Het leven na de diagnose

Communities

ZeelandNet

Het leven na de diagnose

Welkom op de community Het leven na de diagnose!

412.372 bezoekers 78 leden Log in

Medische info.


 

Wat kunt u in deze rubriek vinden??

-Hamaromateuze polyposis syndroom (ziekte van Cowden)

-Kanker

-Borstkanker

-Eierstokkanker

-Erfelijke borstkanker

-Anesthesie

-Over lymfoedeem en de SWL

-AC-kuur bij borstkanker.

-Botontkalking (osteoporose)

-Weefsel-expansie

_________________________________________________________________________

HAMAROMATEUZE POLYPOSIS SYNDROOM

Synoniemen:

ziekte van Cowden, Bannayan Zonana syndroom, Juveniele Polyposis Coli, Peutz-Jeghers syndroom.

Korte beschrijving:

De ziekte van Cowden hoort samen met Juveniele Polyposis Coli, het Bannayan Zonana syndroom en Peutz-Jeghers syndroom tot de familie van de zeldzame hamaromateuze polyposis syndromen. Dit zijn syndromen die gekenmerkt worden door talrijke poliepen (goedaardige gezwelletjes) in de darm. Cowden patiënten lopen een verhoogd risico op het ontwikkelen van goedaardige en kwaadaardige tumoren van de schildklier, het maagdarmkanaal, en vrouwelijke patiënten hebben een verhoogde kans op borsttumoren. Daarnaast wordt de combinatie met de ziekte van Lhermitte-Duclos gevonden. Dit ziektebeeld wordt gekenmerkt door een ziekelijke vergroting van hersenen, epileptische aanvallen en coördinatie, veroorzaakt door goedaardige zwelling in de kleine hersenen.

Het Bannayan Zonana syndroom heeft een overlappend spectrum met de ziekte van Cowden, maar onderscheidt zich door een relatief vroege openbaring van de ziekte, meer uitgesproken ziekelijke vergroting van hersenen, meerdere vetbulten en bloedvattumoren. Tevens lijkt de kans op kwaadaardigheid van de gezwellen niet verhoogd. Juveniele Polyposis Coli (JPC) wordt gekenmerkt door poliepen van de dikke darm. Bij deze aandoening komen geen huidafwijkingen voor.

Diagnose:

De diagnose wordt bevestigd door klinisch onderzoek.

Behandeling:

Er is geen genezing mogelijk, desondanks kan er wel behandeld en begeleid worden om eventuele complicaties en symptomen te verminderen.

Overerving:

Het is een autosomaal dominant overervende aandoening, waarbij multipele hamartomen van verschillende soorten weefsel, zoals huid, schildklier en de maagdarmkanaal gevonden worden.

Info op maat?

Mail de Erfolijn: http://www.erfocentrum.nl/

 

KANKER.

Wat is kanker?

Normale cellen delen op gecontroleerde wijze. Wanneer cellen ongeremd delen, ingroeien in omliggende weefsels en losraken zodat ze zich in het lichaam kunnen verspreiden (uitzaaien), dan spreekt men van kanker of maligniteit. Er zijn veel soort kanker. Kanker kan onstaan in het bloed, een voorbeeld hiervan is leukemie. Ook in andere organen kan kanker optreden.

In Westerse landen komt kanker van de borst, de dikke darm, de longen en de prostaat het meeste voor. Voor alle vormen van kanker geldt dat de vroege opsporing belangrijk is, omdat dan de kans op genezing het grootst is. Vaak is vroege opsporing moeilijk. Ook voor kanker die later is ontdekt zijn tegenwoordig meer behandelingsmogelijkheden.

Hierna vindt u meer informatie over de verschillende vormen van kanker en links naar sites waar aanvullende informatie is te vinden. Ik wijs u erop dat de informatie niet pretendeert volledig te zijn en nooit het advies van de behandelend arts kan vervangen.

Voor meer informatie kunt u een email sturen naar : info.nl@aventis.com

Sites van patiëntenverenigingen:

-Stichting klankbord (hoofd-halstumoren)

-Stichting Jongeren en kanker

Algemene kankersites:

-diagnose-kanker.nl

-borstkankersite van Nancy Wouters

-Diagnose-kanker-netclub van Wouter Donselaar

-Gezin en Kanker

 

BORSTKANKER.

Wat is borstkanker?

Borstkanker is een kwaadaardig gezwel in een van de borsten. Het begint klein en wordt in de loop van de tijd groter. Borstkanker wordt vaak ontdekt wanneer het gezwel zo'n omvang heeft bereikt dat het gevoeld wordt als een knobbeltje. Als borstkanker niet behandeld wordt, zal het verder groeien in omliggende weefsels en uitzaaien naar andere delen van het lichaam. In Nederland krijgt 1 op de 12 vrouwen vroeg of laat borstkanker. Borstkanker wordt jaarlijks bij 10.000 vrouwen in Nederland vastgesteld. Het is daarmee de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. Gelukkig wordt borstkanker bij een groot deel van deze vrouwen vroegtijdig ontdekt, zodat er een kans is om volledig van de ziekte te genezen.

Ziekteverschijnselen en onderzoek.

Wanneer een patiënte een knobbeltje in de borst ontdekt, zal zij meestal eerst naar de huisarts gaan. De huisarts zal de patiënte onderzoeken en eventueel doorverwijzen naar een chirurg of doorverwijzen naar een ziekenhuis om foto's van de borst te laten maken (mammografie) eventueel in combinatie met een echografie. Mammografie vindt ook plaats in het kader van een bevolkingsonderzoek naar borstkanker, waarvoor vrouwen van 50 tot 75 jaar elke 2 jaar worden uitgenodigd. Wanneer bij dit screeningsonderzoek afwijkingen op de foto worden geconstateerd, wordt eveneens vervolgonderzoek ingesteld. Om vast te stellen of er sprake is van borstkanker zal de chirurg met een naald cellen opzuigen uit het verdachte weefsel (punctie) of een stukje hiervan verwijderen (biopsie). Verder zal, wanneer er inderdaad kanker is geconstateerd, gekeken worden met verschillende onderzoeken of de kankercellen zich in het lichaam hebben verspreid en/of er sprake is van uitzaaiingen.

Hoe wordt borstkanker behandeld?

Wanneer borstkanker niet is uitgezaaid (dat is in ongeveer 70% van de patiënten het geval), wordt het gezwel door de chirurg verwijderd. Soms kan dat met een borstbesparende operatie, soms moet de hele borst worden afgezet. Wanneer gekozen is voor een borstbesparende operatie dan wordt de borst tevens bestraald om de kans dat de ziekte terugkomt te verkleinen. Ook wordt gekeken of in de omliggende lymfeklieren kankercellen worden gevonden. Bij patiënten waarbij het laatste het geval is, spreekt men van positieve lymfeklieren. Vaak wordt aanvullende therapie gegeven, bijvoorbeeld chemotherapie, hormoontherapie en/of bestraling, om de kans op terugkeer van de ziekte te verkleinen.

Wanneer borstkanker wel is uitgezaaid kunnen verschillende behandelingen de ziekte tijdelijk afremmen. Sommige patiënten reageren goed op hormonale therapie, anderen hebben baat bij chemotherapie. In overleg besluiten patiënt en arts welke therapie het meest geschikt is. 

 

EIERSTOKKANKER.

Wat is eierstokkanker?

Eierstokkanker (ovariumkanker) is een kwaadaardige tumor die uitgaat van de eierstokken. Jaarlijks wordt bij ongeveer 1450 vrouwen een vorm van eierstokkanker vastgesteld. Bij 80-90%  van de patiënten met eierstokkanker gaat de tumor uit van het bekledende weefsel van de eierstokken (epitheliale oorsprong). In een klein percentage gaan tumoren uit van ander weefsel binnen de eierstokken (bijv. gonadale stromacel tumoren en kiemceltumoren). De informatie op deze pagina heeft betrekking op de meest voorkomende vorm van eierstokkanker, de epitheliale tumor van de eierstokken.

Ziekteverschijnselen en onderzoek.

Omdat de eierstokken kleine organen zijn in een relatief grote ruimte binnen het lichaam, namelijk de buikholte, duurt het lang voordat symptomen optreden. Om deze reden wordt de ziekte wel de silent lady killer genoemd. Klachten ontstaan vaak pas als de ziekte zich uitbreidt. Patiënten kunnen klagen over vage buikpijn, opgeblazen gevoel, dikker wordende buik, frequenter plassen, misselijkheid, verstopping, moeheid en gewichtsverlies zonder bestaande verklaring. De huisarts zal bij voornoemde klachten lichamelijk (soms ook inwendig) onderzoek doen en eventueel doorverwijzen naar een gynaecoloog. Indien verdenking op eierstokkanker bestaat zal in het ziekenhuis verder onderzoek plaatsvinden zoals lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, echografie van de buik of andere beeldvormingonderzoek (CT-scan of MRI-scan) en soms een laparoscopie (kijkoperatie in de buik).

Hoe wordt eierstokkanker behandeld?

Zowel operatie, radotherapie (bestraling) als chemotherapie (behandeling met medicijnen die een remmende werking hebben op de celdeling) hebben een plaats binnen de behandeling van ovariumkanker. De operatie wordt vaak uitgevoerd met een drieledig doel: vaststellen van de diagnose kanker, vaststellen van de uitgebreidheid van de ziekte (stagering) en behandeling (het wegnemen van zoveel mogelijk tumorweefsel). Alleen bij ovariumkanker in een zeer vroeg stadium en van een minder kwaadaardig type is operatie afdoende. In de overige gevallen wordt aanvullende chemotherapie of radiotherapie geadviseerd. Vooral chemotherapie neemt een belangrijke plaats in bij behandeling van eierstokkanker.

Deze informatie is afkomstig van de site: www.aventis.nl

 

ERFELIJKE BORSTKANKER.

synoniem: erfelijk mammacarcinoom.

Korte beschrijving: Bij kanker is er sprake van een ongecontroleerde celdeling. Hierdoor kan een gezwel ontstaan. Een gezwel van kwaadaardige cellen wordt ook wel een kwaadaardige tumor genoemd. Kwaadaardige tumoren kunnen aangrenzende weefsels verdrukken of beschadigen. Na verloop van tijd kan de tumor uitzaaien. Kanker ontstaat nooit spontaan, maar is een proces van opeenvolgende gebeurtenissen die uiteindelijk leiden tot kanker. Daarom krijgen mensen vaak pas op latere leeftijd kanker. Mocht er echter op jonge leeftijd al sprake zijn van kanker, dan kan het gaan om een erfelijke vorm van kanker.

De volgende criteria zijn aanwijzingen voor een erfelijke vorm van borstkanker:

-In totaal twee of meer eerste- en /of tweede graads verwanten (zowel mannelijk als vrouwelijk) aan moeders- of aan vaderszijde met borstkanker en/of eierstokkanker.

-Een eerste graads verwant (man of vrouw) met borstkanker voor het 50ste jaar.

-Een eerste graads verwant met borstkanker en eierstokkanker.

-Een eerste graads verwant met borstkanker en een eerste graads verwant met eierstokkanker.

-Bij familieleden die eerder in verband zijn gebracht met mogelijke erfelijke borst- of eierstokkanker.

De meest bekende klachten die op borstkanker kunnen wijzen, zijn een 'knobbel' in de borst met of zonder afwijkingen aan de huid of tepel, tepelafscheiding, tepeleczeem of een borstzweer.

Diagnose:

Röntgenonderzoek (mammografie) geeft meer informatie over de mogelijke aard van de borstaandoening. Een andere mogelijkheid is een echografie. Een echografie werkt met geluidsgolven die door een computer worden omgezet in beeld. Een derde onderzoek is een biopsie, het wegnemen van een stukje afwijkend weefsel voor microscopisch onderzoek. Een biopsie wordt ook wel een punctie genoemd.

Behandeling:

De behandeling kan bestaan uit een borstamputatie of een borstbesparende behandeling. Bij beide behandelingen hoort ook het operatief verwijderen van de lymfeklieren in de oksel aan de aangedane kant. Een nieuwe ontwikkeling hierbij is het schildwachtklieronderzoek. Hierbij wordt, in principe, slechts één klier verwijderd. Als er uitzaaiingen worden gevonden in deze klier, moeten alsnog alle klieren worden verwijderd. Is de schildwachtklier schoon, dan hoeft dit niet. Afhankelijk van het stadium van de ziekte, dat wil zeggen de uitgebreidheid van het proces en de leeftijd van de vrouw, kan een aanvullende behandeling met medicijnen raadzaam zijn. Dit kunnen hormonen of cytostatica (celdelingremmende medicijnen, ook wel chemotherapie genoemd) zijn. Deze behandelingen worden ook ingezet als er sprake blijkt te zijn van uitzaaiingen. Tegenwoordig kan in een aantal gevallen direct op een borstamputatie een borstreconstructie volgen.

Voorkomen:

Jaarlijks krijgen bijna 10.000 vrouwen de diagnose borstkanker te horen. Daarmee is borstkanker in Nederland de meest voorkomende soort kanker bij vrouwen.

Overerving:

De aandoening erft autosomaal dominant over. Van alle soorten borstkankers in Nederland is 5 tot 10 procent erfelijk bepaald. Het verantwoordelijke gen veroorzaakt niet alleen borstkanker maar kan ook eierstokkanker veroorzaken. Als men het gen heeft, hebben vrouwen 55-85 procent kans om borstkanker te ontwikkelen en 15-65 procent kans om eierstokkanker te ontwikkelen. De kans dat een man borstkanker ontwikkelt is kleiner dan 5 procent maar het gen kan wel door de man worden overgedragen. In Nederland wordt screening aangeboden aan de kinderen van moeders met een erfelijke vorm van borstkanker.

Deze informatie komt van de site: www.erfocentrum.nl

 

ANESTHESIE.

Wat is anesthesie?

Anesthesie is de medische term voor 'verdoving' en betekent letterlijk gevoelloosheid. De anesthesioloog is de medisch specialist die verantwoordelijk is voor de anesthesie. Behalve het toedienen van de anesthesie bewaakt de anesthesioloog ook uw lichamelijke toestand tijdens de operatie. Daarnaast zorgt hij ook voor pijnbestrijding na de operatie.

Er zijn twee vormen van anesthesie:

-algehele anesthesie of narcose (= totale verdoving)

-regionale anesthesie (= plaatselijke verdoving)

Tijdens de algehele anesthesie bent u in een diepe slaap zolang de operatie duurt. Dit wordt bereikt door toediening van verschillende medicamenten via een infuus. U merkt van de gehele operatie niets en u wordt pas weer wakker nadat de operatie klaar is.

Bij plaatselijke anesthesie wordt een bepaald gedeelte van het lichaam gevoelloos gemaakt. De meest gebruikte plaatselijke anesthesie is de zogenaamde 'ruggenprik', waarbij het onderlichaam wordt verdoofd. Met andere technieken is het echter ook mogelijk dat een arm of been wordt verdoofd. Bij veel operaties kan zowel algehele als plaatselijke anesthesie worden toegepast. Soms maakt de aard van de operatie of uw lichamelijke conditie het noodzakelijk dat de voorkeur wordt gegeven aan één van de twee.

Plaatselijke anesthesie kan bepaalde voordelen hebben in vergelijking met algehele anesthesie. Meestal bent u sneller fit en heeft u minder kans op misselijkheid. Daarnaast heeft de plaatselijke anesthesie een werkingsduur van een aantal uren, zodat u direct na de operatie nog een goede pijnstilling heeft.

Vooronderzoek:

Een operatie is voor iedereen zowel emotioneel als lichamelijk een belasting. Om u de operatie zo goed mogelijk te laten doorstaan is het noodzakelijk dat de anesthesioloog op de hoogte is van uw conditie. Hiervoor maakt hij gebruik van de door u ingevulde medische vragenlijst, uw medisch dossier en de uitslagen van eventuele onderzoeken, zoals bijvoorbeeld bepalingen van het bloed, ECG (= hartfilm) en röntgenopnamen van het hart en longen. De uitgebreidheid van de onderzoeken wordt bepaald door uw leeftijd en lichamelijke conditie en de aard van de operatie.

De dag voorafgaand aan de operatie komt de anesthesioloog bij u langs om met u kennis te maken. Hij bespreekt dan met u welke vorm van anesthesie voor u het meest geschikt is. Indien mogelijk houdt hij met uw persoonlijke voorkeur rekening. Soms zal hij nog vragen naar eventuele klachten betreffende hart en/of longen. Ook zal hij ingelicht willen worden over problemen die zich hebben voorgedaan bij eerdere anesthesie. Tevens is het van belang dat u de aanwezigheid van loszittende tanden of kiezen vermeldt. Bij een slecht gebit bestaat het gevaar dat tanden beschadigd of zelfs gebroken kunnen worden, wanneer bij algehele anesthesie een buisje in de luchtpijp wordt ingebracht.

BELANGRIJK!!!

Als u thuis medicijnen gebruikt, neemt u deze dan mee naar het ziekenhuis. De anesthesioloog zal met de verpleging afspreken, welke medicijnen u op de dag van de ingreep mag innemen. Ook spreekt hij een slaapmiddel af voor het geval u dat 's avonds zou willen hebben.

Voorbereiding op de operatie.

U moet tenminste 6 uur voor de operatie nuchter zijn (voor kinderen is dit korter). Zo kan worden voorkomen dat, in geval van misselijkheid, de maaginhoud in de luchtwegen terecht komt. Wanneer u in de ochtend wordt geholpen, dan mag u na middernacht niets meer eten of drinken (ook geen water). Wanneer de operatie in de middag plaatsvindt, mag u voor 7.00 uur 's morgens nog een licht ontbijt (thee en beschuit) hebben. Het is ook verstandig om de laatste dagen voor de operatie niet meer te roken. Voordat u naar de operatieafdeling wordt gebracht moet u horloge en sieraden afdoen, eventueel make-up en nagellak verwijderen en nagels kort knippen. Indien u algehele anesthesie krijgt dan moeten ook een kunstgebit en een bril of contactlenzen uit- of afgedaan worden. Bij toepassing van plaatselijke anesthesie is dit niet nodig. Een hoorapparaat mag u zowel bij algehele als plaatselijke anesthesie blijven gebruiken. In het algemeen krijgt u één uur voor de operatie een ontspannend tabletje, de zogenaamde prémedicatie. Vanaf dit moment moet u in bed blijven, omdat u door het tabletje, behalve slaperig, ook wankel ter been kunt worden.

Gang van zaken rond de operatie.

Vlak voor de operatie brengt een verpleegkundige u in uw bed naar de operatieafdeling. Als u algehele anesthesie krijgt wordt u op een brancard gelegd en vervolgens naar de voorbereidingsruimte van de operatiekamer gereden. Hier wordt de bewakingsapparatuur aangesloten en krijgt u een infuus in een bloedvat van de onderarm of de hand. De anesthesioloog geeft via het infuus een aantal medicamenten, waardoor u in slaap wordt gebracht. Wanneer u slaapt, krijgt u een kapje op de mond of een buisje in de luchtpijp, waardoor u een mengsel van zuurstof en narcosegassen krijgt toegediend. Tijdens de narcose wordt u nooit alleen gelaten. Uw hartslag, bloeddruk en ademhaling worden voortdurend bewaakt. Aan het eind van de operatie laat de anesthesioloog u weer wakker worden, waarna u naar de uitslaapkamer (de afdeling recovery) wordt gebracht. Op de afdeling recovery wordt u bewaakt door speciaal opgeleide verpleegkundigen totdat de narcose is uitgewerkt en u terug kunt naar de verpleegafdeling.

Als bij u plaatselijke anesthesie wordt toegepast, dan wordt u eerst naar de uitslaapkamer gebracht. Nadat bewakingsapparatuur is aangesloten en u een infuus heeft gekregen, wordt de plaatselijke anesthesie toegediend. Het duurt ongeveer een kwartier voordat de verdoving is ingewerkt. Daarna wordt u naar de operatiekamer gebracht. Het kan zijn dat u het niet prettig vindt om mee te maken wat er op de operatiekamer gebeurt. In dat geval kunt u tijdens de operatie via het infuus een kortwerkend slaapmiddel toegediend krijgen. Ook bij toepassing van plaatselijke anesthesie wordt u nooit alleen gelaten en worden hartslag, bloeddruk en ademhaling steeds gecontroleerd. Na de operatie wordt u naar de uitslaapkamer teruggebracht, waar u blijft totdat de verdoving voldoende is uitgewerkt. Het is mogelijk dat de verdoving nog niet geheel is uitgewerkt als u weer op uw kamer terug bent. In verband met uw veiligheid moet u in bed blijven totdat het gevoel en de spierkracht volledig zijn teruggekeerd.

Na de operatie.

Het is mogelijk dat u door de operatie en de anesthesie last heeft van bepaalde nawerkingen.

- Meestal bent u nog wat slaperig of duizelig. Dit duurt totdat de bij de anesthesie gebruikte medicamenten zijn uitgewerkt.

- Bij pijn krijgt u van de verpleegkundige een pijnstillend middel dat door de anesthesioloog is voorgeschreven. Aarzel niet om iets tegen de pijn te vragen.

- Sommige patienten voelen zich misselijk na de operatie. Drink daarom niet meteen grote hoeveelheden als u weer mag drinken.

- Keelpijn of heesheid kan optreden doordat u bij algehele anesthesie een buisje in de luchtpijp heeft gehad.

- Spierpijn komt soms voor door de ongemakkelijke houding en het stilliggen op de operatietafel.

- Als u een 'ruggenprik' heeft gehad, kan het enkele uren duren voordat u weer een normale aandrang voelt om te plassen.

- Na een 'ruggenprik' kan soms hoofdpijn ontstaan. Gelukkig komt dit zelden voor en is het goed te behandelen.

 

OVER LYMFOEDEEM EN DE SWL.

 

Laat er iets aandoen, snel behandelen.........beter effect.

Vraag informatie bij uw huisarts of specialist. Berust er niet in! Dat kan alleen maar veel ellende veroorzaken en wordt geenszins gerechtvaardigd door een gebrek aan behandelingsmogelijkheden. Zoek hulp!! Vooral beginnende oedemen zijn veelal goed te behandelen.

Opmerkelijke ontwikkelingen.

Een lastige en vaak pijnlijke aandoening, waar veel mensen in Nederland aan lijden. Dat u niet de enige bent met lymfoedeem, is wellicht een schrale troost. Maar gelukkig zijn er binnen het vakgebied van de lymfologie voldoende ontwikkelingen gaande; met name in de laatste decennia zijn er zowel in de conservatieve als in de chirurgische behandeling van lymfoedeem opmerkelijke vorderingen gemaakt.

Stichting Werkgroep Lymfoedeem (SWL)

Maar hoe blijft u nu op de hoogte van al die ontwikkelingen? Daarvoor is de Stichting Werkgroep Lymfoedeem (SWL) opgericht. De SWL is een landelijke patientenorganisatie die de belangen behartigt van patienten met de chronische aandoening lymfoedeem. Bij het uitvoeren van haar taken wordt de SWL geadviseerd door specialisten uit de medische en paramedische beroepstak. De SWL is lid van de Chronische zieken en Gehandicaptenraad Nederland (CG-RAAD)

Aandachtsgebieden SWL

1. Primair lymfoedeem: dit is een aangeboren, vaak erfelijke aandoening.

2. Secundair lymfoedeem: dit is een verworven aandoening, bijvoorbeeld ontstaan na chirurgische ingrepen en/of bestralingstherapie.

Informatiebron voor patienten.

De SWL vormt in de eerste plaats een informatiebron voor iedereen met lymfoedeem. We geven voorlichting over preventieve maatregelen en behandelingsmogelijkheden, zowel telefonisch als schriftelijk, via media en op voorlichtingsstands. Daarnaast organiseert de SWL symposia voor hulpverleners en informatie/contactdagen voor patienten.

Streven naar deskundigheid.

Om de kwaliteit van de hulpverlening te verbeteren streeft de SWL naar een grotere deskundigheid binnen het vakgebied van de lymfologie. Hiertoe legt en onderhoudt de SWL contacten met alle medische en paramedische disciplines die met lymfoedeem te maken hebben en stimuleert de SWL wetenschappelijk onderzoek en het instellen van een leerstoel lymfologie.

Stimuleren en registreren.

Bovendien moedigt de SWL fysiotherapeuten aan om een aanvullende opleiding oedeemtherapie te gaan volgen. Tot slot draagt de SWL zorg voor een complete registratie van goed opgeleide oedeemtherapeuten en bandagisten.

Uitgebreide brochure.

De SWL heeft een uitgebreide brochure samengesteld, waarin u alle informatie vindt over o.a. behandelingsmogelijkheden van lymfoedeem, oefeningen en maatregelen die u helpen verergering van de aandoening te voorkomen.

Heeft u na het lezen van deze tekst nog vragen over SWL of haar werkzaamheden? Dan kunt u ons maandag t/m vrijdag tussen 10.00 uur en 12.00 uur bellen: tel. 0513-624979 of 033-4751564. Internet: www.spin.nl/oedeem.htm

 

AC - KUUR BIJ BORSTKANKER.

 

U hebt na een periode vol onzekerheid en onderzoeken te horen gekregen dat u borstkanker hebt. U en uw omgeving zullen erg geschrokken zijn van dit slechte nieuws. De arts heeft u een behandelingsvoorstel met chemotherapie gedaan, aanvullend op de operatie. U hebt in een persoonlijk gesprek met de arts alle informatie gekregen over deze kuur. Toch is veel daarvan u misschien ontgaan door alle emoties die u doormaakte op dat moment. Deze informatie is opgesteld zodat u alles nog eens door kunt nemen of anderen kunt laten lezen.

Schema van de kuur.

U krijgt twee verschillende medicijnen toegediend, te weten: Adriamycine en Cyclofosfamide. Op de eerste dag van de kuur krijgt u deze medicijnen toegediend. Dit gebeurt via een infuus. In schema ziet de kuur er als volgt uit:

adriamycine                     via een infuus                          dag 1

cyclofosfamide                via een infuus                          dag 1

Deze medicijnkuur krijgt u iedere drie weken toegediend. Na dag 1 heeft u 20 dagen rust. In principe krijgt u vier kuren. De kuren kunnen poliklinisch gegeven worden. Na toediening van de medicijnen kunt u terug naar huis.

Meest voorkomende bijwerkingen

-Misselijkheid, braken

-Haaruitval

-Invloed op het beenmerg

-Ontsteking van het mondslijmvlies

-Invloed op de voortplantingsorganen

-Vermoeidheid

-Blaasontsteking

Sommige mensen hebben veel last van bijwerkingen, anderen bijna niet. Uw arts zal zoveel mogelijk trachten te voorkomen dat deze bijwerkingen optreden. Indien de bijwerkingen optreden zal uw arts proberen de klachten te verlichten. Voor alle duidelijkheid: of u wel of geen last krijgt van bijwerkingen hangt af van de soorten cytostatica die u krijgt, niet van uw ziekte. De ernst van de bijwerkingen heeft niets te maken met het resultaat van de behandeling. Als u veel last hebt van bijwerkingen, mag u daaruit niet opmaken dat de medicijnen een goed effect op de ziekte hebben. Omgekeerd: hebt u weinig last van bijwerkingen, dan wil dat niet zeggen dat de medicijnen geen effect hebben op uw ziekte.

Misselijkheid, braken.

Er zijn tegenwoordig goede medicijnen tegen misselijkheid voorhanden. Zonodig schrijft uw arts deze medicijnen voor. Eventueel zal de arts u een recept voorschrijven voor thuis. Of u misselijk wordt is niet goed te voorspellen. Dit hangt af van welke medicijnen u krijgt en in welke hoeveelheid. Bovendien reageert ieder mens weer anders op de medicijnen die hij/zij krijgt.

Haaruitval

Ongeveer drie weken na de eerste kuur kan het haar gaan uitvallen. Naast het hoofdhaar kan ook het overige lichaamshaar uitvallen; dus ook wimpers, wenkbrauwen, schaamhaar en het haar onder de oksels. Dit is een confronterende gebeurtenis. Tact en steun van de omgeving is heel belangrijk. Als u wilt kan uw arts een machtiging voor u schrijven voor de aanschaf van een pruik. U kunt een pruik aanschaffen bij de kapper van uw keuze. De meeste kappers kunnen u een pruik leveren. Er zijn ook bedrijven die gespecialiseerd zijn in de verkoop van haarwerk. De verpleegkundige op de afdeling heeft een adressenlijst van deze bedrijven. Ga indien mogelijk nog voor de aanvang van de behandeling naar de kapper. Of anders zo snel mogelijk na de eerste kuur. De kapper kan dan zien hoe u gewend bent het haar te dragen en kan dan zorgen voor een pruik die bij u past. Als u uw pruik eens niet op wilt kunt u gebruik maken van een hoofddoek of muts. Na afloop van de behandeling groeit het haar weer aan. U kunt eventueel uw haar laten knippen voordat haaruitval begint. Als u last hebt van veel haaruitval kunt u het haar een paar maal goed wassen. Het losse haar zal daarna helemaal weg zijn.

Invloed op het beenmerg.

De medicijnen hebben invloed op het beenmerg waardoor tijdelijk te weinig bloedcellen aangemaakt worden met als gevolg bloedarmoede, een laag aantal witte bloedcellen en een laag aantal bloedplaatjes.                                                              

-Bloedarmoede: U kunt klachten krijgen van moeheid, hoofdpijn, duizeligheid, bleekheid, kortademigheid bij inspanning en hartkloppingen. Bij ernstige klachten kan een bloedtransfusie nodig zijn.

-Laag aantal witte bloedcellen: Witte bloedcellen beschermen het lichaam tegen infectie. Als er te weinig witte bloedcellen zijn, wordt de kans op infectie groter. Verklein het risico op infectie door: goede hygiene, het vermijden van contact met mensen met een infectieziekte (zoals griep, longontsteking ed), goede mondverzorging.

-Neem contact op met uw huisarts of specialist als u koorts heeft, of bij koude rillingen; als u keelpijn heeft; als u een erg kapotte mond hebt; als u pijn hebt bij het plassen; bij ernstige diarree langer dan twee dagen. Als u een infectie heeft doorgemaakt of als het aantal witte bloedcellen langer laag blijft, kan uw arts u een medicijn voorschrijven dat uw lichaam helpt om witte bloedcellen aan te maken.

Laag aantal bloedplaatjes.

Bloedplaatjes zijn betrokken bij de bloedstolling. Zij zorgen dat als u een wondje heeft, dit stopt met bloeden en er een korstje op komt. Als er te weinig bloedplaatjes zijn, blijft een wondje langer bloeden, kan er sneller een bloedneus ontstaan of bloedend tandvlees. De menstruatie zal heviger zijn. Verklein het risico op bloeding door:

Stoten te voorkomen, elektrisch te scheren, niet te krabben aan puistjes, geen scherpe voorwerpen te hanteren, zachte tandenborstel te gebruiken, temperatuur onder de tong of de oksel op te nemen (niet rectaal!!), geen pijnstillers te gebruiken die asperine bevatten; liever bijv. paracetamol of overleg met uw arts. Bij ernstige klachten of als het aantal bloedplaatjes erg laag is, kan een transfusie met bloedplaatjes nodig zijn.

Neem contact op met uw arts: als u last krijgt van blauwe plekken terwijl u zich niet gestoten heeft; als de menstruatie heviger wordt; als er bloed in de ontlasting of in de urine zit; als u op een andere manier veel bloed verliest.

U zult geregeld bloed moeten laten prikken, ook tussen de kuren door. Als uw bloed niet goed is, kan het zijn dat de volgende kuur een week uitgesteld wordt, of dat u een lager gedoseerde kuur krijgt. Uw specialist zal u dit uitleggen.

Ontsteking van het mondslijmvlies.

Er kunnen pijnlijke kapotte plekjes ontstaan in uw mond. Om dit te voorkomen wordt u aangeraden vier maal per dag uw mond te spoelen met zout water. Dit naast de gewone mondverzorging. Zout water zuivert de mond, voorkomt infectie en bevordert genezing. Andere middelen, zoals bvb kamillethee of hibident, kunnen de klachten verzachten, maar uit onderzoek is gebleken dat spoelen met zout water het beste helpt. In het ziekenhuis krijgt u dit van de verpleegkundige. Thuis kunt u deze oplossing zelf maken door 15 gram zout (1 eetlepel) in een liter kokend water op te lossen (of 3 gram zout (1theelepel) in een glas water). Laat deze oplossing afkoelen alvorens ermee te spoelen! Bewaar de oplossing in de koelkast, niet langer dan 24 uur. Zorg dat mond en lippen vochtig blijven. Gebruik bvb suikervrije kauwgom, zuurtjes, ijsblokjes, vaseline of cacaoboter.

Invloed op de voortplantingsorganen.

Als gevolg van de medicijnen kan steriliteit ontstaan. Dit houdt in dat eicellen niet levensvatbaar zijn. Vrouwen kunnen vervroegd in de overgang komen. Steriliteit hoeft niet altijd blijvend te zijn. Praat hierover met uw specialist. Het gebruik van voorbehoedmiddelen wordt dringend geadviseerd. Orale anti-conceptie is minder betrouwbaar als u behandeld wordt met chemotherapie. Aangeraden wordt om condooms te gebruiken.

Vermoeidheid.

Vermoeidheid kan omschreven worden als een gevoel van hinder ondervinden; wel willen, maar niet kunnen. Lichamelijk en geestelijk functioneren wordt hierdoor geremd. Lichamelijk ontbreekt de fut om dingen te doen, geestelijk ontbreekt de lust om iets te ondernemen. Schakel zonodig wijk- en/of gezinszorg in. Geef aan wat wel en wat niet gaat. Neem voldoende rust.

Psycho-sociale klachten.

Het hebben van kanker, de vele emoties die op u afkomen gedurende de behandeling, maar ook erna, beinvloeden uw welbevinden en dat van uw omgeving. Uw zelfbeeld en het beeld dat u van elkaar hebt is veranderd. Dit geeft z'n weerslag op de relatie. Iedereen beleeft dit op zijn/haar eigen manier. Praat erover met elkaar en met uw huisarts of specialist. Er bestaan diverse patientenverenigingen voor mensen met kanker. Hier kunt u in contact komen met mensen die hetzelfde doormaken als u. U kunt ervaringen uitwisselen en heel veel steun ondervinden van medepatienten. De verpleegkundigen op de afdeling kunnen u meer informatie verstrekken.

Blaasontsteking.

Een van de medicijnen die u krijgt, cyclofosfamide, kan blaasontsteking veroorzaken. Om de kans hierop te verkleinen wordt de kuur nooit 's avonds gegeven. Hiermee wordt voorkomen dat de urine met de resten van de medicijnen de hele nacht in de blaas blijft. Het is erg belangrijk om veel te drinken. Zo wordt de urine verdund en krijgt het medicijn minder kans om op de blaas in te werken.

Overige bijzonderheden.

Adriamycine kan de urine rood kleuren tot 12 dagen na de toediening.

 

Botontkalking (osteoporose).

In Nederland lijdt nu ongeveer een half miljoen vrouwen aan osteoporose. Gelet op de toenemende vergrijzing zal in de toekomst osteoporose een nog grotere bedreiging voor de volksgezondheid betekenen.

Wat is osteoporose?

Osteoporose is een botaandoening waarbij de hoeveelheid botweefsel en meestal ook de samenhang daarvan, zodanig is verminderd dat al bij een geringe belasting skeletvervorming, zoals inzakking van de wervels of fracturen optreden. Er zijn twee natuurlijke processen van belang die tot botverlies leiden, namelijk de menopauze ('overgang' bij vrouwen) en het ouder worden. Er worden dan ook twee typen osteoporose onderscheiden:

1. Postmenopauzale osteoporose: komt voornamelijk voor bij vrouwen na de menopauze. De afname van de oestrogeenproductie speelt hier de grootste rol. Bij dit type komen met name polsfracturen en ingezakte ruggewervels (rugpijn) voor.

2. Ouderdoms osteoporose: openbaart zich veelal pas na het vijfenzeventigste levensjaar, vaak door een heupfractuur. Ook deze vorm wordt vaker gezien bij vrouwen dan bij mannen, maar het verschil is veel minder groot dan bij type 1.

Een van de belangrijkste factoren die bepaalt of iemand op oudere leeftijd te maken zal krijgen met osteoporose fracturen is de maximale botmassa die tussen het twintigste en dertigste jaar bereikt wordt. Na het bereiken van de maximale botmassa blijft de botmassa gedurende een aantal jaren stabiel, waarna een periode van botverlies aanbreekt. Het grootste deel van de preventie van osteoporose dient dan ook plaats te vinden in de eerste dertig levensjaren! Op latere leeftijd gelden deze preventieve adviezen voornamelijk ter voorkoming van grotere problemen.

Oorzaken en risicofactoren.

Behalve door genetische (aangeboren) factoren, ras, geslacht, leeftijd en hormoonstatus wordt de botmassa bepaald door lichamelijke activiteit en voeding. Deze laatste twee factoren kunt u zelf be-invloeden door op uw voeding te letten en meer lichaamsbeweging te nemen. Naast calcium en vitamine D spelen onder andere ook fosfor, magnesium, borium, mangaan, zink, koper, silicium, vitamineK en C een belangrijke rol. Ook het gebruik van genotmiddelen hebben invloed op de botmassa.

Praktische adviezen.

*Voldoende lichamelijke activiteit en bij voorkeur buiten. Het type van de activiteit is hierbij van belang. Gewichtsdragende bewegingen zoals wandelen, hardlopen, balsporten en dansen bevorderen de ontwikkeling en het behoud van de botmassa meer dan fietsen of zwemmen. Daarnaast is het van belang dat mensen met een lage botdichtheid de kans op vallen zoveel mogelijk verminderen door de sterkte van spieren en co-ordinatie te verbeteren.

*Zorg voor voldoende calcium in de voeding. Melk, zure melkproducten (zoals biogarde, yoghurt, karnemelk en kwark) en kaas zijn de belangrijkste bronnen. Daarnaast bevatten in mindere mate ook water, groenten, noten, zaden, peulvruchten en volkoren graanproducten calcium. Als u twee of drie glazen/schaaltjes, bij voorkeur zure melkproducten en een of twee plakken kaas gebruikt en rekening houdt met de andere adviezen, krijgt u voldoende calcium binnen. De activiteit van botvormende cellen is 's nachts het grootst, daarom is het aan te raden om 1 van de melkconsumpties 's avonds voor het naar bed gaan te nemen. Dit is ook de beste tijd voor het nemen van een calciumsupplement als dat nodig mocht zijn.

*Zorg voor voldoende vitamine D, want dit vitamine speelt een hoofdrol bij de opname van calcium in ons lichaam. Als u voldoende buiten komt, hoeft u zich amper zorgen te maken over de voorziening ervan. Vitamine D wordt dan voldoende in de huid gevormd. Voedingsmiddelen die van nature rijk zijn aan dit vitamine zijn vette vis, vlees, volle melkproducten en eieren. Margarine en halvarine worden verrijkt met vitamine D.

*Zorg voor een zeer royale groente en fruitconsumptie. Deze bevatten met name magnesium, borium, vitamine C en K. Citrusfruit is rijk aan silicium en vitamine C, bananen zijn magnesiumrijk, dus het beste is dat u zoveel mogelijk varieert. Vitamine K wordt ook gemaakt door de darmbacterien, daarom is een goede darmflora eveneens van groot belang. Gedroogd fruit, zoals ongezwavelde rozijnen en abrikozen, is onder andere rijk aan borium. Borium remt de calcium- en magnesiumuitscheiding via de urine en verhoogt het oestrogeengehalte.

*Gebruik ongeraffineerde (volkoren) graanproducten en zo min mogelijk geraffineerde. Volkoren producten bevatten veel meer mineralen waaronder calcium, silicium, magnesium, zink en koper. Tevens zijn de vezels in deze producten van groot belang voor een goede darmflora. Losse tarwezemelen kunt u beter niet gebruiken, omdat daar fytinezuur in voorkomt, dat de opname van mineralen in het lichaam remt.

*Een hoge consumptie van eiwitrijke voedingsmiddelen, zoals vlees, vis en soja, verhoogt de uitscheiding van calcium in de urine. Deze voedingsmiddelen kunt u beter niet iedere dag eten.

* Koudgeperste olie, noten, zaden en de pasta's hiervan zijn goede vetbronnen. Ze leveren u, behalve de olie, ook mineralen.

*Voldoende drinken is altijd belangrijk. Cafeine verhoogt de uitscheiding van calcium in de urine, daarom kunt u het beste de koffie-, thee,- cacao- en cola-consumptie beperken. Kruidenthee en granen- of vruchtenkoffie zijn smakelijke alternatieven.

*Matig uw zoutgebruik, want een hoge consumptie van zout leidt tot een verhoging van de calciumuitscheiding in de urine. U kunt beter vaker verse en gedroogde kruiden gaan gebruiken.

*Matig uw suikergebruik. Hier vallen ook alle suikerrijke producten onder. Suiker verhoogt de uitscheiding van onder andere magnesium in de urine.

*Roken en overmatige alcoholconsumptie vergroten de kans op osteoporose. Probeer te stoppen met roken en het alcoholgebruik te beperken.

*Probeer u voldoende te ontspannen. Overmatige stress heeft een negatieve invloed op verschillende vitamines en mineralen in uw lichaam.

 

 

Weefsel-expansie.

 

Weefsel-expansie (het oprekken van de huid) is een relatief nieuwe methode in de plastische chirurgie. Bij weefsel-expansie rekt men met behulp van een ballon (expander) een gedeelte van de huid uit. De ballon is gemaakt van siliconenrubber. Dit stukje bevat informatie over de verschillende onderwerpen die bij deze behandelingsmethode voor u van belang kunnen zijn.

Waarom?

Weefsel-expansie kan om verschillende redenen toegepast worden. Het kan nodig zijn om verlittekende huid te bedekken. Hierbij wordt de opgerekte huid opgeschoven. Een andere reden is om een borst te maken na amputatie. Hierbij wordt de opgerekte huid niet opgeschoven, maar wordt na het uitrekken van de huid een prothese onderhuids ingebracht. Soms wordt gekozen om de weefsel-expander te laten zitten.

Bij wie?

Weefsel-expansie is toe te passen op bijna ieder deel van het lichaam dat met huid bedekt is. Na een ongeluk of een ingrijpende operatie kunt u voor behandeling met behulp van weefsel-expansie  in aanmerking komen. De behandeling is echter belastend en zodoende minder geschikt voor jonge kinderen.

Mogelijkheden.

*het maken van een borst na amputatie

*vervangen van door littekens onbehaarde huid op het behaarde hoofd.

*ter verwijdering van tatoeages, littekens of huidtransplantaten.

Verwachtingen

Er zijn wel grenzen aan de toepassingsmogelijkheden van weefsel-expansie. Soms is het nodig de ingreep te herhalen, als de huid in een keer niet voldoende uitgerekt kan worden om de oude huid te vervangen. Het is goed u te realiseren dat soms extra littekens moeten worden aangemaakt omdat iedere ingreep littekens veroorzaakt. Bovendien zullen er ook altijd restlittekens blijven bestaan.

Risico's

Op de eerste plaats zijn er de risico's van de narcose. Verder bestaat ook hier - net als bij elke andere operatie - de mogelijkheid van bloeding, weefselversterf, infectie en/of gestoorde wondgenezing. Daarbij komt het risico dat de ballon niet langer verdragen wordt.

Gang van zaken.

De operatie wordt meestal in narcose uitgevoerd. Soms is plaatselijke verdoving mogelijk. Via een snede in de huid wordt een niet opgeblazen ballon met een vuldop onder de huid aangebracht. De plaats ligt vlak naast het gebied waar (normale) huid afwezig is of waar extra huid nodig is. Nadat de wonden zijn genezen, wordt een begin gemaakt met het opvullen van de ballon: de arts spuit via een naald in de onderhuidse vuldop een zoutoplossing in de ballon. Deze zet uit en rekt de huid op. Hiervan heeft u een paar uur lang wat ongemak. Op de plaats van de ballon ontstaat geleidelijk aan een flinke zwelling. Deze kan storend zijn en commentaar en vragen van derden opwekken. De ballon wordt stapje voor stapje (1 a 2 maal per week) met de zoutoplossing gevuld. De huid krijgt dan de tijd om mee op te rekken. Wanneer de huid voldoende is opgerekt, wordt in een tweede operatie de ballon verwijderd en de extra huid gebruikt voor het geplande doel.

Duur.

De opnames in het ziekenhuis zijn meestal kort. Afhankelijk van het lichaamsdeel enkele dagen tot ruim een week. Er zijn tenminste twee operaties nodig. De poliklinische behandeling - het opvullen van de ballon en de controles - neemt meestal 8 tot 12 weken in beslag.

Herstel.

Het duurt een paar weken voordat de hechtingen van de eerste operatie verwijderd kunnen worden en de wondranden genezen zijn. Na het inspuiten van de zoutoplossing moet u rekenen op een aantal uren ongemak. Het herstel van de tweede operatie is niet in zijn algemeenheid te beschrijven. Het is afhankelijk van de plaats en de omvang van het behandelde gebied.

Resultaat.

Het gebruik van expanders kan leiden tot resultaten die op een andere manier niet te behalen zijn. Helaas is mislukken van de behandeling niet uit te sluiten doordat de expander vroegtijdig door de huid komt. Later kan de geplande procedure wel herhaald worden.

Kosten.

De kosten van deze behandeling zijn hoog, onder meer omdat het minimaal twee operaties betreft. Ook de ballon (expander) is kostbaar. Meestal bestaan er duidelijke medische redenen die de ingreep noodzakelijk maken. Dan zijn de ziektenkostenverzekeraars bereid de kosten te vergoeden. Dit dient wel vooraf aangevraagd en geregeld te zijn.

Tot slot.

U wordt behandeld naar beste kunnen. Garantie op de resultaten of op een ongestoord verloop kan men echter niet geven. Stel uw arts de vragen die u heeft. Hij zal gaarne bereid zijn deze te beantwoorden.    

 

 

 

 

Omhoog