Niet zomaar een schuur

2.094 keer bekeken
Cineac Oud-Sabbinge
Gepubliceerd op 19 jul. 2009
Als Arnoldus Ross uit Goes in 1806 de sloop van de kerk op de Ring afrondt, raakt het armoedige en vervallen Oud-Sabbinge bergruimte kwijt maar ook de tastbare herinnering aan het rampjaar 1572. Geuzen slopen in dat jaar de kerk. Hoewel het een gevaarlijk bouwval is, gebruiken Sabbingers de kerkresten voor opslag van materialen en voer en onderdak voor hun dieren. Het koor van de kerk wordt eind achttiende eeuw voor 2,40 euro per jaar verhuurd als bergplaats. Nog in 1865 (de nieuwe begraafplaats aan de Oudelandseweg is dan al 11 jaar open) wordt de laatste dode op de kerkbegraafplaats op de Ring aan de aarde toevertrouwd. A. Markussen, M. de Groote en M. Boone hebben dan al een jaar toestemming op het oude kerkhof een bergplaats te bouwen. Sabbingers zijn dus al eeuwen gewend aan een schuur in hun midden. Wanneer begin vorige vorige eeuw automobilisten ook Oud-Sabbinge aandoen moeten ze op de Ring om de schuur voor de woning van Dies Vleugel heen. Voor een paard en wagen geen probleem maar ook dan hebben automoblisten al haast. Want Oud-Sabbinge biedt weinig om voor te stoppen. Landarbeiders en dijkwerkers wonen in gebrekkige huizen. Het is armoede troef. Om de vooruitgang te gerieven moet de schuur omstreeks 1925 verplaatst worden. Honderd meter verderop komt een stenen fundering. De schuur gaat op boomstammen en wordt meter na meter richting nieuwe plek geduwd. 's Nachts zijn de mannen tot het Slop (nu Prins Bernhardstraat) gevorderd. Rode lampen waarschuwen in het donker voor het obstakel. De volgende dag bereikt de schuur zijn nieuwe plaats naast de waterput. Arjaan Nijsse zag het als kind gebeuren: "De schuur werd op zijn fundament getild. Toen was er meer ruimte voor de auto's".

Reacties

Reactie wordt toegevoegd