erfelijke kanker.


 

Bij erfelijke borst- en eierstokkanker:


-Wordt de ziekte doorgaans op relatief jonge leeftijd vastgesteld: meestal vóór het 50e jaar.


-Zijn er verscheidene familieleden (bloedverwanten) in verschillende generaties die borstkanker en/of eierstokkanker hebben (gehad).


-Komt vaker een tumor in beide borsten voor dan bij niet-erfelijke borstkanker.


-Kunnen verscheidene tumoren in één borst voorkomen.


_Is in bepaalde families de kans op borstkanker bij mannen iets verhoogd.

 

 

 

 

Erfelijke genverandering

Van erfelijke borst- en eierstokkanker is deels bekend op welke genen de erfelijke veranderingen zich kunnen bevinden. Het gaat hierbij om het BRCA1- en het BRCA2-gen. BRCA staat voor BReast CAncer (Engels voor borstkanker). Deze erfelijke genverandering zorgen voor het verhoogde risico op borstkanker. In families met een BRCA1-genmutatie bestaat daarnaast een verhoogde kans op eierstokkanker.

Borstkanker komt in het algemeen zelden voor bij mannen (circa 60 nieuwe patiënten met jaar). Mannen die drager zijn van de erfelijke veranderingen op het BRCA2-gen lopen wel iets groter risico om borstkanker te ontwikkelen dan mannen die deze erfelijke aanleg niet hebben.

 

 Bij circa 25% van de families waar erfelijke borst- en eierstokkanker vermoed wordt, is een genmutatie aan te tonen. In de overige families is geen erfelijke genverandering te vinden. Dit komt onder andere omdat op dit moment nog niet alle genen die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van erfelijke borts- en eierstokkanker bekand zijn.

 

 

 

 

Overerving en risico

Mensen met erfelijke aanleg voor borst- en eierstokkanker kunnen die aanleg doorgeven aan hun kinderen. Elk kind heeft 50% kans om de aanleg te erven. De kans om de aanleg niet te erven is dus ook 50%.
Mensen die de aanleg niet hebben, kunnen deze ook niet doorgeven aan hun kinderen. Zijzelf, en hun eventuele kinderen, hebben geen verhoogd risico op borstkanker en/of eierstokkanker.
Vrouwen die de aanleg wel hebben geërfd, hebben ongeveer 50 tot 85% kans om gedurende hun leven borstkanker te krijgen. Bij mannen met een mutatie op het BRCA2-gen ligt dit risico rond de 6%. De kans op eierstokkanker bij vrouwen is 40-60% bij een verandering op het BRCA1-gen en 15-20% bij een BRCA2-genverandering.

 

 

 

 

Erfelijkheidsonderzoek

Met behulp van erfelijkheidsonderzoek worden nagegaan of er in uw familie erfelijke borst- en eierstokkanker voorkomt. Deskundigen maken desgewenst een inschatting welke familieleden risico lopen en welke niet. Vervolgens geeft men aan welke eventuele voorzorgsmaatregelen degenen met de erfelijke aanleg kunnen nemen.

 

 

 

 

Is borst- en eierstokkanker in mijn familie erfelijk?

Wanneer u borstkanker en/of eierstokkanker heeft - of dit komt in uw familie veel op jonge leeftijd voor - en u wilt weten of er sprake is van erfelijkheid, hoe komt u daar dan achter?
Zoals eerder al gezegd, gaat het bij erfelijke kanker vrijwel altijd om één bepaalde soort kanker,  in dit geval borstkanker. Soms kan het om een specifieke combinatie van soorten kanker gaan: bij erfelijke borstkanker betreft het de combinatie met eierstokken. Daarnaast wordt erfelijke borst- en eierstokken meestal op relatief jonge leeftijd ontdekt, vaak vóór het 50e jaar.
Als u erfelijke aanleg voor borstkanker en/of eierstokkanker in uw familie vermoedt, bespreek dat dan met uw huisarts of specialist. Vraag of onderzoek mogelijk en zinvol is. Voor een bezoek aan één van de klinisch Genetische Centra of Poliklinieken Erfelijke Tumoren heeft heeft u een verwijskaart van uw huisarts nodig.

 

 

 

 

Stamboomonderzoek

Het is meestal nodig de ziektegeschiedenis van de familie in kaart te brengen om na te gaan of erfelijke aanleg een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van borstkanker en/of eierstokkanker. Zo kan een inschatting gemaakt worden wie van de familieleden hierop risico lopen. Van minstens twee, maar het liefst drie generaties zijn gegevens over het voorkomen van kanker nodig. Met behulp van informatie over familieleden die kanker hebben (gehad) - namelijk over de soorten kanker en de leeftijd bij diagnose - is een zogeheten 'medische stamboom' samen te stellen.
Stamboomonderzoek is niet eenvoudig en soms onuitvoerbaar vanwege het ontbreken van gegevens.

 

 

 

 

Het zit in de familie, maar is het ook erfelijk?

Bij ongeveer 15% van de mensen die borstkanker hebben (gehad), komt de ziekte voor bij één of meer familieleden. Bij 5-10% van die groep blijkt het om de erfelijke vorm te gaan. Om op basis van stamboomonderzoek erfelijke borst- en eierstokkanker vast te stellen, moet worden voldaan aan internationale criteria:

- Er is borstkanker en/of eierstokkanker aangetoond bij ten minste drie directe verwanten in ten minste twee opeenvolgende generaties (bijvoorbeeld: een vrouw, haar zus en haar dochter of twee zussen en hun tante van vaders kant).

- Ten minste één van de drie patiënten was bij het stellen van de diagnose jonger dan 50 jaar.

 

 

 

 

Controle

Wanneer blijkt dat iemand aanleg heeft voor deze kanker, kunnen er voorzorgsmaatregelen worden getroffen.

Controle-onderzoek is bedoeld om borstkanker of eierstokkanker in een vroeg mogelijk stadium op te sporen en te behandelen. Deze regelmatige controle geeft echter geen garantie op vroegtijdige ontdekking. Als bij de controle bijzonderheden worden gevonden, volgt nader onderzoek.

 

Controle van de borsten - Vrouwen die voor controle-
onderzoek in aanmerking komen, krijgen het advies de
borsten regelmatig te laten onderzoeken. Dat onderzoek
start doorgaans vanaf 25 jaar. De controle bestaat uit een
jaarlijkse röntgenfoto van beide borsten (mammografie)
en een halfjaarlijks borstonderzoek door een arts. Verder
wordt vrouwen geadviseerd om maandelijks borstzelfon-
derzoek te doen.
Voor mannen die gendrager zijn, is het eveneens verstan-
dig om maandelijks borstzelfonderzoek te doen.

 

Controle van de eierstokken - Vrouwen die in aanmer-
king komen voor controle-onderzoek, krijgen het advies
de eierstokken regelmatig te laten onderzoeken. Dat
onderzoek start doorgaans vanaf 35 jaar. De controle
bestaat uit een jaarlijks gynaecologisch onderzoek, een
vaginale echografie van de eierstokken en een bloed-
onderzoek. Deze onderzoeken kunnen ook geadviseerd
worden aan vrouwen die erfelijke borstkanker hebben
(gehad).

 

 

 

Omhoog