Overdenkingen

Een van de moeilijkste zaken bij het opstellen van een profiel, of een pagina zoals deze is het kiezen van een gebruikersnaam. Eigenlijk zou ik van te voren een paar namen moeten bedenken, elke keer word ik ter plekke gewezen op de grenzen van mijn creativiteit. Ik heb deze keer dus gekozen voor 'zeegeus'. Waarom? Omdat ik gevaren heb en tegenwoordig hulppredikant ben, daarnaast ben ik in geschiedenis geïnteresseerd. Dus 'zeegeus' dekt de lading wel een beetje.Het is mijn bedoeling om hier preekteksten en overdenkingen te plaatsen. 

Preek van zondag 17-08-2014 in Gent, Brabantdamkerk.

0 reacties

Bijbelteksten: Jesaja 56: 1-7 & Matthéüs 15: 21-28

Liederen (LBK 1973): G 308, P 23, P 1, G 326: 1, G 326: 5, G 466, G 252

§ 1

Broeders en zusters. Zo spreken we elkaar vaak aan binnen de kerk: broeders en zusters. Samen vormen we een familie. Samen zijn we allemaal gelijk en deel van een groter verbond. Wie hoort daarbij en wie staat erbuiten? 

In de tijd van Jesaja was de wereld voor de mensen in Jeruzalem opgedeeld in verschillende stammen. Sommige stammen zijn verwant met jouw stam, andere bevriend en de rest is de vijand. Niemand keek er vreemd van op als mensen buitengesloten werden omwille van hun afkomst.
Er was een duidelijk onderscheid tussen wij en zij. 

Daarom is de passage in Jesaja die we daarnet gelezen hebben zo opmerkelijk. De vreemdeling telt mee en de eunuch ook.
Wij verbazen ons misschien over de aandacht voor de eunuch in deze tekst. Een eunuch werd als minderwaardig gezien, hij was niet volledig man en daardoor niet volledig mens in de ogen van zijn tijdgenoten. 

In het boek Deuteronomium vinden we in hoofdstuk 23 de regel dat wanneer een man door bijvoorbeeld een ongeluk zijn geslachtsdelen verliest hij niet meer als man gezien wordt en niet meer mag deelnemen aan de eredienst. Niet meer als man gezien worden was eigenlijk hetzelfde als niet meer als mens gezien worden. En in het boek Jesaja lezen we dat iedereen waardevol is voor God, ook de vreemdeling en de gecastreerde.
Iedereen dus.
De Kanaänitische vrouw werd bijna weggejaagd door de discipelen van Jezus, omdat ze een vreemdelinge was. 

De afgelopen weken konden we in het nieuws niet naast de oorlogen, de vervolgingen, de massamoorden en de haat in de wereld kijken. Extremistische moslims in het Midden-Oosten hebben een Kalifaat uitgeroepen en moorden alle andersdenkenden uit. Iedereen die niet is zoals zij is geen mens meer in hun ogen.
Hier in West-Europa kijken mensen vervolgens vol achterdocht naar mensen met een Arabisch uiterlijk. Ze worden alvast in het hokje 'andere mensen' gestopt.
In Gaza is het wederzijdse onbegrip zodanig geëscaleerd dat niemand nog weet hoe men verder moet.
Antisemitisme neemt toe.
Oekraïne lijkt aan het begin te staan van een oorlog.
De mensen worden op basis van hun afkomst of religie ingedeeld in groepen.
We hebben weer stammen waarmee we verwant zijn, stammen die bevriend zijn en de anderen die allemaal de vijand zijn.
Er ontstaat een ketting van achterdocht en haat die niet te breken lijkt. 

Kunnen we niet met hulp van wat ons in de Bijbel overgeleverd is, met Gods hulp, proberen liefde te zaaien in deze wereld?
Het lijkt nu wel heel erg nodig. 


§ 2

De Kanaänitische vrouw komt op Jezus af terwijl ze om hulp smeekt. De eerste reactie van de discipelen is dat ze haar willen wegsturen omdat ze zeurt.
Jezus stuurt haar niet weg, maar hij antwoordt haar ook niet. Pas wanneer zijn leerlingen hem vragen haar weg te sturen zegt Jezus iets.
Hij zegt dat hij alleen gezonden is naar de verloren schapen van het volk van Israël. Zijn leerlingen begrijpen hieruit misschien dat Jezus er exclusief voor de Israëlieten was.
„Vervelend mens ga weg! Hij is er niet voor jou. Alleen maar voor ons.” Maar dat zegt Jezus niet. 

Wanneer je ’s nachts met een zaklamp loopt dan is hetgeen waar je de straal op richt goed verlicht. Naast de felle lichtbundel is er diffuus schemerlicht. Een zaklamp werkt niet door alles duisterder te maken dan hetgeen waar de straal op gericht wordt. Een felle lichtstraal valt op een punt en daarnaast wordt de rest ook een beetje verlicht. 

De vrouw was een volhouder.
Ze gooit zich voor Jezus op de grond en vraagt hem om hulp. Omdat ze een groot geloof heeft zal ze vinden wat ze verlangt zegt Jezus. Waaruit blijkt dit grote geloof?
Is dit omdat ze blijkbaar gelooft dat Jezus haar kan helpen? Is het omdat ze blijft aandringen?Dat deden zoveel anderen ook. Wat deze vrouw bijzonder maakt is hoe ze Jezus antwoordde. 

Jezus zegt haar: Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren. Zij antwoordde: Zeker Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.
Jezus spreekt vaak in gelijkenissen. Iedereen moet steeds aan Jezus vragen wat hij bedoelt. Petrus vraagt het in hetzelfde hoofdstuk kort voor deze passage nog eens. Deze vrouw begrijpt niet alleen wat hij zegt, ze geeft hem zelfs antwoord. Ze heeft genoeg aan de kruimels.
De kruimels zijn als restjes van Gods liefde, op zich nog steeds onmetelijk groot.
Als we Gods werk door Jezus als het schijnen van een lichtstraal zouden zien, dan is er ook net als bij de zaklamp licht dat opzij schijnt. Jezus ziet dat ze genoeg heeft aan dit diffuse licht. Hij ziet dat zij dit ziet. Daarom zegt hij haar dat haar geloof groot is.
Ze is in staat om te zien en Gods genade te vinden. 

Hij zegt dus niet dat zij niets mag hebben omdat ze een vreemdelinge is. Hij richt ook niet al zijn aandacht op haar waardoor de aandacht even weg zou moeten van zijn taak: de verloren schapen van Israël. Zij heeft genoeg aan de gloed waarin ze kan zitten en dat gunt hij haar van harte.
De leerlingen hadden het nog niet begrepen. 

§ 3

Zoals zo vaak sprak Jezus ook tot haar in beeldtaal. En zij antwoordde Jezus in dezelfde beeldtaal. Ze moest er niet over nadenken. Ze vroeg zich niet af wat elk woord nu precies betekende en wat ze zou kunnen antwoorden. Alsof het een gewoon gesprek was had ze haar antwoord klaar. De leerlingen hadden daarvoor Jezus nog gevraagd waarom hij altijd in gelijkenissen sprak. Het antwoord daarvan was misschien voor hen ook niet al te duidelijk. Ze bleven uitleg vragen. Een tijd later namen de leerlingen geen brood mee want ze hadden een uitspraak over zuurdesem letterlijk genomen. 

Jezus was niet nieuw met zijn gelijkenissen. De Bijbel kent ook in het Oude Testament veel voorbeelden van beeldspraak. Denk bijvoorbeeld aan de boom in psalm 1, daarnet hebben we dat nog gezongen.
Net als toen discussiëren ook nu veel mensen over welke delen van de Bijbel letterlijk genomen moeten worden en welke figuurlijk.
De Farizeeën wilden alles theoretisch uitpluizen en vergaten daardoor dat de teksten ook beleefd kunnen worden. De leerlingen die dachten dat het zuurdesem letterlijk bedoeld was beseften niet dat ze ook nog moesten nadenken. De Kanaänitische vrouw praat met Jezus in zijn beeldtaal alsof het heel normaal is om dat te doen. 

§ 4

Het zou heel normaal moeten zijn.
Om een taal te kunnen spreken is het belangrijk om ook in die taal te leren denken. Wanneer je steeds woord per woord blijft vertalen dan zal je wel een brood kunnen kopen bij de bakker en misschien ook wel de weg naar huis terugvinden, maar je zal niet een goed gesprek kunnen voeren.
Als we geen gesprekken kunnen voeren blijven we vreemden voor elkaar. Als we de beeldtaal van de Bijbel niet beheersen blijven we vreemdelingen. De Bijbel lezen we niet letterlijk en ook niet als sprookje. De verhalen moeten als beeldtaal beleefd worden.
Kennis is de basis van deze beeldtaal. Geen feitenkennis, geen grammatica-regels, maar kennis die gevoeld wordt, beleefd wordt en die we weten. Verstand, gevoel en ziel samen. 

Wanneer er in psalm 1 gesproken wordt over een boom aan een waterstroom dan kan men dit pas begrijpen als men op verschillende manieren een boom heeft meegemaakt.
Ik weet wat een waterstroom is, ik weet wat een boom is. Ik heb al dorre bomen gezien en bloeiende bomen. Ik heb genoten van de schoonheid. Ik heb dode omgevallen bomen gezien. Ik heb in het gras gezeten onder bomen. En ik kan nog verder gaan, maar u weet ondertussen wat ik bedoel.
Al deze herinneringen, al deze beleefde momenten, neem je mee wanneer je een Bijbeltekst leest. Zo kunnen we leren om de beeldtaal van de Bijbel te begrijpen. Iedereen neemt zijn eigen herinneringen mee, zijn eigen beelden. Toch kunnen we samen iets terugvinden. Elk op onze manier kunnen we de gloed van het licht, dat niet rechtstreeks op ons gericht is, zien. 

§ 5

Wanneer we net als de Kanaänitische vrouw kunnen zien dat ook wij in het licht van God staan, dan kunnen we leren dat dit licht zonder onderscheid schijnt. Of we nu vreemdeling zijn, of eunuch, Kanaäniet of Israëliet, we zijn allemaal broeders en zusters. 

Gods liefde is voor ons onmeetbaar groot. Net als de kruimels die van tafel vallen, of de gloed van de lamp, is de liefde die wij ontvangen maar een klein deel van het geheel.
Neem die kruimels onbezorgd op en laat ze groeien. Als we in onze harten Gods liefde laten kiemen dan kunnen we beetje bij beetje bijdragen aan een wereld met meer liefde, aan een betere wereld.
Daarom moeten we leren om, net als de Kanaänitische vrouw, Gods genade te vinden. 

Amen.

 

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.