Overdenkingen

Een van de moeilijkste zaken bij het opstellen van een profiel, of een pagina zoals deze is het kiezen van een gebruikersnaam. Eigenlijk zou ik van te voren een paar namen moeten bedenken, elke keer word ik ter plekke gewezen op de grenzen van mijn creativiteit. Ik heb deze keer dus gekozen voor 'zeegeus'. Waarom? Omdat ik gevaren heb en tegenwoordig hulppredikant ben, daarnaast ben ik in geschiedenis geïnteresseerd. Dus 'zeegeus' dekt de lading wel een beetje.Het is mijn bedoeling om hier preekteksten en overdenkingen te plaatsen. 

Preek van 10 mei 2015, Verenigde Protestantse Kerk Brugge

0 reacties

Bijbelteksten: Jesaja 45: 15-19 en Johannes 15: 9-17

„Waar is God?”
Deze vraag kan heel direct gesteld worden: „Waar kan ik God vinden?” betekent het dan. Het kan ook betekenen: „Waar is God nu? Ik heb hem nodig.”

Als we de kranten lezen, als we het nieuws volgen, dan kunnen we ons zeker afvragen waar God is. Veel mensen gaan, door alle miserie in de wereld, twijfelen aan hun geloof en ze raken ervan overtuigd dat God niet gevonden kan worden omdat hij niet bestaat.
Het is een probleem geworden voor gelovigen om uit te leggen dat we geloven en hoe we geloven in dat wat we niet op verzoek kunnen laten zien.
Wanneer ons gevraagd wordt: „Waar is je God dan?” kunnen we de vragensteller niet bij de hand nemen tot bij God en hem of haar daar het meest wonderbaarlijke ooit laten zien. Soms vragen we onszelf ook af waar God is.
Nooit zien we een groots Goddelijk ingrijpen. De miserie in de huidige wereld zou toch groot genoeg moeten zijn om een Goddelijke interventie te kunnen verwachten. Tenminste, dat denken we soms. 

„Waar is God?”
We kunnen God vinden op een eenvoudige manier. Wanneer we, zoals Jezus ons leerde, liefde delen, dan leren we Gods liefde kennen. Zo kunnen we ook God leren kennen en daardoor kunnen we Gods wil ontdekken. Dat is wat Jezus ons leerde, delen in liefde. 

Dit is tegelijk een eenvoudig en een erg moeilijk proces.
Het is een gesloten cirkel. Gods opdracht uitvoeren leidt ons tot Gods liefde. Gods liefde leidt ons tot God en God leidt naar Gods opdracht.
We moeten in deze cirkel een begin zien te vinden. Vol vertrouwen moeten we beginnen met wat Jezus ons geleerd heeft. We moeten de liefde delen.

Wanneer we op deze manier uiteindelijk God vinden, dan zullen we geen bebaarde man op een troon achter de wolken zien.
Voor de middeleeuwse mens was een God die in de wolken woont een bijzonder en mysterieus beeld. Wij kennen de bovenkant van de wolken ondertussen al erg goed. Wanneer we ergens heengaan met een vliegtuig dan zien we de wolkenlandschappen onder ons. Nog nooit heeft iemand een Goddelijke troon of engelen daarin gezien.
Ik heb al gehoord dat mensen zeggen dat dat een bewijs is dat God en de hemel niet bestaan. Het is echter niet omdat het oude beeld niet meer klopt dat niets nog waar is.

Beelden worden gebruikt om duidelijk te maken wat eigenlijk onbegrijpelijk is. Beelden zijn een hulpmiddel en mogen niet verward worden met hetgeen ze willen uitleggen. Wanneer ze door de tijd achterhaald worden moeten ze vervangen worden.
Ik zeg ook nog steeds God, die in de hemel is, maar ik bedoel er niet mee op een wolk in de lucht.
Uitleggen wat God is gebeurt altijd met beelden, het kan niet anders. Deze beelden kunnen we pas begrijpen als we de beelden zelf ook kunnen beleven.
Het delen van Gods liefde kan helpen om om door een dieper besef God te kunnen vinden. En tegelijk voeren we Gods opdracht uit, we werken aan een betere wereld.

„Waar is God?”
God is verborgen, maar Hij verstopt zich niet. Het is eenvoudig om God te vinden. Het is moeilijk om God op een eenvoudige manier te willen vinden. We kunnen God vinden door Gods liefde te leren kennen en Gods liefde vinden we door elkaar lief te hebben.
Elkaar lief hebben is het gebod dat we van Jezus leerden.
Ik ben er rotsvast van overtuigd dat het ons kan lukken om van deze wereld een betere wereld te maken.
Wij hebben Gods rechtstreekse, bovennatuurlijke ingrijpen niet nodig als we ons aan dit ene gebod zouden kunnen houden. Wanneer wij liefde delen dan zorgen wij ervoor dat God ingrijpt in de wereld. Wij zijn de werktuigen van God.
Waarom verwachten we dan steeds dat God ingrijpt wanneer we zelf tekort schieten? Waarom zijn er mensen die God in vraag stellen wanneer het mensen zijn die moeite hebben met de liefde?

In de Bijbeltekst die we daarnet gelezen hebben, in Jesaja 45 wordt mooi gezegd dat God zich verborgen houdt en dat God niet in het verborgene spreekt. Dit lijkt een tegenstelling te zijn, maar is het niet.
God kunnen we vinden door zijn woorden. In de Bijbel vinden we Gods woorden. In de Bijbel vinden we de opdracht die Jezus ons gaf: We moeten elkaar liefhebben.
In het uitvoeren van deze opdracht kunnen we God vinden.

Om ons heen zien we een wereld met veel miserie.
We vragen aan God om ons te helpen om deze miserie weg te nemen, om een betere wereld te maken voor ons en onze kinderen.
Wanneer we een betere wereld willen maken door het kwaad weg te nemen, dan komen er problemen. Immers, hoe weet ik wat het kwaad is? Weet ik wel wat kwaad is en wat goed? Weet jij dat?
Wat als we het fout hebben? Wat als we verblind zijn?
Dan halen we iets weg van de wereld, dan maken we de wereld kleiner zonder de wereld beter te maken.

Stel u een kamer voor. Het is een kamer met meubels erin, met een tafel en stoelen en kasten. Op de tafel staat een lampje. Er is een raam waardoor we kunnen zien dat het avond wordt. De kamer wordt voornamelijk verlicht door het daglicht dat door het raam naar binnen valt. Het wordt donker. Zometeen is het lampje het enige licht in de kamer. Wanneer we meer licht willen dan moeten we meer licht maken. Misschien is er nog een lamp ergens te vinden. Misschien kan de lamp op de tafel feller branden.
We kunnen niet meer licht maken door duisternis weg te nemen. Een kast die in de schaduw staat uit de kamer weghalen zal de kamer niet lichter maken. We maken de kamer leeg.
Duisternis wordt verdreven door licht.
Licht heeft een bron. Duisternis is waar het licht niet schijnt.
Het wordt ’s nachts niet donker omdat er een bron van duisternis is, maar omdat het licht ons ’s nachts niet bereikt.

Met kwaad en goed is het ongeveer net zo. Ik zeg ongeveer omdat elk beeld beperkingen heeft. Men kan inderdaad overduidelijk zeggen dat er wel degelijk bronnen van kwaad gevonden kunnen worden.
Maar toch stellen die bronnen van kwaad niets voor tegenover de Goddelijke liefde.
De liefde is een ontzettend felle lamp die alle duisternis verdrijft.

Wanneer we van de wereld een betere plaats willen maken dan is het zoveel efficiënter om goedheid te verspreiden, dan om kwaad te bevechten.
Met het verspreiden van liefde doen we geen kwaad. Met het bevechten van kwaad lopen we het gevaar om meer kwaad achter te laten dan we vonden.
Met het bevechten van kwaad wordt ook te vaak gewerkt met de middelen van het kwaad, met uitsluiting, met onderdrukking, met agressie.
Zo groeit het kwaad wanneer het kwaad bestreden wordt.

En te vaak is iets kwaad volgens de een en niet volgens de ander.
Hoe kan ik immers met zekerheid zeggen dat wat jij doet kwaad is of goed? Ik ken je niet. Ik kan niet over je oordelen. Ik weet niet alles wat er in je leven speelt.
Waarom is het belangrijk wat een ander doet? Brengt zijn leven jouw leven in gevaar?
We kunnen niet onze regels op een ander opleggen.
De Bijbel kent tal van voorschriften, regels en wetten. Maar heeft Jezus die niet krachtig samengevat in de liefdesgeboden?
God liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf, al de rest volgt vanzelf.
Jezus heeft het ons zo geleerd. Waarom kijken we dan zo vaak eerst naar al die andere regels? Waarom zijn we met al die andere regels dan ook zo vaak selectief?

„U bent mijn vrienden, als u doet wat Ik u gebied.” en „Dit gebied Ik u: dat u elkaar liefhebt.” Dat zijn de woorden van Jezus die we vandaag gelezen hebben.
Deze woorden zouden ons grootste gebod moeten zijn.
Deze opdracht helpt ons om het kwaad te bestrijden.
Zo voeren wij Gods taak uit en zijn wij de werktuigen van Gods ingrijpen om een betere wereld te maken.

Natuurlijk zijn er ook nog misdaden in de wereld en is er verdriet.
Als we beginnen met het uitvoeren van het liefdesgebod dan mogen we niet verwachten dat de wereld onmiddellijk compleet zal veranderen.
Een inbreker berokkent iemand schade. Een moordenaar brengt onherstelbaar verdriet.
Een maatschappij moet zorg dragen voor haar leden en daardoor hebben onze vrijheden grenzen waar ze die van een ander raken. De vele regels in het Oude Testament zijn ook zo ontstaan.
Binnen onze eigen grenzen leven we elk onze eigen levens met onze eigen levenskeuzes. 

Ik las onlangs op internet dat een Amerikaanse vrouw alle homo’s ter wereld voor de rechter wil slepen omdat ze niet leven naar Gods voorschriften. Het lijkt wel alsof ze bang is dat het bestaan van homo’s haar eigen wereld bedreigt.
Toen ik vanmorgen naar de kerk kwam zag ik een grote bedrijvigheid in de stad. De café’s gingen open, sommige winkels waren al open en de drukte van toeristen kwam op gang. Van zondagsrust was niets te merken. Er zijn ook genoeg mensen die zich erg druk maken over het negeren van de zondagsrust. Dat is immers ook een van Gods geboden.

Blijkbaar zou God boos op mij kunnen zijn omdat er mensen zijn die een andere levensstijl hebben dan de mijne. Blijkbaar is God dan boos op mij als ik ze niet hardhandig tegenhoud. Ik kan dit niet geloven. Ik weiger dit te geloven.
Ik kan niet geloven in een gebod van haat. Want dat is waar onverdraagzaamheid op lijkt.
Ik begrijp niet hoe het leven van een ander mijn leven kan beïnvloeden.
Ik begrijp niet dat deze mensen, die zo denken, niet inzien dat ze net zo redeneren als de extremisten van IS.
Overtuigd van het eigen gelijk willen ze de ander dwingen om ook op hun manier te denken.
Is dat liefhebben van de ander?
Is dat een uitvoering van de geboden die Jezus ons geleerd heeft?

Als het zo belangrijk is om alle regels in de Bijbel, en het zijn er nogal wat, precies na te leven, waarom beginnen we dan niet allemaal bij onszelf? Zei Jezus niet dat degene zonder zonde de eerste steen moet werpen?
Als alle regels in de Bijbel zo belangrijk zijn, waarom beginnen we dan niet bij die ene opdracht die Jezus ons gaf? Waarom beginnen we dan niet met het verspreiden van de liefde?
De wereld heeft liefde nodig. We zien het alle dagen in het nieuws. 
Als we denken dat God beledigd kan zijn doordat iemand niet in God gelooft, of dat God beledigd kan zijn doordat iemand God’s geboden niet belangrijk vindt, of doordat iemand de geboden anders interpreteert; dan zijn we geen haar beter dan degenen die denken dat ze God plezieren door tekenaars en andersdenkenden te doden.

De God waarin ik geloof is groter dan dit.
De God waarin ik geloof is een onuitputtelijke bron van liefde. Hij is een bron van liefde die alle kwaad verdrijven kan.
Ik geloof dat God ons de taak gegeven heeft om Zijn liefde te verspreiden.

Amen.

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.