shetlander

Communities

ZeelandNet

shetlander

Welkom op de community shetlander!

287.019 bezoekers 8 leden Log in

Paardenrassen


Nederlandse paardenrassen

Je hebt verschillende rassen van paarden op de wereld. Een ras is een soort paard. Als je om heen kijkt zie je dat de paarden heel erg verschillen van elkaar. Het ene paard heeft een groter hoofd dan het andere paard. En een volgend paard is weer veel groter. Hieronder vind je een aantal paardenrassen. In Nederland hebben we ook een aantal paardenrassen. Alle Nederlandse paardenrassen vind je op deze site.

 

Het Friese paard

Herkomst: Friesland, Nederland

Schofthoogte: Ongeveer 160 cm

Kleur: Zwart. Ze mogen een paar witte haartjes op het voorhoofd hebben, verder moeten ze zwart zijn.

Uiterlijk: Kleine oortjes, lange haren aan de benen, lange manen en staart.

Karakter: Rustig, ze willen graag dingen leren en ze willen ook graag dingen voor je doen.

Het Friese paard is een heel oud ras. De Romeinen hadden Friese ruiters in dienst om oorlog te voeren. Deze ruiters namen hun eigen paarden mee. De paarden leken toen al op de Friese paarden van nu. Ook de ridders in de middeleeuwen reden ook op paarden die op Friese paarden leken. Deze paarden waren erg sterk en konden een ridder met een harnas makkelijk dragen. Een ridder met een harnas aan weegt ongeveer 250 kg. De Friese paarden die we nu kennen lijken het allermeest op de ridderpaarden. Veel paardenrassen stammen af van de Friese paarden. Zoals de Mérens pony. Friese paarden werden niet alleen gebruikt om ridders te dragen maar ook om een kar of een koets te trekken. De koningen en koninginnen van Nederland hadden ook Friese paarden voor de koets of om op te rijden. Koningin Beatrix heeft nog steeds Friese paarden om de Gouden Koets te trekken op Prinsjesdag (3de dinsdag in september). De paarden kunnen hun voorbenen heel hoog optillen en dat ziet er heel mooi uit voor de koets. De paarden werden ook voor draverijen gebruikt. Bij draverijen gaat het erom dat de paarden zo hard mogelijk draven met een klein karretje (de sjees) achter zich aan. Er worden nu nog steeds draverijen gehouden met Friese paarden. Toen er nog geen tractoren waren werden ze natuurlijk ook als werkpaard gebruikt om de ploeg te trekken. Nu trekt de Fries nog steeds een sjees of een kar, maar er wordt ook op gereden, bijvoorbeeld dressuur (figuren rijden in een soort grote zandbak). De paarden worden ook gebruikt in circussen. De Friese paarden willen erg graag kunstjes leren en daar zijn ze ook nog eens heel erg goed in. In Friesland doen de mensen ook aan ringsteken. De paarden worden voor de sjees gezet en dan moet je proberen met een stokje een ring uit een houten handje te pakken. Dit is een heel oud spel. Andere mensen rijden marathons met Friese paarden. Een marathon is een rit met een karretje achter het paard door de bossen en door bijvoorbeeld water. De paarden moeten zo snel mogelijk een bepaalde weg afleggen volgens bepaalde regels.
In de zomer krijgen Friese paarden vaak een deken op. Door de zon kan het zwart namelijk veranderen in bruin en dat is niet mooi. Vroeger had je ook Friese paarden met een andere kleur. Ze waren bijvoorbeeld bruin, wit, bont (wit en nog een andere kleur) of hadden witte haartjes tussen de zwarte haren (stekelharen).

 

Het Groninger paard

Herkomst: Groningen, Nederland

Schofthoogte: Als de paarden 3 jaar oud zijn moeten ze 157 cm hoog zijn. Als de paarden 6 jaar oud zijn moeten ze minimaal 162 cm groot zijn

Kleur: Licht of donker bruin en zwart. De paarden mogen maar heel weinig wit hebben aan hun benen en hoofd.

Uiterlijk: Korte benen en een lange rug

Karakter: Rustig, schrikt niet snel

De Groninger is niet zoals het Friese paard al heel oud. De Groninger werd vroeger vooral gebruikt om op het land te werken of om karren te trekken. De mensen vonden het toen erg belangrijk dat het paard hard kon werken en het maakte niet uit wie de ouders van de paarden waren. De Groninger paarden waren verschillend in uiterlijk. De paarden die in het noorden van Groningen leefden moesten veel zwaarder werk doen dan de paarden in zuid Groningen. In het noorden van Groningen heb je kleigrond. Dit is grond waar heel goed aardappelen op willen groeien. Klei is heel zwaar om te ploegen. Alle korreltjes blijven aan elkaar kleven. In het zuiden van Groningen heb je juist hele lichte grond, zand. De zandkorreltjes blijven niet aan elkaar kleven en het is dus makkelijker te ploegen dan klei. Daarom waren de paarden in het noorden van Groningen veel sterker en zagen er groter en zwaarder uit dan de paarden in het zuiden van Groningen.Vanaf 1870 gingen de mensen Groninger paarden kruisen met andere rassen. Deze rassen kwamen allemaal uit Duitsland, bijvoorbeeld Oldenburgers, Holsteiners en Oost-Friese paarden (dit zijn andere paarden dan het Friese paard). De mensen gingen kruisen omdat ze hoopten betere paarden te krijgen. Dat er nog maar zo weinig Groninger paarden zijn komt doordat de mensen nu tractoren en auto's hebben, ze hebben het paard niet meer nodig om te werken of om naar de stad te gaan. In 1980 waren er mensen die ontdekten dat er nog maar 1 Groninger paard, een hengst, over was en deze stond bij de slager en was al 16 jaar oud. Een paar mensen hebben samen dit paard, Baldewijn, gekocht. Baldewijn kwam toen op Landgoed Nienoord en mocht merries dekken (paren). De mensen wilden proberen om weer echte Groninger paarden te fokken. Het fokken gaat nu goed, maar er zijn nog steeds niet veel Groninger paarden.
De Groninger paarden kunnen heel lang achter elkaar zwaar werk doen. De paarden vinden het ook niet erg als ze een weekje niet hoeven te werken en alleen maar in de wei mogen lopen. Als je wilt gaan rijden kun je ze zo uit de wei pakken en weg rijden. Ze gaan geen vrolijke bokkensprongen maken. Als er onderweg iets gebeurt, bijvoorbeeld een trekker die langs komt met een rammelende wagen, dan schrikt hij niet snel. De meeste paarden schrikken daar wel van!
Wist je trouwens dat de koningin ook Groninger paarden heeft? Ze heten Koene en Omar. De Koningin heeft de namen zelf verzonnen. De paarden trekken 1 keer in de 2 jaar de Gouden Koets op Prinsjesdag samen met andere paarden. Het ene jaar trekken Friese paarden de koets en het andere jaar Groninger paarden. De politie in Amsterdam heeft ook een paar Groninger paarden. De paarden kunnen goed bij de politie werken omdat ze niet snel schrikken. De paarden doen ook nog andere dingen. Er is iemand die rijdt “western” met een Gronings paard. Western rijden is wat de cowboys in Amerika doen. Het paard is al een paar keer Nederlands kampioen geweest. Andere paarden lopen voor een wagentje, aangespannen, of er wordt dressuur mee gereden. De paarden zijn in dressuur en in aangespannen rijden erg goed.

 

Het Gelders paard

Herkomst: Nederland, provincie Gelderland

Schofthoogte: Minimaal 155 cm en maximaal 160 cm

Kleur: Ze zijn vaak bruin van kleur maar ze zijn ook wel eens schimmel. Schimmel is een kleur waarbij het paard donker wordt geboren en later grijs en zelfs helemaal wit wordt

Uiterlijk: De meeste paarden hebben heel veel wit aan hun benen en hoofd. De paarden kunnen hun voorbenen heel hoog optillen. Daarom lopen ze vaak voor een rijtuig

Karakter: De paarden willen heel graag werken

Eigenlijk mogen we niet zeggen het Gelders paard. Het Gelders paard is een type, je kunt zeggen een bepaalt soort paard. Het is geen ras. De paarden vallen onder het KWPN stamboek. Vroeger had je in Gelderland een sterk trek- en werkpaard. Dit paard leek een klein beetje op het Groninger paard. Het paard uit Gelderland zag er echter minder zwaar en veel slanker uit. Toen de paarden naast het werken ook voor een koets moesten lopen, zijn de mensen de trekpaarden uit Gelderland gaan kruisen (paren) met andere paardenrassen. Met Engelse volbloed paarden (hele slanke paarden met lange benen die heel hard kunnen lopen), maar ook met paarden uit Egypte, Rusland, Frankrijk en Duitse paarden. De Duitse paarden zijn ook gebruikt om te kruisen met Groningse paarden. De mensen vonden het mooier als een paard er slank uitzag. Je ziet nu niet zo heel veel verschil meer tussen het Gelderse paard en het Groninger paard.
Er zijn nu mensen die het paard aanspannen of op het paard rijden. Er zijn zelfs paarden die heel goed kunnen springen! Sommige mensen gebruiken het Gelders paard nog steeds als werkpaard. Ze zetten het paard voor de ploeg of voor de kar om hooi (gedroogd gras) van het land te halen. Je kunt eigenlijk alles met dit paard doen.

 

Het Nederlandse Trekpaard

Herkomst: Zuiden van Nederland

Schofthoogte: Ongeveer 160 cm

Kleur: Grijs, helemaal bruin of heel licht bruin van kleur

Uiterlijk: Klein hoofd, heel veel haar aan zijn korte benen en heel erg gespierd

Karakter: Rustig en ze willen erg graag werken

Aan het eind van de 19de eeuw (1890 -1899) zijn de mensen trekpaarden in Nederland gaan fokken. De paarden moesten erg sterk zijn omdat ze heel zwaar werk moesten doen bij de boeren. In Nederland hebben we Belgische werkpaarden gekruist met andere paarden en dat werd het Nederlandse trekpaard.
Het Nederlands trekpaard lijkt heel veel op het Belgische trekpaard, de “Belg”. De meeste mensen kunnen het verschil niet eens zien! Het Nederlandse trekpaard is kleiner dan de Belg.

Het Nederlands trekpaard is een heel zwaar paard. Hij kan wel 750 kg tot 1000 kg zwaar worden. Hij mag dan wel zwaar zijn en er niet snel uit zien, maar hij kan heel goed stappen en draven voor een zo'n groot paard.
In Nederland houden de mensen het Nederlandse trekpaard vaak als hobby. Het paard wordt door sommige mensen nog steeds gebruikt om op het land te werken. Er zijn ook paarden die lopen voor een wagen of mensen rijden er mee in de bossen. Met het Nederlandse trekpaard word ook ringsteken gereden net als met Friese paarden alleen nu zitten de mensen erop.

 

Het KWPN paard

Herkomst: Nederland

Schofthoogte: Minimaal 165 cm en niet groter zijn dan 170 cm

Kleur: Alle kleuren

Uiterlijk: Dat is erg verschillend. De tuigpaarden en de rijpaarden zien er elegant uit, het Gelderse paard iets minder

Karakter: De paarden willen erg graag werken en de mensen gebruiken de paarden in alle paardensporten

Het KWPN paard komt uit niet zoals de rassen hiervoor uit een provincie, maar uit heel Nederland. KWPN betekent: Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland. Het is een beetje een apart paard. Het KWPN paardenras is nog heel jong. Het ras is in de 20e eeuw ontstaan. De mensen wilden een paard dat mooi was en elegant. Elegant is een moeilijk woord dat eigenlijk wil zeggen dat het paard er heel mooi uit ziet en mooi loopt. Je hebt 3 soorten KWPN paarden. Je hebt tuigpaarden, rijpaarden en Gelderse paarden.
De tuigpaarden zijn eigenlijk een aantal paardenrassen samen. Het KWPN tuigpaard is een kruising van het Groninger paard en het Gelderse paard. Er wordt geprobeerd om door het kruizen van deze paarden een zo mooi mogelijk tuigpaard te fokken. Nederland is het enige land waar tuigpaarden gefokt Rijpaarden zijn paarden die heel goed kunnen springen en dressuur rijden. Deze paarden hebben dezelfde voorouders als de tuigpaarden maar ook nog Engelse volbloedpaarden, dravers en Holsteiner (Duitse paarden) als voorouders. Voorouders wil zeggen de paardenrassen waar mee gekruist is. De opa's en oma's en overgrootouders dus. Door dat de rijpaarden andere voorouders hebben dan tuigpaarden zien ze er ook anders uit. Ze zijn veel slanker en eleganter. Ze hebben langere benen en lijken slanker. De rijpaarden willen erg graag werken en kunnen snel leren en onthouden veel.
Als je meer wilt weten over het Gelderse paard kun je
hier klikken.

 

Ponyrassen

 

In Nederland hebben we geen eigen ponyras en daarom rijden hier veel kinderen op pony's uit Groot-Brittannië. In Groot-Brittannië zijn 9 rassen. Dat zijn er heel veel. De meeste ponyrassen uit Groot-Brittannië komen ook voor in Nederland. De reden dat wij in Nederland zoveel engelse rassen hebben, is dat we grotere pony's nodig hadden. De kinderen reden in Nederland op Shetlandpony's. Als de kinderen te groot werden dan was er eigenlijk geen geschikte pony om op te rijden. De paarden waren te groot en de Shetlanders te klein. In Groot-Brittannië hadden ze pony's die erg veel op kleine paarden leken. De mensen vonden dat mooi en haalden de engelse pony's naar Nederland. De meeste van de ponyrassen die je hier onder vindt komen uit Groot-Brittannië.

 

Shetland pony

Herkomst: Groot-Brittannië, Shetland-eilanden

Schofthoogte: De Shetlander mag als hij 3 jaar is niet groter zijn dan 102 cm. Als de pony's 4 jaar of ouder zijn mogen ze niet groter zijn dan 107 cm. Alle kleuren behalve kleine witte vlekjes of stipjes

Uiterlijk: Klein, kleine oortjes, donkere ogen en een breed voorhoofd, dikke manen en staart

Karakter: Ondeugend, lief

De Shetlandpony wordt vaak Shetlander genoemd. De Shetlander is het oudste en het kleinste ponyras in de wereld.
De Shetland-eilanden liggen in het noorden van Groot-Brittannië, boven Schotland. De Shetland-eilanden zijn erg koud, in juli is het er gemiddeld 12ºC. Dat is niet warm in de zomer! Doordat het op de Shetland-eilanden veel regent en erg koud is zijn de pony's zo klein. Kleine pony's kunnen veel beter in leven blijven dan grote pony's en paarden. Een kleine pony kan zich beter warm houden en heeft niet zoveel eten nodig als een paard of een grote pony. Doordat het zo koud is op de eilanden groeit er niet zo veel. De Noormannen hebben vroeger zelfs de laatste bomen meegenomen. De pony's aten daarom vroeger taaie heide en zeewier.
Doordat de Shetlander een hele sterke en kleine pony is kan hij goed in de kolenmijnen gebruikt worden. De kinderen mochten niet meer in de kolenmijnen werken en de volwassen mannen waren te groot om in alle gangen te komen. De Shetlander paste wel in de gangen. De pony's werden ook gebruikt bij klusjes rond het huis, zoals water pompen. De Shetlander werd niet alleen voor werken gebruikt, rijke mensen hadden ook Shetlanders. De kinderen reden op de pony's of de Shetlanders werden voor een rijtuigje gezet. De mensen moesten in Groot-Brittannië geld betalen om op de weg te mogen rijden met hun paard en koets. Hoe groter het paard hoe meer ze moesten betalen.
De Shetlanders die we nu kennen zijn nog steeds klein en heel erg sterk en hebben niet veel eten nodig. Als de pony hard moet werken of er wordt op gereden dan heeft de pony wel een klein beetje biks nodig. Als je de pony te veel eten geeft wordt hij ziek.
Op ponyclubs wordt nog steeds gereden op Shetlanders. Niet zo heel veel als vroeger. De meeste kinderen zijn al groot als ze gaan pony rijden en passen dan niet meer op een Shetlander. Je kan met een Shetlander dezelfde dingen doen als met andere pony's. Hij kan springen en dressuur, maar er zijn ook kinderen die er “Grand National” mee rijden. Grand National is een sport die uit Groot-Brittannië komt. Het is de bedoeling dat je zo snel mogelijk over een ronde baan rijdt met een paar lage hindernissen. De snelste heeft gewonnen. In Groot-Brittannië doen ze dit ook met grote paarden, Engelse volbloeds. Als je groot bent hoef je je Shetlander niet te verkopen. De pony vindt het ook erg leuk om voor een rijtuigje te lopen. Zomaar in het bos of tijdens wedstrijden, bijvoorbeeld marathons.

 

Welshpony

Herkomst: Groot-Brittannië, provincie Welsh

Schofthoogte: De schofthoogte is heel verschillend. De pony's zijn in groepen, secties ingedeeld en elke sectie heeft zijn eigen schofthoogte

Kleur: Alle kleuren behalve bont.

Uiterlijk: De pony's hebben allemaal een luxe hoofd en de pony's kunnen mooi lopen. Veel kleine pony's hebben blauwe ogen.

Karakter: De pony's willen ontzettend graag werken. Ze hebben geen speciale verzorging nodig.

De pony's worden al heel vroeg in de geschiedenis genoemd. In Welsh werden kleine pony's gebruikt voor het werk op het land en het vervoeren van spullen. In Welsh hebben ze in de 10de eeuw een wet gemaakt waar precies in stond wat de pony's mochten doen en wat niet. De wet verdeelde alle pony's en paarden in Welsh in 3 groepen.

1.Rijpaard of rijpony. Op deze paarden en pony's gingen de mensen rijden.

2. Pakpaard of pakpony. De paarden en pony's werden gebruikt om spullen op hun rug te vervoeren.

3. Werkpaard. Een werkpaard of pony trok een kar of een slee.

Het leuke is dat in Welsh alleen ossen, mannetjes koeien die geopereerd zijn en geen kalfjes meer kunnen maken, op het land mochten werken. In heel Groot-Brittannië hadden ze de paarden en pony's in deze 3 groepen ingedeeld. Deze wet heeft wel 600 jaar geduurd.
Tussen 1100 en 1500 gingen de mensen op “kruistocht”. De mensen gingen naar Turkije en namen paarden mee terug. Ze gingen de pony's met deze paarden kruisen en toen kreeg je de Welsh pony zoals die nu ook is.
We hebben de pony's in 5 groepen verdeeld. Elke groep noemen we een sectie. De mensen hebben de pony's in groepen gedeeld, omdat er zoveel verschillende soorten pony's zijn. Je hebt kleine pony's die er heel elegant uit zien en grote pony's die er weer heel anders uit zien.

Sectie A zijn de kleinste pony's. Deze pony's mogen maximaal 122 cm hoog worden.

Sectie B pony's mogen niet groter zijn dan 137 cm.

Sectie C zijn pony's die in de middelste groep zitten ze mogen net als de pony's uit de vorige groep niet groter zijn dan 137 cm. Het verschil tussen de pony's is hun uiterlijk. De pony's zien er zwaarder uit je kunt er prima lange trektochten mee maken.

Sectie D is een hele rare groep pony's. Deze pony's zijn groter dan 137 cm. Het maakt niet uit hoe groot ze worden.

De laatste groep wordt sectie K genoemd. Pony's in deze groep mogen niet groter zijn dan 147 cm. De pony's zien er heel luxe uit. Deze pony's zie je heel veel in de dressuur en springsport lopen.

De Welsh pony's zie je heel veel in de ponysport. Veel topruiters zijn begonnen op een Welsh pony. Nu rijden ze op hoog niveau, ze springen, rijden dressuur of doen bijvoorbeeld aan military.

 

New Forest pony

Herkomst: Groot-Brittannië, ten zuid - westen van Southampton

Schofthoogte: De pony's zijn verdeeld in 2 categorieën. Kleine maat pony's mogen niet groter zijn dan 136,9 cm en de grote maat pony's mogen niet groter zijn dan 148 cm

Kleur: Alle kleuren maar geen bont.

Uiterlijk: De pony's zien er vierkant uit. Dit komt doordat de voorbenen net zo lang zijn als het stuk van de rug de pony naar de onderkant van de buik.

Karakter: Lief en ze willen graag werken, sober (hebben geen bijzonder eten nodig), worden niet snel ziek, slim De New Forest pony's leven vanaf de middeleeuwen, in het New Forest (nieuw bos) gebied. Dit gebied ligt in het zuiden van Groot-Brittannië. De pony's zijn naar het gebied genoemd waar ze leven. De New Forest is een natuurreservaat van 1800 hectare groot en er lopen nu nog steeds pony's los.
De Turken zijn ongeveer 6000 jaar geleden voor het eerst begonnen met het fokken van pony's. Deze door de turken gefokte pony's zijn langzaam door Europa getrokken en ongeveer 3000 jaar geleden in Groot-Brittannië terechtgekomen. De eerste pony's werden voor de jacht en de oorlogvoering gebruikt. Er ontsnapte ook wel eens een pony en deze verwilderde dan. De New Forest pony stamt waarschijnlijk van deze verwilderde pony's af.

De New Forest pony was vroeger kleiner dan hij nu is. In de 18de eeuw wilden de mensen grotere pony's hebben en hebben ze de wilde pony's in de New Forest gekruist met andere paarden. De pony's werden gekruist met een engelse volbloed en de arabier. De pony's werden toen niet alleen groter, maar gingen er ook anders uitzien. Je kunt het nu nog steeds zien aan de pony's dat ze vroeger gekruist zijn met arabieren en Engelse volboeds. De pony's hadden steeds meer verzorging nodig en konden niet zo goed meer voor zichzelf zorgen. Daarom is aan het eind van de 19de eeuw besloten om de pony's niet meer te kruisen met andere paarden. Er is toen een fokvereniging Engeland op gericht. De mensen zijn toen gaan bijhouden wie de vader en moeder zijn van een pony, de kleur en het geslacht van de pony.
In Groot-Brittannië lopen de pony's nog steeds in het bos en de mensen gaan nog steeds zo om met hun pony's als vroeger. De pony's worden in de herfst gevangen en de jonge dieren die nog geen merk hebben worden gemerkt, ook worden bij alle dieren de staarten geknipt om aan te geven of de eigenaar wel belasting heeft betaald. De pony's van een andere eigenaar worden anders geknipt. De New Forest pony is in 1957 voor het eerst naar Nederland gekomen. De mensen waren op zoek naar een pony die groter was dan een Shetlander, maar kleiner dan een paard.
Het New Forest stamboek in Nederland bestaat inmiddels alweer ruim 40 jaar. De pony's in Nederland zijn groter dan in Groot-Brittannië en zien er anders uit. In Groot-Brittannië mogen de pony's niet groter zijn dan 142 cm.
De pony's zijn erg goed in springen, dressuur en mennen. Heel veel topruiters zijn begonnen op een New Forest pony. Springruiters als Jan Tops, Albert Voorn en Emiel Hendrix, maar ook dressuurruiters zijn begonnen op New Forest pony's.

 

Connemara pony

Herkomst: Ierland

Schofthoogte: tussen de 130 cm en 140 cm

Kleur: Schimmel, vaal zwart, licht en donker bruin

Uiterlijk: Korte rug, korte benen, klein hoofd

Karakter: Snel, verstandig, niet snel bang, kunnen goed springen, makkelijk om mee om te gaan

Vroeger was de Connemara pony isabel van kleur. Isabel is een gelige kleur en de pony's hadden een aalstreep. Bij Fjorden en Przewalskipaarden zie je nog steeds een aalstreep. Een aalstreep is een donkere streep die over de hele rug van de pony loopt. Tegenwoordig zijn isabel kleurige Connemara pony's zeldzaam.
De Connemara pony's hebben heel lang in de heuvels van Ierland gewoond. In de heuvels is niet zoveel voedsel te vinden voor de pony's en ze moeten goed hun best doen om te overleven. Ook nu leven de pony's vaak nog in het wild.

 

Dartmoor pony

Herkomst: Groot-Brittannië, Dartmoor, zuidwesten van Engeland

Schofthoogte: 120 cm – 127 cm

Kleur: Bruin en zwart, geen bonte pony's

Uiterlijk: De pony's mogen niet te veel wit (aftekeningen) hebben, kleine oortjes, dikke staart en elegant

Karakter: Vriendelijk, ze voelen goed in wat voor stemming je bent

De pony's leven nog steeds in het wild. In het gebied waar ze leven groeit veel heide en daar moeten ze hun voedsel tussen vinden. In de tweede wereldoorlog werd de heide waar de pony's liepen gebruikt door militairen om te oefenen. De pony's hadden toen geen gemakkelijk leven. De Dartmoor pony kan heel oud worden en is een ideale pony om op te rijden voor kleine kinderen.

 

Exmoor pony

Herkomst: Groot-Brittannië, Exmoor, zuidwesten van Engeland

Schofthoogte: ongeveer 123 cm

Kleur: Tussen licht en donker bruin met zwarte vlekken rond de ogen en neus

Uiterlijk: De pony heeft een grijs witte kleur om de neus, dit noem je een meelsnuit. Onder de buik en tussen de achterbenen is hij lichter van kleur, korte oortjes, korte en sterke hals. In de zomer glanst de pony en in de winter glanst hij niet.

Karakter: intelligent, vlug en vriendelijk en betrouwbaar, goede springer

De pony's komen net als de Dartmoor pony's uit een gebied met erg veel heide. De Exmoor pony is een heel oud ras. De Kelten gebruikten de pony's al om te trekken. Als de pony's niet bij mensen zijn opgegroeid dan is het erg moeilijk om op ze rijden. Als ze wel bij mensen opgroeien dan kunnen de kinderen er heel goed op rijden.
De Exmoor pony is een hele “harde” pony. In de winter wanneer het erg koud is hebben ze geen extra eten nodig of beschutting.

 

IJslander

Herkomst: IJsland

Schofthoogte: Tussen de 125 cm en 140 cm

Kleur: Alle kleuren

Uiterlijk: Groot hoofd met kleine oren, dikke ruwe vacht

Karakter: Vriendelijk, betrouwbaar, goedmoedig

De IJslander is eigenlijk een bergpaard en werd vooral gebruikt om spullen te vervoeren, als lastdier en om op te rijden. De IJslander is een bijzondere pony omdat hij 5 gangen heeft. Naast de stap, draf en de galop kan de IJslander ook de tölt en de telgang. De tölt is een gang die tussen de stap en draf in ligt. De pony's kunnen dit heel lang volhouden. De telgang is een soort draf. Bij draf tilt een paard of pony de benen kruislings op. Het rechtervoorbeen en het linkerachterbeen gaan tegelijk omhoog. Bij de telgang worden het rechtervoor- en achterbeen tegelijk opgetild. De pony's komen zo heel snel vooruit. De IJslanders zijn laat volwassen. De meeste paarden en pony's kun je berijden als ze 3 jaar oud zijn. De IJslander kun je pas berijden als ze 5 jaar oud zijn. Het bijzondere aan de IJslander is dat volwassenen er ook heel goed op kunnen rijden. Het is dus een echte familie pony.

 

Pony of een toch een paard

In Nederland worden de pony's voor het rijden van wedstrijden in groepen ingedeeld. Dat wil niet zeggen dat als je op een pony rijdt die in de c-groep valt ook een pony is! Een aantal paardenrassen vallen onder de pony's als je wedstrijden gaat rijden, het zijn dus geen pony's maar paarden. Je kunt deze paardenrassen hieronder vinden, samen met nog een bijzondere pony.

 

Przewalskipaard

Herkomst: Mongolië en het westen van China.

Schofthoogte: 120 cm tot 145 cm.

Kleur: In de zomer roodbruin en in de winter lichtbruin.

Uiterlijk: Korte benen, ziet er niet zo lening uit, groot hoofd, witte snuit, kleine oren, recht opstaande manen, streep over de rug, zwarte onderbenen met soms een paar zebrastrepen en de staart lijkt een beetje op de staart van een ezel.

Karakter: Het Przewalskipaard is een wild paard en laat zich niet tam maken of berijden.

Het Przewalskipaard is een voorouder van onze paarden. De mensen in Mongolië noemen het Przewalskipaard 'Takh'. Nu zijn er ongeveer 1500 paarden, maar in 1977 waren er nog maar 16 paarden waarmee gefokt kon worden. Deze paarden leefden allemaal in dierentuinen en natuurreservaten. Ze zijn gaan fokken met de Przewalskipaarden en nu lopen er zelfs weer paarden in het wild.
We weten nog niet zo lang van het bestaan van Przewalskipaarden. In 1878 heeft meneer Nikolai Michailovitsch Przewalski het paard ontdekt. De paarden zijn naar deze meneer vernoemd. Toen de paarden ontdekt werden liepen ze in het wild rond. De paarden aten wat ze op de steppe, een grote grasvlakte, konden vinden. Op de steppe kun je alleen gras, kruiden, struiken en knollen vinden. De paarden leven in groepen op de steppe. Een groep is niet groter dan 20 dieren. In elke groep leeft 1 hengst met maximaal 10 merries. Elk jaar krijgen de merries 1 veulen. Als de veulens 1 jaar oud zijn dan jaagt de hengst ze weg en moeten ze een eigen kudde, groep, maken.

Weetjes

1.  De Przewalskipaarden kunnen 25 tot 30 jaar oud worden.

2. Ze kunnen 60 km/uur lopen en op bergachtig terrein 40 km/uur.

3. Een Przewalskipaard weegt tussen de 250 en 350 kg.

 

Ezel

Herkomst: Je hebt 2 soorten ezels. Ezels uit Afrika, Nubië en Somalië en ezels uit Azië

Schofthoogte: De dwergezels zijn kleiner dan 90 cm, maar je hebt ook ezels die groter zijn dan 140 cm, dit zijn reuzenezels. De gemiddelde ezel is tussen de 95 cm en 110 cm hoog

Kleur: Grijs, bruin, zwart, wit en bont (wit en nog een kleur)

Uiterlijk: Een ezel heeft lange oren, een kleine snoet (mond en neus) , een staart met een pluk aan het uiteinde en vaak en streep over de rug.

Karakter: De ezel houdt erg van gezelligheid. Ze zeggen wel eens dat een ezel op mensen lijkt, ze willen erg graag dingen leren, trouw, sterk, slim

De ezels worden al honderden jaren gebruikt door de mensen. De mensen die ezels gebruikten zijn vaak arm, daarom wordt er vaak op de ezel neer gekeken. De mensen die wel genoeg geld hadden konden een paard kopen.
De ezel is heel sterk en wordt dan ook vaak als lastdier gebruikt, een dier dat spullen moet dragen. Doordat ezels niet snel struikelen en heel goed over rotsen kunnen lopen zijn ze ideaal voor de wijngaarden. De ezels kunnen makkelijk tussen de wijnranken doorlopen. Ze worden natuurlijk ook gebruikt bij het werk op het land.
De ezels zijn naar Europa gekomen door het reizen. De Romeinen hebben de ezels mee genomen om spullen te dragen die nodig waren om oorlog te voeren. Toen de Romeinen in Groot-Brittannië waren hebben ze de ezels achter gelaten. De ezels zijn vergeten en liepen gewoon in natuur rond. Alleen in 2 provincies van Groot-Brittannië hebben ze met ezels gefokt. Groot-Brittannië is in de 16de eeuw (1500 – 1599) oorlog gaan voeren en had paarden nodig om de karren te trekken. De boeren verkochten hun paarden aan het leger en kochten ezels om het land te bewerken. Ezels zijn veel goedkoper dan paarden en de boeren hielden dus geld over en bewaarden dit geld voor later. Hoe de ezel naar Nederland is gekomen weten we niet. We weten wel dat onze ezels uit Afrika en Azië komen. Dat kun je zien aan het uiterlijk van de dieren. De ezels uit Azië lijken een beetje op onze paarden. De ezels in Nederland lijken helemaal niet op paarden.
De ezels uit Afrika en Azië zijn geen echte familie van elkaar. Als je ze met elkaar laten paren komen er wel veulentjes. Deze veulentjes kunnen als ze later volwassen zijn zelf geen veulentjes krijgen. Als de ezels uit Afrika en Azië wel familie waren geweest dan had het wel gekund. De ezel is in Nederland gebruikt om op het land te werken en om op te rijden door kinderen. De ezel heeft hele gezonde melk en dat werd vroeger veel gedronken door rijke mensen in de stad. Nu wordt de ezel niet zo veel meer gebruikt. Soms rijden de kinderen er op, maar meestal zie je hem in de wei lopen. En dan te bedenken dat de ezels jaren lang gebruikt zijn om ritjes over het strand te maken! Ezels kunnen heel oud worden. Als je ze goed verzorgd kunnen ze 30 jaar oud worden of nog ouder. Je moet wel goed oppassen dat de ezels geen kou vatten door regen en wind. Doordat de ezels uit warme landen komen worden ze gauw ziek.
Een mannetjes ezel noem je een hengst en een vrouwtjes ezel een merrie. Je kunt een hengst net als bij paarden en pony's castreren. Dat is een operatie waardoor de hengst geen veulentjes meer kan maken. Bij paarden en pony's noem je zo'n dier een ruin. Bij ezels noem je zo'n dier een oen of een kluns.

 

Fjordenpaard

Herkomst: Noorwegen.

Schofthoogte: Tussen de 130 cm en 140 cm

Kleur: Isabel (een gelige kleur) Uiterlijk: Een zwarte streep door de manen over de rug en in de staart. De Fjorden hebben bijna altijd de manen rechtop staan en zwarte onderbenen waar soms zebrastrepen op te zien zijn.

Karakter: sober (hebben geen bijzonder voer nodig), sterk, intelligent, kunnen goed tegen kou en worden niet snel ziek. In Noorwegen noemen de mensen het Fjordenpaard “Vestlandhest”. Dat betekent Westlandpaard. Het Fjordenpaard is een van de oudste paardenrassen van Europa. Een van zijn voorouders is het Przewalskipaard. De naam Fjordenpaard is ontleend aan de Fjorden in Noorwegen. Fjorden zijn diepe inhammen in de kust. Je kunt ze een beetje vergelijken met een haven, alleen zijn de wanden van een Fjord vaak zo hoog dat je er geen schepen kunt laden en lossen. De paarden werden voor van alles en nog wat gebruikt. Om het land te ploegen, bomen uit het bos te halen, wagens te trekken maar ook om op te rijden. Tegenwoordig gebruiken we het Fjordenpaard hier nog steeds voor. Veel mensen, kinderen en volwassenen, rijden op een Fjordenpaard. Er zijn ook mensen die het Fjorden paard gebruiken voor endurance rijden. Het Fjordenpaard kan heel goed lange afstanden lopen.

 

Haflinger

Herkomst: Oostenrijk, Hafling (Hafling ligt nu in Italië)

Schofthoogte: Tussen de 136 cm en 150 cm

Kleur: Vos kleurig (licht bruin) met blonde manen en staart

Uiterlijk: Brede borst, lange haren aan de benen

Karakter: Intelligent, leergierig, nieuwsgierig, vriendelijk, rustig, wil graag werken

In de 19de eeuw is de Haflinger ontstaan door een kruising van een Shagya-Arabische hengst met een Tiroler merrie. Je kunt aan het hoofd van de Haflinger zien dat hij Arabische voorouders heeft. De Haflinger is een echt bergpaard. Hij neemt niet zulke grote passen en kan daardoor heel goed in de bergen lopen. Als je wel eens in de bergen bent geweest dan weet je dat er verschillende soorten planten groeien. De meeste planten zijn niet eetbaar en de Haflinger moet echt zoeken naar zijn eten. In het begin van de jaren '60 zijn de Haflingers naar Nederland gekomen. Na de 2de wereldoorlog zijn de boeren trekkers gaan gebruiken en hadden ze de grote zware trekpaarden niet meer nodig. Voor de kleine klusjes hadden de boeren een kleiner paard nodig dat wel sterk was. De boeren hebben toen eerst het Fjorden paard naar Nederland gehaald en later de Haflinger. De mensen die de Haflinger naar Nederland haalden wisten dat hij bestond, maar toen ze hem voor het eerst zagen werden ze meteen verliefd en besloten een aantal Haflingers te importeren.
Mensen die Haflingers houden zeggen wel eens:Een Haflinger kan alles, maar is nergens echt super goed in. De Haflinger wordt nog steeds gebruikt om wagens te trekken en om op te rijden. Maar er zijn ook mensen die doen aan western rijden met de Haflinger of rijden op hoog niveau dressuur. Een Haflinger kan in alle paardensporten gebruikt worden maar zal nooit de echte top halen.
Een Haflinger is niet alleen een paard waar je veel mee kunt doen. Je kunt ook ontzettend lachen met de dieren. Ze zijn heel slim en halen vaak trucjes uit. Je moet er goed om denken dat je het hek of de stal goed dicht doet anders maken ze het zelf open en tja…waar kom je ze dan weer tegen? Een Haflinger zou dus ook prima in een circus kunnen werken.

 

Mérens

Herkomst: Frankrijk, Pyreneeën

Schofthoogte: Tussen de 135 cm en 150 cm

Kleur: Zwart

Uiterlijk: De pony mag wat wit op het hoofd en de benen hebben, lange haren aan de benen

Karakter: Sober (ze hebben geen bijzondere verzorging nodig), groot uithoudingsvermogen, eigenzinnig, willen graag werken.

De Mérens is een bergpaard. De Mérens lijkt een beetje op een Fries paard maar is dan een stukje kleiner. Het gebied waar de dieren leven is erg bergachtig. Soms zijn de plekken waar ze naar eten zoeken zo steil dat ze hun hoofd amper naar beneden hoeven te doen om gras te eten. De paarden hebben door hun leven in de bergen zulke goede benen gekregen dat ze bijna nooit kreupel zijn. Net als de Friese paarden kunnen de Mérens in de zomer een rossige gloed over hun vacht krijgen.

Omhoog