Zeeuwse natuurvorser

Hoogtelijn

1 reactie

 

Retrospectief dagboek (Libië 3).

 

Houmt Souk, zaterdag 31 juli 1993. Wat nu? Geen bier of andere alcoholica te vinden in Houmt Souk, behalve misschien in restaurants die ons budget ver te boven gaan. Wat nu? Nog acht dagen te gaan voor onze vlucht vanuit Tunis vertrekt. We besluiten het nuttige met het aangename te verenigen, een auto te huren en in de geest van de Stichting WIWO zo veel mogelijk wetlands te bezoeken tussen Djerba en Tunis. We worden voorzien van een keurige Peugeot 205, die we in Tunis kunnen inleveren. Om 09:00 verlaten we Djerba met het pontje ‘Bac Ajam’. We willen vandaag naar Matmata, een bijzonder gebied met ’holwoningen’, uitgegraven in de wanden van grote, ronde gaten. Ik was hier wel eens eerder, maar wil graag een keer terug. Eerst willen we een flink stuk de woestijn in rijden, via de lange weg van Médinine zuidwaarts naar Tatahouine, Remada en Tafouine. Deze weg staat bekend om zijn rijkdom aan woestijnsoorten, waaronder Diksnavelleeuwerik. Het begint aardig met enkele ‘nieuwe’ voor Pim: Witkruintapuit, Huisgors en Bruinnekraaf, daarna blijft de woestijn 200 km leeg, heet en uitgestorven. We keren terug om met een grote lus via de kust naar Matmata te rijden. Uiteraard rijd ik; Pim leest kaart en suggereert een alternatieve route: een directe en veel kortere doorsteek van Tatahouine naar Matmata, via de dorpjes Ghoumrassen en Beni Kheddache. Het lijkt een kleine weg, maar het zou moeten kunnen. Om 14:30 draaien we de weg op naar Ghoumrassen. In Kasr Halouf houdt het asfalt op. We vragen de weg nog maar eens aan een schaapherder bij de laatste huizen van het dorp. Hij wijst omhoog (of is het op zijn voorhoofd…). De weg wordt steeds smaller, het steenslag steeds grover, we blijven klimmen. Pim kijkt nog eens op de kaart en zegt zonder aarzeling: dit moét goed zijn, kijk maar naar de zon! Die begint ondertussen aardig te zakken…

                                       De snelle route van Pim...

Pim blijft ondertussen enthousiast vogels noteren, en dat zijn er op deze route opmerkelijk veel: vier soorten tapuiten, Barbarijse Patrijs, Rosse Woestijnleeuwerik, Bijeneter etc. Het noteren valt niet mee door de deplorabele staat van de weg, die ondertussen is gedegradeerd tot een smal geitenpad, geflankeerd door grote stenen. Ik moet uiterst geconcentreerd rijden en begin me toch wat zorgen te maken. We zitten midden in de bergen, tientallen kilometers van de bewoonde wereld. Dan begint de afdaling, waarbij het geitenpad verandert in een heuse droge beekloop. Hier liggen enorme rolstenen en bij het nemen van ‘drempels’ en complete droge watervallen schuren bodemplaat en uitlaat over de grond. Dezelfde weg terug nemen is uitgesloten; we moeten door! Ik neem niet de moeite naar vogels te kijken en ben slechts bezig met overleven. Pim blijft enthousiast bij iedere Woestijntapuit. Na ruim vier uur ploeteren, zien we weer wat bebouwing. Nu wil ik ook de kaart wel eens zien, hoe ver we nog moeten. Als ik Pim vraag welke weg we nu eigenlijk hebben gehad, wijst hij op een dun lijntje. Subtiel wijs ik hem op de legenda: déze dunne lijntjes zijn geen wegen maar hoogtelijnen… De laatste 12 km zoeven we weer over heerlijk asfalt; in Matmata storten we ons op bier, stokbrood en rosé.

We brengen op 2 augustus een succesvol bezoek aan Geziret Bsillia (Kneiss) in de Golf van Gabès. Dit is een potentiële broedplaats van Bengaalse Sterns, maar deze soort is afwezig. Wel zien tellen we 400 Kleine Zilverreigers, 2500 Europese Flamingo’s, 800 Srandplevieren, 1000 Krombekstrandlopers, 3000 Tureluurs en 250 Dunbekmeeuwen.

Op 4 augustus rijden we weer het binnenland in, naar de oases Touzeur en Nefta. We vinden een prettig hotel in Nefta (Avec climatiseur! Want het is loeiheet buiten). Hoewel binnen prettig vertoeven is, moet er toch weer gevogeld worden, dus maar weer de hitte in en rijden richting Algerijnse grens. Pim heeft al 26 nieuwe vogelsoorten gezien, mijn score is… nul! Dan zie ik iets op de weg, en ik weet direct wat het is. Shit! ‘Pim, als ik het nu goed determineer uit een rijdende auto, mag ik hem dan tellen?’. Helaas, de regels zijn onverbiddelijk en Pim is getuige. Ik keer de auto en 100 m terug ligt inderdaad een doodgereden Egyptische Nachtzwaluw. Het is een volwassen vogel in handpenrui. Ik ben 14 keer in Egypte geweest en heb deze soort daar nooit gezien, terwijl de modale bezoekende vogelaar die al op de eerste avond tijdens de ‘sound-and-light-show’ bij de piramides kan aankruisen. We nemen de staart mee voor Floor Arts. Na 200 meter ligt weer een platte adult, na 800 meter een dode juveniele vogel en iets vóor de grens wéér een juveniel. Pim’s aantekeningen (dank!) melden: ‘ze zijn hier óf algemeen, óf uitgeroeid! ‘. Terug naar het hotel, om koelte te scheppen. Om 18:50 zitten we echter weer op een strategisch gelegen zandduin aan de rand van een kleine oase nabij de grens. Steenuilen, Klapeksters, Renvogels, Rosse Waaierstaarten. Op 19:10 gaat de zon onder en na een half uur wordt ons wachten beloond en zien we de eerste van minstens vijf jagende Egyptische Nachtzwaluwen! In het hotel drinken we er een extra biertje op.

                       Peter's enige nieuwe soort: het begon dramatisch...

Pim zal in Tunis het vliegtuig instappen met 36 nieuwe soorten, ik met één. De auto wordt probleemloos ingeleverd, ondanks de gehavende onderzijde… We hebben in 23 dagen in Libië en Tunesië ongeveer 8400 km afgelegd. Thuis wacht het obligate huiswerk (rapport 1, artikelen 2,3,4 etc.).

 

---------------------

Noten Mesjeu!, Bengalen en Hoogtelijn.

 

 

1 Meininger P.L., Wolf P.A., Hadoud D.A. & Essghaier M.F.A. 1994. Ornithological survey of the coast of    Libya, July 1993 [with   some notes on some wetlands in Tunisia]. WIWO report 46, Zeist

2  Meininger P.L. & Wolf P.A. 1994. Breeding seabirds along the coast of Libya in July 1993. Sula 8: 251-256.

3 Meininger P.L., Wolf P.A., Hadoud D.A. & Essghaier M.F.A. 1994. Rediscovery of Lesser Crested Terns breeding in Libya. Brit. Birds 87: 160-170.

4 Meininger P.L., Wolf P.A., Hadoud D.A. & Essghaier M.F.A. 1996. Notes on the coastal birds of Libya, July 1993. Sandgrouse 18: 53-60.

5 Moltoni E. 1938. Escursione ornitologica all’Isola degli Ucelli (Golfo della Gran Sirte, Cirenaica). Riv.

Ital. Orn. 8: 1-16.

 

1 reactie

Het water komt me in de mond bij het lezen van deze mooie stukjes. 
Franklin Tombeur

26 May 2013 om 18:28

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.