Westhove

Communities

ZeelandNet

Westhove

Welkom op kasteel Westhove!

14.044 bezoekers 2 leden Log in

Geschiedenis van Westhove


Uit zee gewonnen land. 

Het is tegenwoordig moeilijk voor te stellen omdat alle dijken en dijkjes in de loop van de tijd zijn afgegraven, maar ook Walcheren is het product van vele indijkingen, land gewonnen op de zee. De herinnering hieraan is terug te vinden in straatnamen als Lijdijkweg, de Noorddijk etc. In een oorkonde van 12 december 1247 is sprake van twee polders in het ambacht van Oostkapelle voor de hofstede “Dunehovet”, Duno. In een verklaring van 18 april 1526 spreken de keurschepenen van Oostkapelle over de gorspolder en de buurt Rikendamme (Rikendale). Het Weeltje, zo heet de plaats tegenover het hek van Zeeduin. Allemaal termen die terug te voeren zijn op de strijd tegen het water.  

 

1: kreek in de Sluispolder. 2: kreek bij Ipenoord. 3: kreek bij Leeuwendamme. 

Rikendamme (Rikendale) wordt genoemd in een stuk van 14 maart 1436, een grafelijk verbod om van daar tot Domburg in de duinen te jagen.De indijkingen zijn voornamelijk in de 11e, 12e en 13e eeuw door de abdijen van Rijnburg en Middelburg tot stand gekomen. De verdediging tegen de zee was niet altijd afdoende. Tot in de eerste helft van de 19e eeuw nog konden de lagere delen van Walcheren alleen met platboomde schuiten worden bereikt. In 1647 werden ten westen van Domburg altaarstukken ontdekt, gewijd aan Nehalennia. In 1687 kwam achter de buitenplaats Duinvliet een begraafplaats tevoorschijn, die in 1817 nog een keer werd ontbloot. In 1749 ontdekte men achter Westhove een begraafplaats.Afkomstig van ??? Geen idee. Wel zijn er veel munten gevonden: Romeinse, Angelsaksische, Frankische en inlandse. Zowel in als buiten de kisten. Evenals urnen, ringen, gespen, naalden en sleutels. Terug te vinden in het Zeeuws museum. In 1923 kwam er tussen de laatste twee paalhoofden bij Berkenbosch nog de bodemplaat van een grafkist tevoorschijn, met delen van het geraamte nog er aan vast.De duinen bevonden zich vroeger naar alle waarschijnlijkheid een heel stuk verder dan de huidige kustlijn, en de begraafplaatsen lagen gewoon aan de landzijde ervan.  In het midden der 16e eeuw kwamen er wat barstjes in het tot dan tot redelijk kalme leventje op Walcheren.

Tot dan leefde men onder het gezag van de abt van Middelburg. Maar dat gezag werd aangetast: de 80jarige oorlog had ook hier zijn gevolgen. Nadat Middelburg zich als laatste in 1574 overgaf, was er van het eiland niet veel meer over dan een van bewoners verlaten woestenij. De gaten in de dijk zo groot “dat men er wel huizen in kon bouwen”. Maar al spoedig kwam de bevolking weer terug. Om in 1604/1605 getroffen te worden door de pest. Ook de kinderpokken maakten veel slachtoffers. In de 17e en 18e eeuw werden grote rijkdommen verkregen door de handel. Wat menigeen in staat stelde om een buitenplaats te kopen of te laten bouwen. Met name de duinstreek was hiertoe erg gewild. Hierbij in aanmerking genomen dat de grondprijs erg laag was, konden hierbij zeer grote parken aangelegd worden zonder al te veel kosten.  De heerlijkheid Oostkapelle was in verschillende partijen gesplitst, maar de abt van Middelburg was al vroeg de grootste bezitter. In 1331 bezat hij 1331,5 gemet ambacht. Waarschijnlijk wordt hier een “Bloois gemet” bedoelt, dit is 3925 m2. Omgerekend komt dat neer op 522 hectare land. Voorwaar niet weinig.In Zeeland was de Onze Lieve Vrouwe abdij te Middelburg verreweg het belangrijkste klooster. Rond 1100 moet er een samenleving van seculiere kanunniken hebben bestaan die een verbinding hadden met de Westmonsterkerk. Verder weten we, dat in 1128 een reeds bestaand klooster werd bemand met Norbertijnen van de St.Michielsabdij te Antwerpen. Deze abdij in Antwerpen zal de Middelburgse abdij gedurende haar gehele bestaan begeleiden.

In 1123 is Alboldus, die eerst proost van het klooster van reguliere kanunniken te Voormezele in West-Vlaanderen was, naar Middelburg gekomen om als proost van de in Middelburg bestaande gemeenschap van kanunniken, de hervormingen gebaseerd op wat er in Cluny was gebeurd, te verwerkelijken.De regel van Augustinus werd door hem ingevoerd. Voortaan zagen de Middelburgers hun kanunniken in de zwarte pij van de augustijner koorheren. Dat duurde niet lang want reeds in ca. 1127 gelukte het de bisschop van Utrecht de Norbertijnen naar Middelburg te brengen en dus werden de pijen wit. De Norbertijnen werden ook wel Prémonstratenzers genoemd, naar de plaats waar het eerste klooster van de Norbertijnen werd gesticht. De orde werd geheel ingezet voor de zielzorg in de parochies. De regel van Augustinus bleef echter de basis van hun werk. In 1256 werd het Norbertijnenklooster door graaf Willem II tot abdij verklaard Willem II heeft de abdij zeer begunstigd en zijn zoon Floris V werd in de abdij begraven. Het grondbezit van de abdij nam zeer toe, het belangrijkste gedeelte van het bezit lag op Walcheren en toen de abt ambachtsheer van Oostkapelle werd, nam hij ook als zodanig zitting in de Staten van Zeeland. Tenslotte werd hij het eerste lid van de Staten en bewaarde als zodanig ook het archief van de Staten in de abdij. Het aanzien van de abt bleek ook als de graaf ter vierschaar in Zeeland kwam. De abt zat aan zijn rechterzijde en aan zijn linkerzijde de Commandeur van de Duitse orde.Het aantal kanunniken was waarschijnlijk niet meer dan 30 man, gewoonlijk zelfs minder. Daarnaast waren er lekenbroeders, die ook vaak werden ingezet in de uithoven.In 1492 was er een grote brand in Middelburg, waarbij een groot gedeelte van de abdij verloren ging, waaronder de bibliotheek. In 1401 werd de abdij onttrokken aan de rechtsmacht van de bisschop van Utrecht en die van de aartsbisschop in Keulen en kwam onder direct toezicht van de paus. De laatste abt van de abdij, Niclaas de Castro of op zijn Nederlands Klaas van de Kastele, hij was een Vlaming, werd in 1561 bisschop van Middelburg. Tijdens het beleg van 1572-1574 overleed hij.In februari 1574 gaf Middelburg zich over aan de prins van Oranje, de Spaanse troepen vertrokken en met hen de geestelijken. De kanunniken gingen naar Antwerpen.Bij een verdrag van 20 juni 1580 ging Oostkapelle over aan de stad Veere, om zo de gelden te kunnen lenen om de zeewerken die veel hadden geleden van de Allerheiligenvloed van 1570 te herstellen. Hier moest drieduizend gulden aan besteed worden. Een fortuin.

In 1637 echter moest Veere “dees perel aan haar kroon, zoo duur verkregen”, weer verkopen. Middelburg werd de nieuwe eigenaar. Voor 34.000 gulden. Daarna volgden een hele reeks eigenaren. In 1936 was Jonkheer Jan Willem Steengracht eigenaar. Geboren op 28 mei 1927 en overleden op 8 januari 2001. Hij was gehuwd met Catharina Dominica Utermöhlen.

 

Westhove.Hoe oud is Westhove? Hier is niets van bekend. Het is gebouwd om veiligheid te verschaffen aan de bewoners, maar wie waren dat? H. J. Bogaert schreef in 1886 een romantisch verhaal over het kasteel waarbij hij de bouw in 836 plaatste. Ook zou het vervolgens in 879 verbrand zijn met als gevolg de legende dat in elke nacht van 16 op 17 juni een vrouw in wit gewaad op de torentrans zou verschijnen om daar een klaagzang te doen horen. En zou het eigendom geweest zijn van de Tempeliers in de jaren 1118 tot 1312? Onbekend.

Wat wél bekend is, is een vermelding in een oorkonde van graaf Floris V uit 20 september 1277. Hieruit blijkt dat het toen al een hof was, eigendom van de abdij te Middelburg. Het was een “vrij of allodiaal goed”, totdat abt Willem van der Does het op 14 april 1401 opdroeg aan Willem van Beijeren, graaf van Oostervant. (is dit Willem van Oostervant, gehuwd met Margaretha van Bourgondië, ouders van Jacoba van Beijeren?)Van dezelfde graaf kreeg hij het als onversterfelijk erfleen terug. Bij het overlijden van elke abt werd het “verlijd”, dat is ten name gesteld van de nieuwe abt. Deze moest dan wel, als teken van het oppergezag van de graaf, een rode havik leveren of vijf pond Hollands betalen.In 1413 werd het echter door de abt voor 25 jaar verpacht aan Philips van Borssele, heer van Cortgene. Het werd, tegelijk met de leenroerigheid, een open huis van de graaf: hij kon er ten allen tijde gebruik van maken, de abt verplichtte zich om het in goede staat te houden en de graaf  om, zo het verwoest zou worden, degene die dit zouden doen dusdanig te bedreigen dat zij het weer in goede staat terug zouden brengen. Ook kon de graaf het gebruiken in tijden van oorlog ter verdediging “tegen yemant die ons hinderen of crenken wilden in onse heerlickheijt”, zoals de graaf het omschreef in zijn brief. In de 14e eeuw ontwikkelde de abt zich tot de machtigste man in Zeeland. Hij was voorzitter van de Staten van Zeeland en Walcheren en de Staten vergaderden in de abdij.

Of er ooit strijd is geleverd is niet bekend, maar wel dat het een goede plaats was om ontvangen te worden door de rijke abten. Zo kwamen op 30 oktober 1290 graaf Floris V en de heer van Veere, Wolfaard van Borssele, er samen op bezoek. Zij sloten er een overeenkomst om “enkele geschilpunten” uit de weg te ruimen. De overeenkomst werd bekend als “het traktaat van Westhove”. Floris V was toen 36 jaar oud en Zeeland was een roerig gebied waar veel strijd was. De Oosterschelde begon te verzanden en de Westerschelde ontstond, waarmee Walcheren ineens een belangrijke handels- en strategische positie kreeg. Iets wat de graven van Holland en die van Vlaanderen zich goed beseften. Een langdurige strijd om de heerschappij begon. De Zeeuwen wilden zich echter geen horigen van Floris V laten maken en werden hierbij, uiteraard, gesteund door de graaf van Vlaanderen. Uiteindelijk gaf Floris V aan de Zeeuwen toe en nam hij zelfs de titel Graaf van Zeeland aan. Banden met Zeeland had hij toch wel. Het was hem in 1282 gelukt om het stoffelijk overschot van zijn vader, Willem II, in 1256 door de Friezen vermoord en onder een haardplaat van een boerderij begraven, te achterhalen. Hij liet hem vervolgens in de abdij van Middelburg begraven. Barre tijden, want zoals bekend werd ook Floris V vermoord. In 1296, 42 jaar oud. 

Wie kwamen er nog meer naar Westhove? De graaf en gravin van Charlois, Karel de Stoute. Deze waren in 1460 met groot gevolg in Middelburg, maakten verschillende tochtjes door Walcheren en kwamen ook op Westhove. In 1500 was het de beurt aan Philips van Oostenrijk en zijn echtgenote. In 1505 kwam hun zoon op bezoek: de latere keizer Karel V. Die als keizer in 1540 nog eens terug kwam. Zijn zuster, de koningin van Hongarije, was in 1547 te gast in Middelburg. Hier werd ter hare eer een grote maaltijd aangericht. Ook zij kwam in Westhove. Toen men in 1558 poogde om de handel in wol en huiden van Calais naar Middelburg te halen, werden de gecommitteerden van deze handel in Westhove onthaald. In augustus van dat jaar vergaderden de staten van Zeeland er ook.Kortom: het moet er goed toeven zijn geweest!  In 1559 werden de bisdommen van Nederland op verzoek van de Spaanse koning Philips II opnieuw ingedeeld. Middelburg werd toen ook een bisschopsstad. De goederen van de abdij werden voor het onderhoud van de bisschop bestemd, die tevens abt van de abdij was. Maar dus niet meer door de kloosterlingen zou worden verkozen. In 1561 werd deze door paus Pius IV benoemd: Nicolaas de Castro, oftewel Nicolaas van der Borcht.

De eerste bisschop van Middelburg vond Westhove “een zeer vermakelijke en aangenaame plaats. Een verblijf zeer geschikt om een vorst te ontvangen”. Zo schrijft hij in een brief d.d. 17 januari 1562. En L. Guicciardini schrijft in zijn Description de tous les Pays-Bas (1582) : “le royal palais de Westhoven, accompagné d’un jardin fort délicieux “.De zorg voor het geheel was toevertrouwd aan een huisbewaarder en zijn vrouw.Aan deze periode van “goed toeven” kwam langzaam maar zeker een eind. In toenemende mate vond ook op Walcheren de hervorming op kerkelijk gebied plaats, gepaard gaand met een toename van oorlogsdreiging. In het begin van het beleg van Middelburg (1572) was het kasteel met krijgsvolk bezet, maar het moest zich overgeven aan Barthold Entes van Mentheda, een Groningse edelman. Nadat deze als aanvoerder van de watergeuzen Dordrecht had veroverd, zakte hij af naar Zeeland. In zijn woeste ijver voor de prins stak hij op 27 augustus van dat jaar het kasteel in brand. Waarschijnlijk blijf er weinig meer van over dan de kale muren. De bezittingen van de kerken en kloosters werden, nadat Walcheren onder het bestuur van de Prins van Oranje kwam, in bezit genomen en verkocht. Oorlog was duur en moest betaald worden. Ook Westhove werd verkocht. Kolonel Heijnrick Balfour werd in 1579 voor 1669, - gulden de nieuwe eigenaar. Waarschijnlijk bracht hij de koopsom in mindering op hetgeen hij had voorgeschoten ten behoeve van het land . Lang plezier heeft hij niet gehad van zijn nieuwe bezit. Twee jaar later was zijn vrouw, Christina Kant, weduwe en probeerde zij het te verkopen voor zichzelf en ook voor haar zoon.

De nieuwe eigenaar werd Pierre de Loiseleur, heer van Villiers. Deze heer was raadsman van prins Willem I. Toen hij in 1587 op weg was van Westhove naar Middelburg werd hij op last van de Engelse gouverneur van Vlissingen gearresteerd: de regering van Leicester had het niet zo op hem.  Door vlot de bescherming van het Middelburgse stadsbestuur in te roepen wist hij aan het gevaar te ontkomen.Hij overleed 24 november 1590 en werd begraven in de Oude of St. Pieterskerk te Middelburg.Achtereenvolgende eigenaren van Westhove waren: Jacob Boreel, Willem Boreel (ambassadeur in Frankrijk, Johan van Reigersberg, diens weduwe Jacoba Ingels en van haar erfde mr. Jacob van Reigersberg het goed. Tijdens de “periode van Reigersberg” werden vele verbeteringen aangebracht. De windwijzer in de vorm van een reiger herinnert aan deze periode. Na Jacob ging het bij testament over op zijn nicht Jacoba van den Brandde, gehuwd met mr. Johan Adriaan van de Perre. Het kinderloos gestorven echtpaar dat we eerder tegenkwamen bij het buiten Duinvliet. Deze Johan Adriaan was o.a. van 1768 tot 1779 vertegenwoordiger van de Prins van Oranje als eerst-edele in de vergadering van de Staten van Zeeland. Ook nadat hij deze functie had neergelegd bleef de bevolking hem als Zijne Excellentie begroeten. Het boerenvolk noemde hem prume nobel (premier noble). Hij richtte zich daarna volledig toe op het bevorderen van kunst en wetenschappen en werd een ware mecenas.  

Toen Prins Willem V de provincie bezocht, kwam hij op 1 juli 1786 ook naar Westhove. De heer Van de Perre had op een van de hoogste duintoppen een belvédère ingericht met zijn sterkste telescopen en microscopen, waar het gezelschap naar toe wandelde. Behalve vorstelijk bezoek, werden ook de Middelburgse predikanten af en toe uitgenodigd op Westhove. De overlevering vertelt dat de oudste van hen dermate langdradig was, dat men in de keuken gewoon was om de vis in de ketel te doen op het moment dat deze de zegen over de Oost-Indische Compagnie ging vragen. Tegen dat het “amen” werd uitgesproken was de vis gaar.Uit de tijd van Van de Perre stamt ook het gebouw dat we nu kennen als het Zeeuws Biologisch museum. Toen gebouwd als stalling, koetshuis en oranjerie.De vroegere staldeuren laten zich hier nog duidelijk als zodanig herkennen. Op de bel in het klokkentorentje staat de tekst Soli Deo Gloria. Na het overlijden van de weduwe van de Perre wed haar nicht Wilhelmina Carolina van den Brande op 10 maart 1799 eigenaresse. Zij huwde met Adriaan Kaspar Cornelis Slicher. Deze liet aan de achterzijde van het kasteel “het zaaltje” bouwen en liet aan de noordzijde een grote waterpartij met beplanting aanleggen. De vorm zoals we die kenden totdat in 2001 (?) door Bosch en Slabbers de beplanting en vormgeving werd aangepast naar de stijl van onze tijd.

Ook liet hij een brug bouwen in een antieke stijl. En wel zo goed, dat Robide van der Aa in zijn boek Oud Nederland (1838 – 1841) de stelling poneerde dat het van de oude voorburcht van het kasteel afkomstig was en uit de Romeinse tijd zou stammen. Wat door velen nageschreven werd. Het befaamde “Romeinse bruggetje”, zoals vele Walcherenaren het nu nog noemen,  was geboren. De Heer Slicher heeft niet lang van Westhove kunnen genieten: hij overleed in 1807 als gevolg van een val in de Middelburgse schouwburg in aanbouw.Zijn vrouw liet het na haar dood na aan hun zoon, mr. Johan Jacob Slicher, lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal. Daardoor vaak buiten de provincie en om die reden waarschijnlijk heeft hij het kasteel verkocht aan Jhr. Mr. Jacques Phoenix Boddaert, rechter te Middelburg. Met hem brak een gouden tijd voor Westhove aan. Alles werd uitstekend onderhouden, zelfs té: de muren werden bestreken met Portland cement, zodat alle gebreken zorgvuldig werden afgedekt. En de beplanting deed eerder aan een 19e eeuwse villa denken dan aan een ridderburcht. Een Belg die het kasteel in 1874 bezocht deed de uitspraak “Als de rechters van Middelburg zo buiten wonen, hoe moet het huis van de president in Middelburg dan wel niet zijn.” Toen koning Willem III op 25 mei 1862 van Overduin naar Domburg ging, werd hij ook te Westhove ontvangen. Rechter Boddaert verkocht zijn bezit in 1880, toen hij vertrok naar Den Haag.Zijn zus, douairière De Bruijn-Boddaert, was de koopster.

Het kasteel werd jarenlang niet meer bewoond, maar wel goed onderhouden. En, zij vond er een goede bestemming voor. In 1889 werd het “een vriendelijk verblijf voor kinderen van ouders die er geen buitenplaatsen op na houden, van ouders, die met hunne kinderen geen badplaatsen kunnen bezoeken, van kinderen, die lucht en beweging noodig hebben”. Het werd een herstellingsoord voor kinderen en dat is het lange tijd ook gebleven. Ook na haar overlijden op 3 februari 1905. Haar schoonzoon W. A. graaf van Lynden liet het stucwerk van de muren verwijderen en deze herstellen waar nodig.  Bij het overlijden in 1926 van de toenmalige eigenares, mevrouw W. J. gravin van Lynden – de Bruijn werd bij testamentaire beschikking het kasteel omgezet in “Stichting Herstellingsoord Westhove”. De leiding hiervan werd gevormd door Mr. Dr. R. W. graaf van Lynden, de burgemeester en één wethouder van Oostkapelle en de burgemeesters van Domburg, Middelburg en Vlissingen. Het herstellingsoord was bestemd voor kinderen uit Middelburg en Vlissingen. In 1936 was jonkvrouw M. A. J. baronesse van Till directrice van deze stichting. Het kasteel  had aan de binnenkant niet zoveel origineel meer als aan de buitenkant. Een gewelfd torenkamertje was het enige dat herinnerde aan de oorspronkelijke inrichting. In de kelder onder de gekanteelde toren kon door de luchtgaten de dikte der muren worden gezien.In de hoogste toren is een uurwerk met klok. Dit uurwerk kon een bol in beweging brengen die de schijngestalten van de maan aangaf, maar deed ook toen al geen dienst meer. In de bovenrand van de klok staat de tekst Omnis spiritus laudet verbum Jehove ineffabile: alles wat ademt love de onuitsprekelijke naam Jehova.In het midden staat Ad et(ernum) g(loriam) Io(annis Lud(ovici) l(ibri b(aronis) a Frundek eq(uitis etc): tot eeuwige rroem van Jan Lodewijk vrijheer van Frundek, ridder enz.

 

Rondom Westhove zijn vele andere buitenplaatsen

Omhoog