Zeeuwse natuurvorser

Wodkadelta

1 reactie

-------------------------------------------------------------------Retrospectief dagboek 

12 april 1992. Na een overnachting bij mijn ouders in Leidschendam, word ik in de vroege ochtend door mijn vader naar Den Haag gebracht. De bijna serene stilte op het lege perron, onder de monumentale overkapping van station Hollands Spoor, wordt wreed verscheurd door dronken discogangers, uitgebraakt door een trein uit de richting Amsterdam.

De trein van 06:53 naar Schiphol is spaarzaam bevolkt. Ik raak aan de praat met een Amerikaans Joodse dame, die in Nederland een Samuel Becket congres had bezocht. Geen idee wie Samuel Becket was. Ik meen me de naam te herinneren van een Amerikaanse postzegel, maar dat is dan ook alles. Ook mijn doel is een congres: een speciale Wader Study Group Conference in Odessa, voor het eerst georganiseerd in een Oostblokland. Exotische bestemmingen versoepelen het verkrijgen van toestemming (en financiën!) voor het maken van een dienstreis voor Rijkswaterstaat aanzienlijk. En godzijdank weer eens ontsnapt aan de verplichting een lezing te geven, zodat ik vertrek zonder loden last. 

Per KLM naar Moskou. De Sovjet Unie is recent uiteengevallen, maar de Sovjetpetten zijn gebleven. Probleemloos passer ik de douane en vis mijn bagage van de band. Tot mijn opluchting zie ik in een woud van bordjes, omhooggestoken vanuit de wachtende mensenmassa in de aankomsthal, een bordje met mijn naam. Het wordt vastgehouden door een jongeman, die een student blijkt van Pavel Tomkovich, een prominent Russisch ornitholoog. De organisatie van het congres heeft een beroep gedaan op Pavel er voor te zorgen dat enkele buitenlandse gasten veilig door Moskou worden geloodst. De KLM vliegt op het hoofdvliegveld van Moskou, de vlucht naar Odessa vertrekt vanavond vanaf Vnukovo, één van de andere vliegvelden van de immense metropool. Andrei Shubin en ik nemen een taxi naar Aerobagval, een busstation waarvandaan een bus richting Vnukovo zou moeten vertrekken. Navraag leert dat er voorlopig geen bus gaat. De tijd die Andrei in een telefooncel doorbrengt, besteed ik aan het ondergaan van de eerste indrukken van het straatleven. Somber geklede mannen met bontmutsen, vrouwen met kaplaarzen en hoofddoekjes, smeltende sneeuw, straathandel in zwarte marktgoederen, wodkadrinkers. Het duurt ruim een uur voor Andrei mij meldt een andere oplossing te hebben gevonden.

Na nog een uur worden we opgehaald door een vriend in een gammel busje. Terug naar het vliegveld van aankomst, waar eerst drie Amerikaanse geologen moeten worden opgehaald. Deze moeten naar hun logeeradres worden gebracht en daarna zal ik worden weggebracht. Het logeeradres van de geologen blijkt gelegen in een buitenwijk, bestaand uit de meest sombere Oostblokflats denkbaar: grauwe, massieve  rijen  woonblokken, omgeven door bewaakte en met muren en prikkeldraad omheinde parkeerplaatsen. Weer een uur buiten wachten. Hé, Bonte Kraaien! Eindelijk word ik richting Vnukovo gebracht, een lange rit die grotendeels over een drukke en gevaarlijke rondweg leidt, maar me ook nog een glimp van Rode Plein, Kremlin en Moskva oplevert.  Als ik om 17:30 opgelucht afscheid neem van mijn begeleiders, zijn er nog uren te gaan voor het vertrek naar Odessa.

Het kleine vliegveld biedt een troosteloze aanblik. Volledig verwaarloosd, verveloze muren, smerige toiletten en een onplezierige sfeer. Nadat ik moeiteloos door de douane ben gegaan is er volop vermaak: vele mensen, waarbij een schreeuwende Duitse vrouw, hebben grote problemen bij het passeren van de douane omdat hun papieren niet in orde zijn.

Om 22:00 vertrekt de Aeroflotvlucht naar Odessa. Bij het instappen een muur van stank: vele malen in- en uitgeademde lucht, verzadigd van alcoholdampen, scheten en braaklucht. Het kost moeite een vrije plaats te vinden tussen de honderden passagiers in het grote vliegtuig, dat al een lange vlucht uit Siberië achter de rug heeft en in Moskou slechts een tussenstop maakt. Honderden mensen - vooral mannen - hangen en slapen in tot de draad versleten smalle vliegtuigstoeltjes. Twee chagrijnige, puilende en naar zweet stinkende stewardessen rammelen met een oud boodschappenkarretje door het middenpad: geen belastingvrije alcoholica, luxe parfums of overbodige parafernalia, maar enkele eenvoudige plastic speelgoedjes bieden ze aan. Verder bestaat de service uit een slok water op verzoek (uit een collectief gebruikt bekertje) en een smerig zoet snoepje voordat de landing wordt ingezet.

De vliegtuigtrap op het vliegveld van Odessa eindigt in duisternis. Het kleine gebouwtje, wat doet denken aan een dorpsstationnetje, is gesloten. De medepassagiers verdwijnen spoedig in het niets en ik blijf wat verloren staan. Het is stil! Aankomst in de kort geleden onafhankelijk geworden republiek Oekraïne, maar geen douane of politie! Door een klein klaphek naast het gebouw begeef ik me naar buiten. Onder de daar aanwezige mensen zie ik een bekend gezicht: Nicola Baccetti, een Italiaanse collega. Ik word omhelsd door Anatoli Korsukov. Ik blijk de laatst aangekomene te zijn. 

Congres en overnachting vinden plaats in Hotel Victoria. Op iedere verdieping word je bij het verlaten van de lift geconfronteerd met een sjacherijnig kijkende vrouw (de meeste met snor), gekleed in schort en gezeten aan een tafeltje: Bewaakster? Schoonmaakster? Het is het type kamer waar je overal verborgen camera’s en afluisterapparatuur verwacht. Bij een snelle inspectie kan ik echter niets vinden. Het congres zelf verloopt conform verwachting. Chaotisch, falende diaprojectoren, een veel te warme en nauwelijks verduisterde zaal, waardoor de geprojecteerde dia’s onzichtbaar zijn, rampzalige simultane vertalingen, overheadsheets met onleesbare tabellen, onverstaanbare sprekers etc. We slaan ons er moedig doorheen. Enkele andere Nederlandse deelnemers zijn per trein gekomen, een doodvermoeiende reis via Polen en Wit-Rusland. In de trein zijn ze beroofd; enkele van hen inmiddels op de markt in Odessa ook nog eens in elkaar gemept. Zo maar… 

Vóór en na de lezingen wandel ik langs het strand, de rotskust en in naburige parken. Ik herken de trappen die worden genoemd in het eerste deel van Konstantin Paustovski’s zevendelige autobiografie. Terassen vol kleurige ligbanken liggen er nog verlaten bij. In de Zwarte Zee dobberen enkele Parelduikers en Geoorde Futen, hoogtepunten in het park zijn Syrische Bonte Spechten en een Citroenkwikstaart. De maaltijden zijn sober, en vanaf de lunch overgoten met wodka. Velen zitten tijdens de middagsessies te knikkebollen. ’s Avonds is er een openbare discotheek in de kelder van het hotel. Prostitutie is hier geen verborgen aangelegenheid. Maar ook tussen congresdeelnemers wordt flink gebaltst. Een erg lange Oekraïense deelneemster probeert een knappe Italiaanse steltloperonderzoeker te verleiden. Ik ben ongewild getuige van hun taalkundig en zijn moreel geworstel. Hij, met het zwaarst Italiaanse accent denkbaar: “No! Aia amme marrieda anda lova mai waaive”. Zij, met een zwaar “Russisch” accent: “Me alzo married, but zo not like huzzband. Come with me...”.  Etcetera. O, die wodka!  

Op 16 april maken we een stevige dagexcursie met een bus, langs enkele “limans” (zoute lagunes). Een picknik te velde, uiteraard weer met de nodige wodka. Ook op het “conference diner”, na de laatste taaie lezingendag, worden de gangen onderbroken door toasts, waarbij de drank overvloedig stroomt.  

 

Oekraïnse deel van de Donaudelta, 19 april 1992. Herkenbaar: Jeff Kirby (links), David Stroud (met baard, bril en wollen muts), Jeanine van Vessem, Nick Davidson (achterhoofd), Peter Meininger, Roberto Tinnarelli en Nicola Baccetti (fotograaf onbekend).

En dan wordt het pas echt interessant! Een select gezelschap van conferentiedeelnemers begeeft zich per bus op een meerdaagse excursie naar het Oekraïense deel van de Donaudelta! Onderweg bezoeken we diverse “limans”, waarbij ik mijn eerste Jufferkraanvogels zie. We overnachten twee keer in het plaatsje Vilkovo, een Giethoornachtig “vaardorp” aan de rand van de Delta. Ook hier weer sobere maaltijden, maar uiteraard wel weer veel wodka. Het is een internationaal gezelschap: Russen, Oekraïners, Engelsen, Italianen, Duitsers… Ik ben gelukkig de enige Nederlander. Hoewel, gelukkig? Als in de loop van de avond de stemming stijgt, moet er natuurlijk gezongen worden. Russen en Oekraïners zijn duidelijk geroutineerde zangers en kennen hun klassiekers. De Engelen scoren met een veelcouplettig en meerstemming gezongen “tradional”. Dan is het onvermijdelijk de beurt aan Jeanine van Vessem (half Vlaams, half Nederlands) en mij. Na snel overleg zetten we overmoedig “Al die willen te kaap’ren varen” in. Mag ik deze gifbeker voortaan laten passeren? Ik geef nog liever een lezing!  

Bij het ontbijt staat nota bene een glaasje vruchtenwodka klaar. Voor de vitamientjes, zegt men. De vaartochten door de delta zijn indrukwekkend: een Biesbosch in het kwadraat, met bredere kreken, hogere bomen, veel hoger riet. Slierten Roze Pelikanen, reigers in soorten en maten, Witoogeenden, Buidelmezen etc. Het meest indruk maken de ruim 80 Roodpootvalken, soms met meer dan 20 in één boom! De meeste steltloperonderzoekers blijken geen vogelaars. Ik wijs veel aan en attendeer op roepende Roodkeelpiepers en Buidelmezen.  

De buschauffeur besluit de kortste, maar wat riskante terugweg te nemen naar Odessa. Midden op de weg staat plotseling een tank, geflankeerd door bewapende soldaten. De spijkermatten worden opzij getrokken, en de militairen “wuiven” ons door. Een paar kilometer door Moldavië, en we zijn weer veilig in de Oekraïne. En daar moet op gedronken worden! “Nazdravje!

1 reactie

Ja de Russen kennen iets van (des)organiseren. Prachtig te lezen ook in het boek van Jaap Jan Zeeberg "Nova Zembla". Bijna niet te geloven dat ze het zo ver gebracht hebben in de ruimtevaart.

Toen ik een aantal jaren terug in de Kaliningrad Oblast was verbleven we in een splinternieuwe compound. Maar alles was derde keuze. Je moest voorzichtig zijn als je een stekker uit de muur trok of je had de hele muur mee. En overal reusachtige vazen met plastiek bloemen en nietszeggende schilderijen aan de muur. Allemaal kitsch. En flatscreens die enkele reclame voor shampoo uitzonden. En pakken personeel die liepen te niksen.

In de warenhuizen kilometerslange rekken met wodka. Buiten op het land overal lege flessen wodka. Maar een eldorado voor wie op zoek is naar oldtimer-motorfietsen!

Franklin Tombeur

28 February 2012 om 15:02

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.