Overdenkingen

Een van de moeilijkste zaken bij het opstellen van een profiel, of een pagina zoals deze is het kiezen van een gebruikersnaam. Eigenlijk zou ik van te voren een paar namen moeten bedenken, elke keer word ik ter plekke gewezen op de grenzen van mijn creativiteit. Ik heb deze keer dus gekozen voor 'zeegeus'. Waarom? Omdat ik gevaren heb en tegenwoordig hulppredikant ben, daarnaast ben ik in geschiedenis geïnteresseerd. Dus 'zeegeus' dekt de lading wel een beetje.Het is mijn bedoeling om hier preekteksten en overdenkingen te plaatsen. 

Preek van 30 augustus 2015 in de Opstandingskerk in Aalst

0 reacties

Bijbelteksten: Zacharia 8: 4 - 8 en Marcus 8: 22 - 26

Broeders en zusters.
We lazen daarnet een bijzonder verhaal. Jezus geneest een blinde. Jezus verricht vaker bijzondere handelingen in de verhalen in de Bijbel. Hij geneest mensen, hij drijft demonen uit, hij verricht andere wonderen.
Jezus is in de verhalen in de Bijbel zowel een leraar als iemand die wonderen verricht.
Het ene moet het andere natuurlijk niet uitsluiten, maar toch schijnt het wel alsof Christenen verdeeld zijn hierover.
Vaak lijkt het alsof die twee manieren om naar Jezus te kijken elkaar in de weg staan. 

Wanneer je Jezus voornamelijk als een wijze leraar ziet betekent het niet dat het Goddelijke karakter, het wonderbaarlijke van zijn aardse leven genegeerd moet worden.Omgekeerd sluiten de wonderen niet uit dat de woorden en de lessen van Jezus een diepe waarheid bevatten.
Beide staan uitdrukkelijk vermeld in de Bijbel, beide verdienen onze aandacht.

In dit verhaal geneest Jezus een blinde.
Het is een belangrijk kenmerk van het leven van Jezus, overal waar hij komt helpt hij mensen.
Vaak zal hij daarbij zeggen dat het absoluut niet verder verteld mag worden.
Blijkbaar mag niemand weten dat hij geneest.
Waarom eigenlijk niet?
Zou het kunnen zijn dat wanneer deze man het verder verteld had, dat er dan hele groepen volgelingen op Jezus zouden afgekomen zijn? Allemaal met de vraag om genezen te worden, allemaal hopend op persoonlijke redding door Jezus.
Zou er in zijn leven een cultus ontstaan zijn rond zijn persoon en was hij daar bang voor? Was hij er bang voor dat mensen door zich blind te staren op zijn genezingen en wonderen geen oog meer zouden hebben voor het grotere, voor God en de wereld om hen heen?
We weten alleen maar dat Jezus het steeds weer vroeg, we weten niet precies waarom. Onze ideeën zijn gissingen.

Wat de reden voor het verzwijgen van de genezingen ook mag zijn, het is wel duidelijk dat het Jezus echt niet om de glorie of de eer te doen was.
Hij helpt af en toe iemand, bijna stiekem.
Hij helpt mensen voor de mensen.
Jezus voert in deze verhalen zijn eigen lessen uit. Hij predikte de liefde en hij leefde de liefde.

Toch is er nog een probleem.
De verhalen vertellen ons over incidenten. Er wordt af en toe iemand genezen. Er wordt niet verteld dat Jezus alle blinden genas in het hele land.
De genezingen en de wonderen zijn steeds beperkt. Jezus kon vast het hele land in een keer genezen, hij kon vast de hele wereld genezen. Hij was Gods zoon op aarde.
Toch genas hij alleen maar af en toe iemand die op zijn pad kwam.
Verbaast ons dat?

Ik heb al vaak gehoord dat mensen me vragen waar God is. Ik heb al vaak gehoord dat mensen zeggen niet in God te kunnen geloven omdat er teveel miserie is op de wereld. Mensen vragen zich af waarom God toelaat dat we elkaar zoveel kwaad aandoen.
We moeten maar de kranten open slaan of naar het nieuws kijken en we zien verhalen over oorlog, over gruwelijkheden, over miljoenen vluchtelingen, over armoede, over uitbuiting, en ga maar verder…

Waarom laat God dit toe?

Doorheen de verhalen van het Oude Testament is een duidelijke lijn te herkennen.
De mens wordt volwassen. God is steeds meer en meer op de achtergrond. Van begeleidende vader verandert de rol van God geleidelijk aan in een vader die toekijkt.
Laat ons hopen dat onze vader in trots en vertrouwen kan toekijken.

Adam en Eva leren het verschil tussen goed en kwaad kennen en moeten daarna hun eigen keuzes maken.
Maar toch is er steeds weer de bezorgde vader die hier en daar voor begeleiding zorgt. Soms met een berisping, soms met een beloning.
Doorheen de verhalen wordt de mens volwassen.

Wanneer we volwassen worden, dan hebben we ook verantwoordelijkheden. Verantwoordelijkheden naar de wereld, naar onszelf, en naar de anderen toe. Verantwoordelijkheden en volwassenheid betekent niet dat we volgens een voorgeschreven geheel van regels moeten leven, het betekent integendeel dat we steeds opnieuw keuzes moeten maken. Het betekent dat we keuzes horen te kunnen maken.

Keuzes kunnen maken begint met het kunnen onderscheiden van goed en kwaad.
De reis van de mens op weg naar volwassenheid in het Oude Testament begint met het besef van het bestaan van die eerste keuze.

Wanneer we aan God vragen om het lijden op aarde te stoppen, of wanneer we aan God vragen om de oorlogen te stoppen, dan zeggen we eigenlijk dat we als volwassen mensen nog steeds als kinderen behandeld willen worden.
Dan zeggen we aan God dat we wel opgelet hebben maar dat we toch alle lessen naast ons neerleggen.
Wanneer we zeggen dat we boos zijn op God omdat er miserie is op de wereld, dan tonen we aan God dat we ondankbare en verwende kinderen zijn.
Maar God bemoeit zich blijkbaar niet met wat er gebeurt.
Voor mij betekent dat niet dat God niet bestaat. Het doet mijn geloof in God niet kleiner worden. Het maakt mijn geloof in de mens groter.
God is een wijze vader die weet dat zijn kinderen zelfstandig kunnen zijn en die weet dat dat de laatste les is die zijn kinderen moeten leren.

Jezus leerde ons dat we onze naaste moeten liefhebben als onszelf, hij leerde ons dat liefde het allerbelangrijkste is.
Jezus leerde ons de laatste lessen op weg naar onze volwassenheid. Hij was er om ons klaar te maken voor de wereld.
In de lijn van het verhaal dat de relatie tussen de mens en God vertelt in het Oude Testament, is het verhaal van Jezus een erg mooie epiloog.
Zonder Jezus zou het boek een open einde hebben. Door Jezus weten we hoe we verder moeten.

Het is eng. Het is moeilijk.
Toch kunnen we het.
Jezus geloofde dat we het kunnen.
God gelooft in ons. Omdat ik in God geloof geloof ik ook in de mensheid.

Een verhaal zoals dat van de blinde die genezen wordt betekent voor mij niet dat bidden helpt om te kunnen genezen.
Wanneer we op Jezus hulp wachten, dan hebben we de lessen van Jezus niet begrepen.
We moeten elkaar helpen.
Dat is niet omdat we alleen gelaten zijn door God, maar omdat we het kunnen.
We staan allemaal samen tegenover God. Laten wij onze vader trots maken op ons.
Dat doen we niet door te bidden om zijn hulp, dat doen we niet door anderen met geweld te overtuigen dat hij onze vader is.
Dat doen we door de lessen van Jezus ten uitvoer te brengen.

De wonderen die Jezus verrichte tonen het bijzondere van Jezus.
De genezingen die hij deed tonen dat hij naar zijn eigen woorden leefde.
De woorden van Jezus zijn onze opdracht en ons houvast.
De wonderen en de woorden samen maken elkaar bijzonder, een liefdevolle les aan de mensheid.

Heb uw naaste lief als uzelf is zo’n belangrijke boodschap dat het naast de liefde voor God staat.
Besef van naastenliefde en handelen naar dat besef is de laatste stap op onze weg naar volwassenheid als mensheid.

Jezus vraagt om niet verder te vertellen over de wonderen.
Wat doen wij hier?
We vertellen graag over het goddelijke karakter van Jezus. We vertellen graag over wat hij deed.
Moeten we goede daden doen en zwijgen? Mogen we niet vertellen waar onze inspiratie, waar ons geloof vandaan komt?
Zeker in een geseculariseerde samenleving als de onze merken we dat openlijk praten over God niet altijd gewaardeerd wordt.
Laat ons daar niet boos over worden, laat ons iedereen met liefde behandelen en in een gesprek kan het vanzelf naar voren komen waar onze inspiratie vandaan komt.
Ons vertrouwen en onze liefde kunnen aanstekelijker werken dan woorden.
Laat ons dan ook in vertrouwen en liefde in de wereld staan.

Het begint bij elk van ons, bij ons allemaal. Alle mensen samen zijn kinderen van God.
Alle kwaad dat we elkaar aandoen is ons eigen schuld en onze eigen verantwoordelijkheid.
God heeft ons met liefde alles meegegeven, alle kennis die we nodig hebben.

Wij hebben alleen nog vertrouwen nodig.
Wij moeten geloven dat onze kleine stapjes meehelpen. Dat ons handelen iets uitmaakt.
Wij mogen onze twijfels niet aan God verwijten.
Het is eng om zelf de eerste stapjes te moeten zetten. Dat betekent echter niet dat God niet meer toekijkt, dat betekent niet dat God er niet meer is.

Ik geloof echt dat we met Gods hulp een betere wereld kunnen maken.
Wat bedoel ik met Gods hulp?
Daarnet zei ik toch dat God ons zelf laat stappen?
Alle lessen die we geleerd hebben, alle begeleiding die we gehad hebben zijn ook hulp.
En wanneer een ouder een kind de eerste stapjes zelf laat zetten, staat die ouder dan niet klaar om het kind op te vangen wanneer het kind echt zou vallen?
En is het tegelijk niet belangrijk dat het kind ondertussen wel denkt dat het het alleen moet doen? Als de hand van de ouder te dichtbij is, dan is het moeilijker om die eerste stap zelf te zetten.

Laat ons samen God trots maken.
Laat ons alle dagen opnieuw beginnen om een betere wereld te maken.
We kunnen proberen om alle dagen een beetje meer liefde achter te laten op aarde dan we er vonden.
Een klein beetje meer liefde, dat is genoeg. Soms is het al moeilijk genoeg.
Maar al die kleine beetjes samen zullen een verschil maken.
Dat geloof ik oprecht. 

Ik geloof dat we met Gods hulp een betere wereld kunnen maken en dat we van God een trotse vader kunnen maken.

Amen. 

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.