Zeeuwse natuurvorser

Mbour

2 reacties

------------------------------Retrospectief dagboek

 

Mbour, 5 januari 1988. Bij invallende duisternis bestormt een leger wenkkrabben het terras van het huis van François Baillon. Zijn ‘compine’ Kornelia, een knappe, gebruinde Bulgaarse in bikini, trekt de tweede fles witte wijn open. Ze had wat bedenkelijk gekeken bij het lezen van het etiket van de door ons meegebrachte rode wijn en de fles in een hoekje van het terras gezet. François wrijft soms met een vertrokken gezicht over zijn buik, en schenkt zich dan toch maar weer een glaasje ‘medicijn tegen alles’ in: een stevige whisky. Greetje en ik zijn voor de tweede maal deze reis te gast op het door een hoog hek omgeven terrein van de ORSTOM1. We hebben onze ‘eigen’ comfortabele bungalow weer betrokken.

Onze ‘missie’ zit er bijna op; een ‘missie’, want we zijn natuurlijk niet zo maar op vakantie! En dat betekent ook wel een beetje afzien. De afgelopen weken hebben we vrijwel alle vissersdorpen en nederzetting langs de kust van Senegal bezocht: van Saint-Louis in het noorden tot Boudjedjet op de grens met Guinee-Bissau. Ik ring al jaren Visdieven in het Nederlandse Deltagebied, zowel jonge als volwassen vogels. Dit om een beeld te krijgen van de ‘demografie’: sterfte, overleving, immigratie en emigratie. Opvallend veel ringen worden gemeld uit Senegal, vaak zonder opgave van de vindomstandigheden, soms als ‘per ongeluk gevangen en weer losgelaten’, of ‘verstrikt in visnet’. Uit Ghana was bekend dat daar veel sterns werden gevangen door kinderen, en dat dit een forse aderlating betekende voor de populatie van de zeldzame Dougalls Stern. Naar aan leiding van de resultaten van het onderzoek door Britse ornithologen was daar een succesvolle campagne gestart op scholen e.d. om het vangen van sterns te reduceren.

In Senegal zou het vangen van sterns ook wel eens op grote schaal kunnen gebeuren, maar in de literatuur was hierover niets te vinden. Dan maar zelf gaan kijken! Ik maakte een projectbeschrijving en peuterde hiermee wat geld los bij het Trekvogelfonds van Natuurmonumenten. Een prettige bijkomstigheid was dat er een Nederlands-Duits project nabij Saint Louis bezig was met het vangen en ringen van Grutto’s. Dit alles onder de bezielende leiding van Albert Beintema en Hermann Hötker. Tussen vertrek en aankomst van twee teams konden wij een week gratis gebruik maken van de 4WD-auto om dorpen in die buurt te bezoeken, en en passant ook nog wat Grutto’s ringen. Om gebieden ten zuiden van Dakar te bezoeken huurden we zelf een auto.

Groene meerkat, Parque National Basse Casamance, Senegal, december 1988

De eerste dagen na aankomst in Dakar deden we verwoede pogingen in contact te komen met de directie van de ‘Service des Parcs Nationaux’, in de hoop op logistieke ondersteuning. Uiteindelijk lukte het de directeur te spreken: Dr. Sylla. Hij verscheen in een lang gewaad en vertelde trots dat hij zojuist een zoon had gekregen. Met klamme handen vertelde ik hem in een soort Frans over het doel van onze reis. Pas later vernam ik dat Sylla vloeiend Engels spreekt… Hij had nog nooit van het vangen van sterns gehoord, dacht dat dit niet of nauwelijks voorkwam en benadrukte dat Senegal in West-Afrika één van de best georganiseerde landen was op het gebied van natuurbescherming. Er bestond duidelijk enige vrees voor bezoedeling van de reputatie van zijn land. Desondanks wilde hij zijn medewerking wel verlenen en beloofde per radio de medewerkers van enkele kustreservaten te informeren over onze komst.

Het bezoeken van de vissersdorpen verloopt meestal volgens een vast stramien. Een afslag van de hoofdweg, die richting kust steeds slechter wordt en abrupt eindigt in dorpje nabij het strand. Knetterende zon, veertig graden, rekken met drogende vis en de pregnante lucht van rotte vis. Dan wordt de auto bestormt door een kleine of grotere kudde jongetjes. Ik begin dan een geanimeerd gesprek, laat ze in het vogelboek de sterns zien, toon ze wat ringen en vraag of ze die kennen. Daarna verschijnen meestal wat oudere mannen, die de jongens wegsturen en ons vervolgens meetronen naar de ‘chef de village’, want de dorpsoudste moet toch wel op de hoogte worden gebracht van het buitenlandse bezoek. Dan volgt een ritueel van handen schudden, thee drinken en een moeizaam gesprek: een beetje Frans en veel handen, voeten en tekenen. Het Frans van de dorpsoudste is vaak net zo slecht als het mijne en door het geheel of grotendeels ontbreken van een gebit in ieder geval onverstaanbaar. Eén van de dorpsoudsten brengt slechts roggelende geluiden voort en lijkt de dood nabij. We doneren een doosje aspirine. Meestal worden we niet veel wijzer van deze bezoeken. Over het algemeen is men wel bekend met het vangen van sterns, en toont ons de diverse methoden, met strikken en haakjes. Vaak zijn er ‘vorige week’ of ‘gisteren’ nog sterns gevangen, maar wij zien het zelf nooit. Behoorlijk frustrerend, want we kunnen natuurlijk niet thuiskomen zonder schokkende foto’s van kleine zwarte jongetjes met bebloede witte sterns!

Uitleg over vangen van sterns, Boudedjet,grens Senegal-Guinee Bissau, december 1987. 

We overnachten soms in ons tentje binnen de hekken van een natuurreservaat, soms in een lemen hutje in een traditioneel dorp, inclusief het gebruik van klamboe, ontbijt met verse geitenmelk en toiletten waarvan ik de beschrijving maar achterwege laat. Onderweg bezoeken we zo veel mogelijk ‘wetlands’, waar ik tellingen uitvoer van watervogels. Dit levert dermate veel gegevens op, dat ik later de schattingen van in Senegal overwinterende steltlopers kan herzien in een kleine publicatie2. Ook buiten de ‘wetlands’ zijn veel vogels te zien; de diversiteit wordt groter naarmate we zuidelijker komen. Bij doodgereden koeien zitten regelmatig forse groepen gieren, niet zelden drie soorten. De kleine Kapgieren, de grote, ‘geschubde’ Rüppells Gieren en de enorme Oorgieren. Regelmatig zien we Huzaarapen Erythrocebus patas, in het zuiden ook voor de auto overstekende groepen Gele bavianen Papio cynocephalus. Tegen de grens met Guinee-Bissau ligt het reservaat ‘Basse Casamance’, net binnen de Guinea Savanna vegetatiezone en door de hoge bomen met een vleugje tropisch regenwoud. Hier zien we diverse soorten neushoornvogels, Bosbokken Tragelaphus scriptus, Maxwells Duikers Cephalophus maxwellii, Rode Franjeapen Procolobus badius en Groene Meerkatten Chlorocebus aethiops. In de Casamance ‘broeit’ het: er is een onafhankelijkheidsbeweging, die steeds gewelddadiger aanslagen pleegt3. Niet lang na ons bezoek aan het reservaat ‘Basse Casamance’ wordt dit door rebellen overvallen, waarbij meerdere bewakers worden gedood.

De witte wijn is op en François heeft de laatste druppels whisky uit de fles geperst. Met een knipoog naar Kornelia opent de gastheer ‘onze’ fles rode wijn en vult de glazen. Ik vat de resultaten van onze ‘missie’ nog maar eens samen: het vangen van sterns door jongetjes is wijdverspreid langs vrijwel de gehele kust, maar het lijkt niet om hele grote aantallen te gaan. Ringen worden meestal weggemikt. De gevangen sterns worden gedood; als ze levend worden bewaard, wordt eerst een vleugel gebroken om ontsnappen te voorkomen. Vaak eet men de vogels zelf op, maar regelmatig wordt het borstvlees verwerkt in ‘brochettes’, die aan toeristen worden verkocht als lokale specialiteit. Uiteraard weten de toeristen niet wat voor vlees ze op de barbecue leggen. Gelukkig heeft François de vorige dagen een paar foto’s kunnen maken van de vangst van sterns… We hebben in ieder geval voldoende informatie voor het schrijven van een rapportje en een artikel, om onze geldschieter tevreden te stellen4, 5. Enigszins aangeschoten nemen we afscheid. Op de valreep vertelt François dat er vorige week op radio en TV veel commotie was geweest door een groot schandaal. Op de bodem van een enorm wijnbassin was een lijk aangetroffen van een medewerker die al weken vermist was. De wijn, van de grootste Senegalese wijnproducent, was gewoon in de winkels beland en – precies – van het merk waar wij mee kwamen aanzetten…  À votre santé!

 

Het tafereel waar we op 'hoopten', maar altijd net misten. Jongetjes met gevangen Zwarte Sterns, Mbour, Senegal, voorjaar 1988 (fotograaf onbekend).

 

 

Noten:

1 ORSTOM = Office de la recherche scientifique et technique outre-mer, een Franse organisatie die zich bezig hield met allerlei onderzoek in de voormalige koloniën.

2 Meininger P.L. 1989. Palearctic coastal waders wintering in Senegal. Wader Study Group Bull. 55: 18-19.

3http://en.wikipedia.org/wiki/Casamance_Conflict

4 Meininger P.L. 1988. A preliminary investigation of tern catching in Sene­gal, winter 1987/88. International Council for Bird Preservation, Study Report No. 35, Cambridge.

5 Meininger P.L. & Boerma G.Y. 1988. Nederlandse sterns in Senegal. Natuur­behoud 19: 68-69.

 

 

2 reacties

Mooi verhaal en moet het nog eens een keer na lezen want het is wel veel.

groet, Chris

 

cverkaart

25 February 2013 om 19:14

wat een mooi Senegalees avontuur, je zou bijna spontaan vogelaar worden om ook zo'n onderzoek te kunnen gaan doen
Lizdog

25 February 2013 om 19:57

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.