Zeeuwse natuurvorser

Miankaleh

0 reacties

 

-------------------Retrospectief dagboek: Iran (2)

 

Zaterdag 10 januari 2004. De weg wordt tweebaans en stijgt snel met veel haarspeldbochten. Het landschap is bedekt met een dik pak sneeuw, maar de weg is vrijwel sneeuwvrij. De hoogste pas is volgens de GPS 2710 m. Hier wandelen we even: het is zonnig en koud. Het fraaie berglandschap geeft slechts weinig vogels prijs: enkele Steenarenden, een paar groepen Aziatische Steenpatrijzen, wat Alpenkraaien en een roepende Rotsklever. De noordzijde van het gebergte is bebost en sneeuwvrij. Onze chauffeur weerhoudt zich gelukkig van de krankzinnige inhaalmanoeuvres die de medeweggebruikers uitvoeren. Helaas zijn vele van deze medeweggebruikers tegenliggers…

Na een rit van een kleine 300 km melden we ons in de schemer bij de slagboom van het Miankaleh Wildlife Refuge. Een groot ‘resthouse’ staat geheel tot onze beschikking. Schoenen uit vóór het betreden: een grote kamer met tapijt, enkele stoelen, een oliekachel en een keukentje. Twee grote slaapkamers met ieder vijf bedden. Ik zeg dat ik hard snurk, en verover zo één van de slaapkamers. Mark betrekt de andere kamer.

’s Avonds meldt zich de lokale DoE-medewerker die met ons mee gaat ‘Rabiee’ (hij heet voluit Koros Rabiee). Hij is begin dertig, lijkt aardig en spreekt weinig Engels. De drie Iraniërs slapen gewikkeld in dikke dekens naast de kachel in de hete kamer, ik heerlijk in mijn slaapzak in een koude kamer met open raam. Buiten huilen de jakhalzen.

Kort na het opstaan om 06:00 verschijnt een tweede terreinwagen: een landrover met chauffeur voor Rabiee. De komende elf dagen zullen we steeds met twee auto’s rijden, althans wij hobbelen achter de auto van Rabiee aan. We tellen vandaag vanaf het 60 km lange Miankaleh schiereiland, dat een grote brakke lagune, Gorgan Bay  (80 000 ha, vier keer de Grevelingen), scheidt van de Kaspische Zee. Dit is een strikt reservaat, waar jagen verboden is. De enige toegang voor de vele vissers die vanaf het strand vissen, en voor de herders die hun kuddes schapen, geiten en waterbuffels hier laten grazen, is via de slagboom van de DoE-controlepost.

We rijden langs de oevers van de lagune en maken regelmatig stops om vogels te tellen. De vierwielaandrijving wordt pas ingeschakeld als de auto vastzit in de modder, en de auto’s rijden zo dicht op elkaar dat er geen weg terug is als de eerste auto vastraakt. Iraanse chauffeurs… De eerste vier grote vogels die we in de ochtendschemering zien wil ik noteren als Blauwe Reigers. Het blijken echter Zeearenden, die eerste van de 125 die we op dit schiereiland zullen aantreffen. Binnen een half uur zie ik meer Zeearenden dan in de 47 voorafgaande jaren bij elkaar: jonge vogels met bruine staarten, volwassen dieren met prachtige witte staarten, met elkaar bakkeleiende vogels, groepen van 10-12, opmerkelijk behendig en snel jagende Zeearenden. Schitterend! Ook aan watervogels geen gebrek: een roze horizon met tienduizenden Flamingo’s, plakken Meerkoeten, tienduizenden eenden in vele soorten (waaronder honderden Witkopeenden en Nonnetjes). Ik scoor mijn eerste nieuwe soort: de Fazant! Hier zijn het echte wilde, en geen nakomelingen van uitgezette vogels zoals in Europa.

Plotseling is er rumoer op het meer: een kleine boot met een enorme buitenboordmotor nadert de oever pijlsnel, flinke paniek veroorzakend onder de vele watervogels, wat de nauwkeurigheid van onze telling niet echt bevordert. We staan wat te mopperen en te schelden dat dit toch echt niet kan in een dergelijk beschermd gebied, maar wat blijkt: de boot komt voor ons, om mee te gaan tellen. Het feit dat we hier niets van wisten is tekenend voor het gebrek aan communicatie over plannen en activiteiten, zoals dit zich de komende dagen in toenemende mate zal manifesteren. Een bebaarde man met een kalashnikov stapt uit en nodigt ons in de boot. Binnen de kortste keren doorsnijden we enorme groepen Meerkoeten, die ‘rennend’ over het water en duikend aan de boot trachten te ontkomen. Regelmatig klinkt een doffe bonk onder de boot… Als reactie schijten de Meerkoeten massaal en we varen door een pregnant geurende groene soep van meerkoetenstront. De Flamingo’s gaan wel op de wieken. Het tellen van tienduizenden vliegende Flamingo’s is geen sinecure. De boottocht biedt gelegenheid enkele eilanden te ronden en de vogels te tellen die vanaf de oever niet zichtbaar zijn. Na een uurtje staan we weer op de kant en vervolgen de route per auto. Aan het eind van de dag hebben we ruim 220 000 watervogels weggetikt op de handtellers.

                 Telling van watervogels in Miankaleh (foto Mark Zekhuis)

Op maandag rijden we over het smalle strand tot halverwege het Miankaleh schiereiland en maken dan een doorsteek naar het punt waar we gisteren zijn geëindigd. Vandaag tellen we het resterende deel van het schiereiland. Er zijn op dit deel van de lagune beduidend minder watervogels dan in het gedeelte dat gisteren werd bezocht. Het totaal blijft steken op 20 000. De lagune is soms moeilijk te bereiken en we moeten ons over flinke stukken een weg banen door dicht braamstruweel. Het is de vraag wie er het hardste schrikt als ik bijna op een Wild Zwijn stap. Onverwacht is de waarneming van een rond, grijs kopje, dat af en toe boven water komt in de lagune: een Kaspische Zeehond! Een heuse endeem.

We rijden de ruim 40 km terug naar het resthouse over het strand. Zeker 20 groepen vissers, die met bootjes kilometers lange netten in zee varen en deze met behulp van twee half ingegraven tractoren binnenhalen. Langs de Middellandse zeekust van Egypte werd dezelfde vismethode toegepast, maar werden de netten met de hand ingehaald door grote groepen mannen. Maar misschien zijn ook daar de tijden veranderd. In de schemer het slot van een visactie bijgewoond: diverse Kroeskoppelikanen profiteren van de concentratie vis als het net bijna aan de kant is. Een Geoorde Fuut wordt opgevist (en door ons vrijgelaten) tussen duizenden harderachtige vissen en twee forse Steuren. De Steuren worden voorzichtig teruggezet: kaviaar is immers veel meer waard dan een dooie Steur.

In de ochtendschemer (dinsdag) hangt een lage mist over het oostelijk deel van de lagune waar we op uitkijken. In het riet roepen enkele Cetti’s zangers, een winterkoningachtige roep, waarvan we pas na enkele dagen ontdekten welke vogels dit produceren. De biggenroep van een Waterral en kekkerende boomkikkers. Om half zeven start Medjid de motor van de Nissan: het is gedaan met de idyllische sfeer. Hij laat de auto dagelijks zeker een uur warmdraaien: volstrekt overbodig natuurlijk. De benzine kost hier zeven Eurocent per liter, en ach, of je nu werkt bij het Department of the Environment…

We vertrekken naar de zuidkant van Gorgan Bay. Na enkele stops aan de rand van de baai komen we bij een DoE-station, waar dezelfde snelle boot van eergisteren voor ons klaarligt. De taferelen herhalen zich: over rimpelloos water scheuren we door enorme groepen Meerkoeten, Tafeleenden en Flamingo’s. We varen de ruim 40 km naar de oostkant van het meer en hebben een korte stop op een eilandje. Tussen de vaste wal en het eiland, met dorpje, vaart een primitieve veerpont: een roestige bak met een daarop vast gelaste oude tracktor, die de bak met behulp van een kabel heen en weer trekt. Als we op de terugweg diagonaal de lagune kruisen, steekt de wind op. De kleine golfjes worden groter, en ik zit uiterst oncomfortabel op de voorpunt van de boot: het bootje maakt enorme klappen en ik ben meer in de lucht dan dat ik zit. Het is bitter koud. Natuurlijk liggen muts, handschoenen en das in de auto.

Vandaag hebben we er nog een paar honderdduizend vogels bijgeteld, waarmee het totaal voor dit gebied op ruim een miljoen uitkomt! Voorwaar geen kattenpis!

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.