mop

Communities

ZeelandNet

mop

WELKOM DIERENVRIENDEN

371.180 bezoekers 24 leden Log in

Vogels in en om de tuin...


Vogels in de winter

Nu ik dit verhaal aan het uitwerken ben, heb ik geen idee wat de komende winter ons zal bieden. Wordt het een strenge winter met veel vorst en een elfstedentocht of wordt het een kwakkelwinter? Het is afwachten. Zelf prefereer ik een goede winter met af en toe vorst tot een graadje of tien. Bij deze wil ik een lans breken voor onze vogels in de vrije natuur. Vooral als we van de winter van die armetierige vogeltjes zien die naarstig naar voedsel zoeken. Nou zijn er mensen die af en toe een stukje brood in de tuin gooien, maar dit is natuurlijk niet de methode. Het verdwijnt immers onder de sneeuw of wordt kleddernat van de regen. Bovendien trekken die voedselreten ook nog eens muizen, ratten en ander ongedierte aan. Maak een behoorlijke voederplaat, liefst zo groot mogelijk en maak er een rand omheen. Als het dan waait, vliegt het voer er niet meteen vanaf. Om te zorgen dat er geen regen of sneeuw op blijft staan boren we enkele gaatjes in de plank, zodat het water wegkan. En als we er nog meer werk aan willen besteden, kunnen we er ook een afdak boven maken. Als je het jezelf gemakkelijk wilt maken, kun je ook naar een dierenzaak gaan en er een voederhuisje op berkenstam kopen. Als decoratief voor de tuin is dit prachtig, doch als er drie vogeltjes opzitten, is het dringen geblazen. Plaats de voederplaat op een beschutte plek, bijv. onder een boom of grote struik, waarbij rekening wordt gehouden met de noorder- en noordoostenwind. Nu gaan we eens kijken wat we de vogeltjes zoal kunnen verstrekken. Je zult versteld staan wat ze allemaal eten. Mijn eigen kanaries eten dit ook allemaal, maar zouden veel te vet worden. Een vogel in de vrije natuur kan dit vet s winters goed gebruiken. Let maar eens op: oud wit- en bruinbrood, oude cake, kaaskorstjes, resten van kip of een mals haantje, stukjes spek, afgekookte aardappelen en groente. Je ziet achteraf wel wat ze het lekkerst vinden. Verder pindanootjes, een lust voor de mezen, stukjes appel of peer voor de lijsters en de merels.

En dan wanneer voer je de vogels? Liefst ?s morgens als een heerlijk ontbijt en eventueel ?s avonds nog een keer, maar tijdgebonden is dit natuurlijk nooit.Verder net als bij de kanaries, bad- en drinkwater en dit natuurlijk geregeld verversen. Badwater echter alleen als het niet vriest. Denk aan de gevolgen als bevriezen van lichaamsdelen, vast- en zelfs doodvriezen van de vogel. En dan maar kijken wat er zoal landt op de plaat. Je wordt gewoon nieuwsgierig en je zult er versteld van staan, want het is net of de vogels aan elkaar doorgeven waar zich de lekkernij bevindt. En of je nou een grote of kleine tuin hebt of een balkon, voeren kun je altijd. De vogels zullen u er dankbaar voor zijn. 

Tien tips voor het voeren in de winter:

1. Voer de vogels niet eerder dan bij aanvang winter. Voor die tijd vinden ze nog genoeg.

2. Strooi voor soorten als winterkoninkje, roodborst e.d. ook wat voer op de grond.

3. Voer niet te veel in een keer; strooi liever meerdere keren per dag.

4. Geef geen voedsel waarin zout verwerkt is.

5. Geef geen voedsel dat snel bevriest en snij fruit niet in stukjes, geef bijv.

een hele appel op een pin of lange spijker.

6. Boter en margarine niet geven, deze werken laxerend, geef vetbollen.

7. Als er sneeuw ligt, hoeft u geen water te geven, vogels gebruiken dan de sneeuw.

8. Vergruis als het vriest wat ijsblokjes en leg deze buiten.

9. Verstrek drinkwater zo dat de vogels er niet in kunnen baden.

10. Voeren verminderen naarmate de winter verdwijnt en in maart ermee stoppen.

 

 

Jonge vogels uit eigen tuin

Wat is er nu leuker dan jonge vogeltjes, die geboren zijn nestkastje, te zien uitvliegen? Bij de dierenspeciaalzaak kun je terecht voor nestkastjes en andere artikelen waarmee je vogels uitnodigt om in jouw tuin te komen wonen. Een nieuwe nestkast kan eigenlijk het beste al in het najaar opgehangen worden: de vogels kunnen hem dan namelijk ook in de winter als slaap-of schuilplaats gebruiken. Maar ook nu kun je nog een nestkastje ophangen. Het checken van de nestkastjes begint gewoonlijk al in maart, bijvoorbeeld door koolmezen. Vaak begint het met een uitgebreide controleronde: de vogel komt meermaals langs, kijkt door het vlieggat, gaat na een paar dagen eens in de kast zitten, controleert of alles naar wens is en of er al een andere bewoner is. Mocht dat het geval zijn, dan kan er een gevecht volgen om de huurrechten ? Het kan vervolgens nog wel even weer een tijdje duren voordat er daadwerkelijk een nest gebouwd wordt in de kast. Laat de kast daarom met rust.

 

Waarom blijft mijn nestkastje leeg?

Dat kan verschillende oorzaken hebben. Als je na zo?n 3-4 jaar nog steeds geen vogelactiviteiten hebt waargenomen, probeer het dan eens op een andere plek. Wat verder zeer belangrijk is, is de grootte van de vliegopening. Broedvogels verkiezen een kaste waar geen eierdieven of grotere vogelsoorten bij kunnen. Je kunt daarom het beste een kastje nemen met een vliegopening die precies past bij de vogelsoort die je graag onderdak wilt bieden (zie de tabel elders op deze pagina). Bestudeer zo mogelijk welke vogelsoorten je in je tuin of in de directe omgeving ziet: dan is de kans het grootst dat er daadwerkelijk een broedpaartje in de kast gaat zitten. Ook een verkeerde windrichting (veel regen en wind, of met de opening juist pal op de zon) weerhoudt vogels ervan in een nestkastje te settelen. Ten slotte kan het zijn dat een andere nestkastje te dichtbij hangt of dat het kastje op een onrustige of onveilige plek hangt. Hang het kastje daarom altijd minstens 2 meter hoog, buiten bereik van katten (dus niet aan een boomstam waar katten in kunnen klimmen, tenzij je er gaas onder spant waar de katten niet langs kunnen)bijvoorkeur, en met de vliegopening op het noordoosten.Grootte van de vliegopening

 

Vogelsoort                                                                                  Vliegopening (in millimeters)

Koolmees                                                                                   32

Pimpelmees en andere meessoorten (behalve koolmees)                 26-28

Huismus                                                                                     35

Spechten                                                                                    46-60

Boomklever                                                                                32

Spreeuw                                                                                     45

Gekraagde roodstaart                                                                   50-30 (ovaal)

Winterkoninkje                                                                            32

Bonte vliegenvanger                                                                     32

Roodborstje                                                                                half-openkast

 

Behoeften van broedvogels

 

De nestkastjes die je koopt bij de dierenspeciaalzaak, vooral die met een keurmerk, zijn vaak afgestemd op de natuurlijke behoeften van broedvogels. Als je zelf een nestkast wilt maken, is het raadzaam je te verdiepen in deze behoeften. Een zelfgemaakt nestkasteel met veel tierelantijnen ziet er misschien prachtig uitmaar vogels zijn daar niet gevoelig voor.Zoals gezegd is vooral de grootte van de vliegopening van belang, en voor bepaalde vogelsoorten is ook de vorm van de opening doorslaggevend. Daarnaast zijn de hoogte, breedte en diepte van de kast van invloed, al komen die op zich niet op de centimeter: de grootte van natuurlijke nestholten verschilt immers ook. De vogels controleren zelf of het kastje bijvoorbeeld breed genoeg is voor de jongen om er hun vleugels in uit te slaan en ze passen de hoeveelheid nestmateriaal aan op de grootte van het kastje. In een kleine stadstuin kan het beste volstaan worden met 1 a 2 nestkastjes van hetzelfde type: in grotere tuinen kun je meerdere soorten nestkasten ophangen maar houd dan een onderlinge afstand aan van zo?n 10 meter. Wat de meeste vogels verder prettig vinden is een redelijk beschutte omgeving met veel bomen, struikgewas en voedselbronnen in de buurt, maar altijd met een vrije aanvliegroute naar de opening van het nestkastje. Zorg verder voor voldoende voedsel en een vogelbadje (verkrijgbaar bij de dierenspeciaalzaak) in de tuin.

 

Onderhoud

Maak de kast bijvoorkeur in het najaar (september-oktober) schoon. Controleer wel eerst voorzichtig of er geen andere dieren tijdelijk woonruimte in de nestkast hebben gevonden, zoals vleermuizen. Is dat wel het geval, laat de kast dan met rust. Gebruik voor het schoonmaken geen reinigingsmiddelen, maar maak de (onbewoonde) kast open, schud de inhoud eruit en haal er even een borstel door.

 

Holenbroeders

Holenbroeders zijn vogels die hun nestje maken in een holte, zoals in boomholten of onder een dakpan, maar ook in een nestkastje, dat de omstandigheden van zo?n natuurlijk hol nabootst. Holenbroeders zijn bijvoorbeeld de koolmees, de pimpelmees en de spreeuw. Daarnaast zijn er halfholenbroeders, die een nestkast met een vrij grote opening prefereren, zoals het roodborstje. Niet-holenbroeders nestelen bijvoorbeeld in een blauweregen of in een dichte braamstruik.

 

Waarom nestkastjes nuttig zijn

Vogels hebben vaak moeite een goede nestelplaats te vinden. Hun natuurlijke habitats zijn grotendeels verdwenen, doordat er steeds meer bebouwing is en steeds minder natuur. Doordat we bovendien onze huizen tegenwoordig goed isoleren en afwerken (dus bijvoorbeeld weinig loszittende dakpannen waaronder vogels een plekje kunnen vinden) en doordat we onze tuinen en parken meestal erg netjes houden, zijn er weinig goede plekjes voor vogels waar ze voldoende voer kunnen vinden en veilig kunnen nestelen. Rotte en dode bomen bieden vogels, met name holenbroeders, vaak een goede natuurlijke nestelmogelijkheid, maar wij halen dergelijke bomen vaak weg. Ook bomengroepjes en dicht struikgewas zijn niet overal voorhanden. Verder ruimen we de rommel in de tuin vaak consequent op, waarmee niet alleen nestmateriaal verdwijnt, maar ook zaad en diertjes die in dit materiaal overwinteren of er hun eitjes in afzetten. Daardoor kan er weer voedselgebrek ontstaan voor bepaalde vogelsoorten in de winter en in het voorjaar, en gaan deze vogels op zoek naar een andere plek. Zelfs in de bossen zijn vaak te weinig natuurlijke nestelplaatsen voor alle broedelvogels. Daarom worden ook daar vaak nestkastjes opgehangen door boswachters. Ook jij kunt de vogels een handje helpen, zelfs als je maar een klein (stads)tuintje hebt. Met nestkastjes, vers water in de buurt voor baden en drinken en door zo mogelijk zelfs de beplanting op vogels af te stemmen. Laat vooral ook wat onkruid staan en laat in het voorjaar het snoei afval liggen, want vaak kruipen daar de insecten, slakjes en andere diertjes uit die de vogels en hun jongen nodig hebben om hun buikjes te vullen.

 

(Boomkruipers zijn vogelsoorten die steeds vaker onze tuinen doorzoeken, opzoek naar nestplaatsen. De natuurlijke nestplaatsen worden gebouwd in gaten en kieren van losgelaten basten van bomen.De  driehoekige invliegopening, bootst de natuurlijke opening weer. )

 

Niet doen:

1: Veel nestkastjes bij elkaar hangen

2: Zelf alvast een mooi nestje maken in het nestkastje

3: Al het afgestorven plantenmateriaal en alle takken in de tuin opruimen

4: Het kastje met het vlieggat naar het zuiden of westen hangen

5: Takken voor de vliegopening laten hangen

foto's zijn van Vivara

http://www.vivara.nl/

Omhoog