schrijver, dichter, columnist

Communities

ZeelandNet

schrijver, dichter, columnist

THEO RAATS

3.054 bezoekers 3 leden Log in

Kunst van toen


Kunst van toen
 
Zo rond het begin van de jaren zestig begon in Zeeland de teelt van Nederwiet op gang te komen. Erg populair was het nog niet omdat het spul wemelde van de zaadjes die knapperden en klapten zodra je het rookte en bovendien had je aan die zaadjes niet zoveel. Je kon niet zien of er vrouwelijke of mannelijke planten uit groeiden. De mensen die ik kende en die met grote regelmaat kosmische ervaringen opdeden zweerden toch over het algemeen bij blokjes hasj, die per gram werden aangeboden. Het nadeel daarvan was weer dat je aan die hasj nooit kon zien of er wel of niet kamelenstront doorheen gemengd was.
Een van die mensen was Jurre. Ergens diep in een van de polders in de buurt van Lewedorp had hij een piepklein huisje gehuurd en zat daar kunstenaar te wezen. Hoofdzakelijk conceptueel. Hij had daar zo zijn theorieën over. Zijn werkzame leven speelde zich voornamelijk af in de nacht, omdat zijn creativiteit dan niet werd verstoord door domme boeren die zo nodig rond zijn huisje moesten ploegen.
Stilte. Dat had hij nodig.
Zijn scheppingsdrang bestond grotendeels uit het leegknijpen van enkele tubes verf op een palet, waarna hij de klodders mengde met ideeën en gedachten die hem toevielen tijdens de nachtelijke uren. Die laatste ingrediënten werkte hij dan uit in de kroeg waar hij met bevriende vakbroeders het Hogere in de kunst besprak. Zaken, waar wij geen weet van hadden omdat die nu eenmaal uitsluitend voorbehouden waren aan de echte connaisseur.
De verf droogde op en die gooide hij weg. Het ging om conceptie. Jurre kwam uit Den Haag en wist wel hoe je een joint bouwde. Nepal, Afghanistan, rooie Libanon. Hij kende hun eigenschappen en eigenaardigheden. Zijn werk kenmerkte zich door verdieping die hij verkreeg met behulp van deze en andere geestverruimende middelen. Alles had een betekenis. Zijn obsessieve gedrevenheid uitte zich in het zoeken naar wegen die anderen verwaarloosden. Krachten die hun nut nog moesten bewijzen. De Zin van het Niets, vergelijkbaar met de witregels in een boek. Hij benadrukte de waarde van die betekenis nog eens extra, door de ruimtes die hij formaliseerde in zijn wereld van kosmische expressie. Door daarbij tevens gebruik te maken van buitenzintuiglijke waarnemingen op micro niveau, werkte hij zodoende aan de meest ultieme vorm van minimal art. Ook schuwde hij de toepassing van informele materialen niet, waardoor zijn werk jammer genoeg vooral op de leek nogal eens rommelig overkwam. Maar dat was, ruwweg gezegd, niet zijn grootste zorg.
Iedere drie maanden moest hij werk inleveren bij de BKR, de regeling voor kunstenaars, waar een commissie het werk beoordeelde en besliste over de aankoop ervan. De gedachte er achter was dat kunstenaars op die manier werden gestimuleerd om kunst te maken om in hun onderhoud te voorzien. Het was de bedoeling dat het ingeleverde werk in overheidsgebouwen kwam te hangen.
Jurre leefde er twee maanden en drie weken lekker van. Pas als de fatale datum naderde kwam hij in actie. Hij klodderde in dikke lagen een aantal doekjes vol met een zo goedkoop mogelijk verfje en verwerkte in die prut plastic poppetjes met verbaasde gezichtjes. Of zij er wat aan konden doen dat hij geschift was. Die leverde hij dan in, vaak nog nat. En ontstak dan in een razende woede als zijn werk werd afgewezen.
Na een vlammend protest, waarvoor hij zich persoonlijk per fiets naar Middelburg spoedde om de commissie de huid vol te schelden kreeg hij het meestal voor elkaar dat de voor hem ongunstige beslissing werd teruggedraaid. De doekjes met plastic prutpoppetjes verdwenen in de kelders bij de rest van de rommel waar geen zinnig mens raad mee wist.
Kunstterroristen, noemde Jurre de commissieleden. Achterlijke Zeeuwen met bewustzijnsvernauwing die meenden dat kunst toegankelijk moest zijn voor iedere Jan Lul. Dat gold, volgens hem, dan misschien voor de bourgeoisartiest, maar dit plebejische dogma was door de werkelijke kunstenaar allang naar de stortplaats verwezen.
Dat de voorwaarden voor de BKR-regeling op een Haags ministerie waren uitgeprakkiseerd was hem door alle commotie even ontgaan. Hij kon voorlopig weer drie maanden vooruit.
Omhoog