Zeeuwse natuurvorser

Teheran

3 reacties

 

 

------------------ Retrospectief dagboek: Iran (1)

Donderdag 8 januari 2004. Eindelijk weer een vliegveld waar de spanning na aankomst kan worden weggerookt. Met een lekker sjekkie wachten tot - en óf - de bagage uit het gat in de muur de transportband oprolt. Ook Iran Air heeft de rookvrije vlucht ingesteld en de vijf-en-een-half uur tussen Amsterdam en Teheran verlopen traag. De tien Nederlanders met spijkerbroeken en bergschoenen, behangen met rugzakken, kijkers, statieven en telescopen, vallen nogal uit de toon. Het is 23:30 plaatselijke tijd, 2,5 uur later dan in Nederland, en vijf graden Celsius. Op Schiphol was het nog even spannend, want de paspoorten met visa konden pas deze ochtend worden opgehaald. Dit na drie eerdere tevergeefse ritten van Frank Willems en Rob Felix naar Den Haag: ‘alle formulieren moeten ook in het Engels, we wachten op een fax uit Teheran, komt u morgen maar terug’ etc.

Soepel door de douane, waar alleen de enige langharige, Bernard Oosterbaan, bovendien met een voddig paspoort, wat meer tijd nodig heeft. Met een indrukwekkende bult bagage, geladen op diverse karretjes, lopen we zonder verdere controle de wachtende menigte in: tussen hordes vrouwen met hoofddoeken, kinderen met bossen bloemen, rochelende mannetjes en opdringerige taxichauffeurs een wit bordje: ‘ornithologists from Holland’. Onze contactpersoon van het Department of the Environment (DoE), Hamid, is er, in gezelschap van een kleine microbioloog (what’s in a name) met zijn knappe echtgenote. De tien Hollanders worden verdeeld over drie taxi’s, mijn grote Samsonite tas met een gammel touwtje op het dak gebonden: ‘no problem’. In razend tempo scheuren we door het zelfs ’s nachts drukke en chaotische verkeer naar het centrum van Teheran. Vrijwel alleen opschriften in het Farsi, overal grote portretten van Khomeini en Khathamy. We hebben slaapzakken en matjes bij ons en zijn voorbereid op een overnachting op de grond van een stoffig kantoor. Maar dan: een knipmessende portier met pet, een rode loper, bagagesjouwers en vriendelijke receptionistes, die ons ieder een elektronische pas geven voor onze eigen kamer in het luxe Howezey Hotel.

We drinken nog wat alcoholvrij brouwsel (‘bier’) in de coffeeshop van het hotel. Dit is eigenlijk ook een soort kennismaking, want behalve Mark Zekhuis ken ik de reisgenoten niet of nauwelijks. Ondanks de luxe heb ik een onplezierig gevoel op de elfde verdieping, met in het achterhoofd de recente verwoestende aardbeving in Bam en de nog recenter aardschokken in Zuidwest-Iran van gisteren. Ook Teheran ligt op een breuklijn en ook hier is niet de vraag óf de aardbeving komt, maar wanneer. Het bed is te zacht, de kamer te warm, het verkeersgeruis permanent aanwezig en om 03:00 slaap ik nog niet. Aan de andere kant van de muur maakt een lift bij ieder gebruik een afgrijselijk kreunend en piepend kabaal. Ik zou wel een wijntje lusten, maar de komende drie weken staan we gedwongen ‘droog’. Leve de islamitische republiek!

Na een paar onrustige uurtjes biedt een eerste blik naar buiten een weinig spectaculair uitzicht. Er hangt een grauwe damp boven de stad. De spiegelende glasgevel van een modern bankgebouw is prominent aanwezig. Verder brede straten, een fly-over in de verte en een mengeling van nieuwe hoogbouw en oudere laagbouw (met muurtjes op het dak). Dominante kleur is crème. Hier en daar een bladloze boom, twee Bonte Kraaien en een Palmtortel. Om 09:00 aan het ontbijtbuffet, waar alleen Mark nog op tijd verschijnt. De rest van de groep komt pas na 10:00 en is daarmee te laat. De dag wordt vooral doorgebracht met zitten, wachten, thee drinken, eten en praten met een steeds maar aanzwellende menigte. Gidsen, al dan niet geïnteresseerde studentes, onderdirecteuren en ander onduidelijk volk. We maken kennis met Parvis (spreek uit paarvies) Bakhtiari, een jonge medewerker van reisbureau EcoTour Iran, die is ingehuurd als onze gids en tolk. Hij zegt birdwatcher te zijn en maakt een enthousiaste indruk. Uiteindelijk met twintig man uitvoerig geluncht. Salade, zaziki-achtige yoghurt, rijst met kebab, flinterdunne lappen brood. Dit type maaltijd zullen we nog vele malen voorgezet krijgen.

We zijn in Iran op uitnodiging van het Department of the Environment (verder aangeduid als DoE) en zullen de komende weken in vijf ploegjes watervogels gaan tellen in alle uithoeken van Iran1. Mark en ik gaan naar Mazanderan, langs de Kaspische zeekust. Met gemengde gevoelens, want aanvankelijk zouden wij naar Khuzestan gaan, een in alle opzichten spannend gebied op de grens met Irak. We worden geacht de Iraniërs wat telvaardigheid en soortenkennis bij brengen. Alles wordt geregeld en betaald, alleen vliegticket en visum zijn voor eigen rekening.

                     Straatbeeld in Teheran (foto Mark Zekhuis)

Aan het eind van de middag worden we nog een uurtje uitgelaten in een dierentuinachtig parkje, waar wij uiteraard de grootste bezienswaardigheid zijn. Toepasselijke naam: het Saee Park (het saaie park..). Hier en daar liggen sneeuwresten. Het is het helder geworden en het besneeuwde Elburz gebergte blijkt plotseling vlakbij de stad te liggen. De Damavand, met de klassieke vorm van een vulkaan, torent met zijn 5673 m ruim boven het toch al indrukwekkend hoge gebergte uit.

Een kleine, doch massieve en voedzame pizza in de coffeeshop van het hotel. Daarna nog uitgebreide discussies met Hamid en Dr Borhan Riazi, de laatste door de DoE ingehuurd om ons bezoek logistiek te organiseren. Na lang debatteren wordt afgesproken dat we op maandag 26 januari een ‘workshop’ zullen organiseren over de telresultaten (thema: ‘advanced counting techniques’; ha ha!) en daarna direct vertrekken naar Touran, een steppegebied 500 km ten oosten van Teheran met specialiteiten als Kraagtrap en Pleske’s Ground Jay. Daar twee overnachtingen en dan direct door naar het vliegveld. Ik zie de bui al hangen: die workshop betekent een lezing geven, en daar heb ik de schurft aan. Vanavond vertrekken Hamid, Rob Felix en Frank Willems met een binnenlandse vlucht naar Bandar Abbas, aan de Golfkust.

Op zaterdag inpakken na wederom een onrustige nacht. Behalve wij zijn alle teams al vertrokken: Peter de Boer en Menno van Straaten per auto naar Gilan, Menno Hornman en Harvey van Diek naar Khuzestan en Erik van Winden en Bernard naar Beluchestan. Parvis staat al paraat. We hebben in de lobby nog een korte ontmoeting met Ali Adami Mirhosseyni, een vriendelijke oudere baas die in de jaren zeventig veel met Dereck Scott heeft samengewerkt. Samen schreven ze een gids (in het Farsi) van de vogels van Iran. Dit boek staat al jaren onaangeroerd in mijn boekenkast: inmiddels een prijzig curiosum. Om 09:30 staat zowaar een grote Nissan voor de deur, met chauffeur Medjid. We worstelen door het verkeer richting randweg. Cairo was vrij extreem wat betreft verkeer, hier is het extremer. Stoplichten en zebra’s worden genegeerd, overstekende voetgangers springen met gevaar voor eigen leven tussen de vele rijen auto’s die zich door de straten persen. Op kruisingen en rotondes vlechten rijen auto’s zich stapvoets ineen: ‘als mijn bumper voor de jouwe zit, ga ik dus voor’. Talloze lichte motoren scheuren tussen de auto’s door, regelmatig tegen het verkeer in. Hier en daar een kleine botsing met blikschade (en zich daar omheen laverende auto’s); een motorrijder ligt naast zijn motor in een plas bloed met benzine. Niemand schenkt er aandacht aan. Teheran kruipt via de dalen aan de rand van de stad langzaam maar zeker de hellingen van het Elburz gebergte op: overal verrijzen nieuwe wijken met hoogbouw. Een stukje snelweg (gelukkig niet te lang..) en dan een afslag: naar het noorden!

3 reacties

Als je de tekst eerst in Word zet kun je de lettertype aanpassen en vervolgens kopieren naar je weblog. Misschien heb je dat ook gedaan?

groet, Chris

cverkaart

09 October 2012 om 18:47

> Iedere poging onderstaande stukken in een fatsoenlijk groot/groter lettertype
> te krijgen mislukte. Wat een waardeloos systeem...

Joh, Peter, stap toch over op WordPress. Die blogs van ZeelandNet zien er niet uit en hebben maar beperkte mogelijkheden. Voor 30 Euro per jaar heb je een eigen blog, met 1001 mogelijkheden, bij een betrouwbare provider plus eigen domeinnaam/mailadres.

Groeten, Jethro

P.S. Je stukjes lees ik met veel plezier, zijn soms meesterlijk, da's het probleem niet.

waanders

10 October 2012 om 20:43

Hoi Peter,

Ik dacht eerst dat we je niet meer zouden lezen, maar deze stukjes zijn inderdaad meesterlijk. Heel beeldsprakerig met veel gebruik van adjektieven en bijwoorden. Ik zie het allemaal zo voor mij gebeuren. Leuk ook dat je vaak beschrijft hoe je je voelt op sommige ogenblikken en plekken.

Die natuur daar dat is nog wat anders dan de postzegeltjes waarmee wij het hier in de lage landen moeten stellen.

Blijf ons  verder vergasten op deze stukjes.

Welgemeende groeten,

Franklin 

 

Franklin Tombeur

12 October 2012 om 19:36

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.