Zeeuwse natuurvorser

Fajoem!

3 reacties

 

---------------------------------------------Retrospectief dagboek

 

Port Said, 27 juni 1977. De diarreekrampen gieren door mijn onderlijf. Ik trek een deur open aan het eind van de duistere gang, word verblind door het volle zonlicht en donder bijna de diepte in. Het hotel in Port Said blijkt te zijn gehalveerd tijdens een Israëlische beschieting, nog maar een paar jaar geleden. Geen WC, maar uitzicht op ingestorte muren, verwrongen leidingen, een wastafel. Een moment overweeg ik hier mijn broek te laten zakken, maar zie dan op ooghoogte, op een dak aan de overkant van de straat, een heel gezin aan de maaltijd zitten: bebaarde man, vrouw met hoofddoek, kinderschare gekleed in fleurige kleuren. Ik knal de deur dicht, ren naar de andere kant van de gang en open een deur van een veronderstelde WC. Een gat in de vloer geflankeerd door twee plateaus op schoenformaat, alles gelardeerd met excrementen van voorgangers, stukjes krant, bruine spetters tot op ooghoogte. Dankbaar hurk ik, net voordat mijn darmen zich krachtig legen. Papier ontbreekt uiteraard, een kraantje biedt uitkomst. Een goed gemikte, koele straal reinigt de billen. Min of meer.

 

                      "Halvotel" Port Said, juni 1977.

Ben Dielissen en ik zijn pas een paar dagen in Egypte. Een overdonderende ervaring. Wat doen we hier eigenlijk? Ik ben nog niet lang werkzaam bij de Deltadienst van Rijkswaterstaat in Middelburg. Het hoofd van de afdeling biologie, Henk Saeijs (voor mij uiteraard meneer Saeijs…) heeft mijn collega Henk Baptist gevraagd uit te zoeken wat er bekend is over de vogels van het Manzalameer in Egypte. Dit in verband met een mogelijk Nederlands ontwikkelingshulpproject en een bezoek van de Minister van Verkeer en Waterstaat. Het klusje wordt aan mij gedelegeerd en ik ga voortvarend te werk met literatuuronderzoek en wat correspondentie. De beschikbare informatie over vogels in Egypte blijkt over het algemeen anekdotisch en sterk verouderd. Over watervogels, laat staan over aantallen, is nauwelijks iets te vinden, terwijl de meren in de Nijldelta gezien hun ligging enorme potenties moeten hebben.

Ben en ik kennen elkaar sinds het begin van de middelbare school en hebben vele vogeltochten gemaakt in Nederland, eerst op de fiets, later met de Puch. We zijn echter nog nooit samen in het buitenland geweest. Een erg wild plan voor een reis door Iran en Irak wordt omgebouwd tot een minder wild plan voor een bezoek aan Egypte. Door het lezen van vele artikelen ben ik inmiddels erg benieuwd wat daar allemaal te zien is aan vogels. Daarnaast trekken de historische monumenten natuurlijk ook.

Ben is onderwijzer en dus gebonden aan de schoolvakanties. Dit betekent dat we precies in de heetste periode van het jaar in Egypte  zijn. We hebben zes weken de tijd, maar een beperkt budget en daarom een briljant reisplan uitgedokterd. Met de goedkoopste vlucht een enkele reis Cairo. Mijn eerste vliegervaring, met de Jugoslavian Aero Transport (JAT) in 15 uur van Amsterdam naar Cairo, met tussenlandingen in München en Zagreb, overstappen in Belgrado en een woeste tussenlanding in Athene, is geen onverdeeld genoegen. Het groepje geüniformeerde mannen rond een fles slivovitsj in het sombere restaurant van het vliegveld van Belgrado blijkt wel degelijk onze vliegtuigbemanning te zijn! We hadden bedacht dat we in Egypte wel een boot konden vinden naar Turkije, om dan nog wat in Turkije rond te toeren en met een Interrail treinabonnement (een maand treinen door heel Europa voor een habbekrats) huiswaarts te gaan.

Na aankomst op het vliegveld van Cairo laten we ons door een taxi voor veel te veel geld naar het centrum rijden. Hier vinden we onderdak in “Pension Roma” gedreven door twee hoogbejaarde Griekse broers. De minstens 100 jaar oude kooilift gaat wat schokkerig, maar functioneert wel. Grote, zachte bedden, aan het plafond een “fan” die de warme lucht enigszins in beweging brengt. Een enkele kakkerlak, dorstige muggen en veel straatlawaai tot diep in de nacht: onophoudelijk toeterende auto’s, voorzien van luid kwetterende vogelgeluidjes wanneer geremd wordt (dit luidruchtige hebbedingetje zou binnen een jaar worden verboden). Uiteraard een moskee met luidspreker tegenover onze kamer.

                                             Straatbeeld Cairo, juni 1977.

Onrustige nacht. In het eerste ochtendlicht koerende palmtortels, een roepende Hop op de binnenplaats, wolken Vale Gierzwaluwen en roodbuikige Boerenzwaluwen. Na de eerste dag de obligate bezoeken aan Egyptisch Museum en piramides te hebben volbracht, lopen we ’s avonds door de drukke winkelstraten van Cairo. Het is donderdagavond en vooral mannen verdringen elkaar voor de etalages, het zogenaamde “shoe gazing”. We worden aangesproken door een jonge Egyptenaar, hij nodigt ons uit voor een kopje thee in een restaurant. Gedurende een uur hebben we een leuk gesprek. Dat vertelt Sami dat hij jarig is en vanavond een feest geeft, met levende muziek én “Egyptian girls”. Hij dringt aan dat wij komen en we spreken af dat hij ons om 20:00 zal ophalen voor ons pension, met zijn auto, die hij zo nog even van de garage moet halen. Sami gaat even de garage bellen… Ben en ik overleggen: het lijkt wel OK, en zo’n Egyptisch feest is wel een buitenkansje! Hij komt terug en kijkt sip. De reparatie valt duurder uit dan gepland en hij moet nu eerst met de bus naar huis om geld te halen. Nee, van ons wil hij beslist geen geld lenen, nee, echt niet! We dringen bijna aan, en uiteindelijk accepteert hij de vijf biljetten van tien pond.  Hij wil zijn horloge als onderpand geven, maar natuurlijk weigeren we dat. Direct nadat Sami in de menigte is verdwenen kijken Ben en ik elkaar aan. We zijn bedonderd, belazerd, opgelicht, erin getuind: met open ogen! Dit overkomt toch alleen anderen? Met nog een sprankje hoop, maar tegen beter weten in,  staan we met gepoetste tanden op het afgesproken tijdstip toch klaar… We hebben ons lesgeld betaald; en het is een mooi verhaal: “voor later”.

Na een paar dagen Cairo willen we niets liever dan de hectische stad ontvluchten. Met twee toevallig ontmoete Nederlandse meisjes nemen we een taxi naar de Fayoum (Fajoem), een oase op ongeveer 100 km ten zuidwesten van Cairo.  We lopen langs het Qarunmeer en zien daar onze eerste Herdersplevier, Goudsnip en Kleine Groene Bijeneter. We vieren dit succes ’s avonds gevieren in Cairo met een bezoek aan de pizzeria van het Hilton Hotel. Ik heb nauwelijks het voorgerecht op, als de eerste diarreekrampen toeslaan. Ik spoed me naar het toilet. Een geüniformeerd mannetje houdt de deur open; ik zie nog net kans wat WC-papier over de bril te draperen (je weet het maar nooit:  “I got it from the toilet seat, it jumped right up and grabbed my meat”; Frank Zappa, “Lucille”).

FAJOEM! Wat een prachtige onomatopee! Ik fajoem dus met kracht de Wc-pot vol; sindsdien wordt  diaree door mij aangeduid met de Fajoempoep. Ik probeer sindsdien ook de “hardheidsschaal van Meininger” te introduceren, waarbij de Fajoempoep alleen kwalificeert bij een 4 of lager. Prettig gespreksonderwerp onder reisgenoten! 1

 

1 = volstrekt waterig, onhoudbaar en hoog frequent (tot tientallen malen per uur);

2 = waterig met enige substantie, maar toch onhoudbaar;

3 = veel te dun, vaak in combinatie met natte winden;

4 = met moeite in te houden dun;

5 = gewoon te dun maar te doseren;

6 = het rommelt en kan alle kanten op…;

7 = perfecte smeuïge bolus;

8 = prettige solide staaf

9 = te hard en korrelig, soms dagen geconstipeerd;

10 = volledige blokkade.

Ik was grondig de handen en krijg een warme handdoek aangereikt door het geüniformeerde mannetje. Hij verwacht een fooi, maar ik bedankt hem slechts vriendelijk. Opgelucht stap ik door de pizzeria in de richting van ons tafeltje. Achter me hoor ik gegniffel en Ben en de meiden attenderen  me lachend op de meter Wc-papier die vanachter uit mijn broek hangt. Pijnlijk moment…

De volgende dag naar Port Said. Hier informeren we naar de mogelijkheid om naar Turkije te varen. Er is geen reguliere veerboot,maar we kunnen wel aanmonsteren als bemanning van een vrachtboot. Misschien vanuit Alexandrië? We nemen een taxi naar Dumyat (Damietta), een prachtige Chevrolet uit begin jaren vijftig. In de Nijldelta blijken nog honderden van dit soort opgelapte oldtimers rond te rijden als taxi. We vinden onderdak in een klein en smerig hotel. Daar zitten pas écht kakkerlakken! We lopen in de richting van het magische Manzalameer; net nadat we de eerste Dwergsterns hebben gezien, stopt een auto naast ons. De twee mannen in burger laten een onleesbaar legitimatiebewijs zien en dwingen ons min of meer in te stappen. De rit voert naar een militaire post… Tot onze verbazing liggen onze paspoorten op het bureau van de dienstdoende officier. De hoteleigenaar had onze aanwezigheid direct gemeld. Aan de muur hangen posters die waarschuwen voor de spionerende “vijand”: karikaturale joden, zoals vroeger verbeeld op nazipropaganda. Het blijkt dat we zonder vergunning ons niet mogen ophouden in het kustgebied. Toeristen worden geacht piramides en tempels te bekijken, maar niet met verrekijker rond te snuffelen in de Nijldelta. Het verhoor duurt ruim een uur… Mijn verzoek even naar het toilet te mogen wordt gehonoreerd;  een niet al te snugger kijkende soldaat met een geweer krijgt opdracht me te begeleiden; hij neemt dit serieus: ik hoor achter mijn rug het ontgrendelen van het geweer en kan op dat moment van de zenuwen niet meer plassen…

 

                                      Ben en Peter in Port Said, juni 1977.

We krijgen onze paspoorten terug, mogen zelfs overnachten in het hotel, onder voorwaarde dat we morgen de eerste bus naar Alexandrië nemen. Na de zoveelste slapeloze nacht en een lange bustocht nemen we in Alexandrië onze intrek in een luxe hotel. Ontbijt op bed! Ook in Alexandrië vinden we geen boot naar Turkije, maar kunnen wel boeken voor een bootreis van Athene naar Istanbul, op een Russische boot.  We moeten dan wel naar Athene vliegen. Na een week hebben we het helemaal gehad met Egypte en willen hier zo gauw mogelijk weg. Op 3 juli landen we op de luchthaven van Athene: de vakantie kan eindelijk beginnen!

Ik neem me voor om nooit meer één voet in Egypte te zetten! Maar zou nog een keer of 12 teruggaan en zelfs intensief meeschrijven aan “The Birds of Egypt” 2.

 

------------------------------------------------------------------------------------

Noten

 

1 Voor de liefhebber wordt verwezen naar het standdaardwerk van Gerrit Komrij (2006): Kakafonie; Encyclopedie van de stront. De Bezige Bij, Amsterdam. 326 pp.
 
2 Goodman S.M. & Meininger P.L. (eds.). 1989. The birds of Egypt. Oxford University Press, Oxford. 550 pp

3 reacties

Geen foto's deze keer? ;-) Meesterlijk stuk weer. En je moet heel wat heb afgeleden met jouw gestel in al die verre oorden.

Groeten, Jethro

waanders

09 June 2012 om 13:19

Geduld... Foto's uit de oude doos toegevoegd. Wat waren we jong (21) en langharig!

 

Peter

mein

10 June 2012 om 20:14

 Een weer heel mooi geschreven stuk Peter! Naast de planten/ vogel kennis ben je ook nog eens een goed schrijver!

 Peter, de weblogs hier worden door Zeelandnet steeds slechter onderhouden. zou je mee willen doen aan mijn aktie en mijn eerste item van 11-06  ondersteunen?

 Vriendelijke groeten Riet Luteijn

Riet Luteijn

12 June 2012 om 11:43

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.