Zeeuwse natuurvorser

Zwanenmeer

2 reacties

-------------------------------------Retrospectief dagboek 

Bommenede, 7 juli 1979. Letterlijk duizenden kilo’s biomassa tillen we vandaag uit het water, aanvankelijk heftig spartelend, blazend, slaand met de vleugels, waarbij de losse veren in het rond vliegen. Dan de onvermijdelijke overgave en eenmaal in de jutezak berustend in hun lot. De “Rana”, een brandnieuwe snelle boot van Staatsbosbeheer is met tien zakken, schipper Arie van den Berg en een vanger nu vol, en spoedt zich met hoge snelheid naar het “basisstation”: een ponton gekoppeld aan het schip “Sunonmeri”. We dragen de zakken over aan het onderzoeksteam. Aan boord van de ponton Gerard Slob, die de Knobbelzwanen voorziet van een grote aluminium ring. Met een toenemende aanvoer van zwanen wordt zijn hoofd steeds roder; om de tien zwanen steekt hij een nieuwe cigaret op. André de Jonge houdt de zwanen in bedwang door hier ongeveer op te zitten. Ondertussen neemt Wim Mullié met een wattenstaafje een speekselmonster, terwijl Henk Baptist op de cloaca drukt om het geslacht vast te stellen: verschijnt er een puntje van een penis of wordt er slechts wat vocht naar buiten gedrukt. Ten slotte wordt de zwaan gewogen en met een spuitbus verf (vandaag zwarte..) voorzien van een vlek, om te voorkomen dat deze voor een tweede keer wordt gevangen. De eerste zwanen met een stipje. Dan met een ster, een nummer of een bandje rond de hals. Naarmate de krat pils leger raakt, wordt Fred Schenk steeds creatiever met de spuitbus: een spiraal, vele stipjes of een hele zwarte nek, zodat het van een afstand lijkt of er een losse zwanenkop zwemt.  

 Fred Schenk, Hans Smits en André de Jonge

Fred Schenk, Hans Smits, André de Jonge. Grevelingen, juli 1979.

Het vangen van Knobbelzwanen is ronduit spectaculair. Ik zit op mijn steeds pijnlijker wordende knieën voorin de speedboot, stampend over de golfjes van de Grevelingen. In mijn handen een lange stok met aan het uiteinde een haak, bedoeld om schapen te vangen door deze “pootje te lichten”. Tot nu toe is deze boot vooral gebruikt door het hogere Zeeuwse SBB-echelon voor vis- en vaartochtjes in het weekend, vandaag wordt er iets nuttigs mee gedaan! Aan de horizon een witte lijn: ruiende Knobbelzwanen. De zwanen ruien hier de veren van hun vleugels waarbij ze tijdelijk het vliegvermogen verliezen. Ruiende vogels zijn te herkennen aan de compacte groepjes waarin ze zich snel zwemmend uit de voeten proberen te maken. We gaan achter zo’n groepje aan en routineus sla ik de haak aan de lange stok rond de zwanenhals. Soms proberen ze nog duikend te ontkomen. Iedere keer acht à twaalf kilo zwaan uit het water tillen: ik heb inmiddels flinke spierpijn. 

René van Loo en Arie van den Berg, Grevelingen, juli 1979.

Gisteren hebben we hetzelfde gedaan op het Veerse Meer en daarbij zo’n 200 zwanen gevangen. Hier was Piet de Keuning schipper en weger. Het Veerse Meer op een mooie dag in juli. We waren niet de enige op het water. Menig watersporter zag onze vangactie met verbazing aan. Soms werd er heftig gebaard en ons iets toegeroepen, vaak in de trant van “dierenbeulen”. Ik had het minder briljante idee gehad een spuitbus rode verf aan te schaffen, waardoor het leek of de zwanen zwaar bebloed in het water werden gemikt. Er waren diverse meldingen binnengekomen bij de politie. Dat horen we vandaag van enkele agenten van de Rijkspolitie te water, die ons vandaag komen helpen met hun nóg snellere boot! René van Loo is de “vanger” op deze boot.  

Natuurlijk heeft dit alles een doel. Al enkele winters treedt massale sterfte op onder watervogels, veroorzaakt door vogelcholera. Wim werkt bij de Provincie Zeeland en is daar o.a. belast met de coördinatie van de bestrijding van botulisme. Hij neemt deze opdracht voortvarend op, stort zich ook de wintersterfte en zoekt daarbij samenwerking met het Centraal Diergeneeskundig Institituut te Lelystad. Daar bedenkt men dat zwanen wel eens de drager zouden kunnen zijn van de bacterie Pasteurella multocida, de veroorzaker van vogelcholera. Vandaar de speekselmonsters. Dit is ook dé gelegenheid meer kennis te vergaren over het herkomstgebied van de ruiende Knobbelzwanen.

Omdat de zwanen hoge eisen stellen aan de ruiplaatsen, zijn er maar enkele gebieden in Nederland waar deze vogels zich in de nazomer verzamelen. Ruimte, rust, voedsel en een tenminste een beetje zoet water. In het Veerse Meer ruien honderden zwanen, die daar vooral Zeesla eten, in de Grevelingen wel een paar duizend, die zich te goed doen aan de honderden hectaren Groot zeegras3. Juist door de lange slierten Groot zeegras die zich rond de schroef van de buitenboordmotor wikkelen, valt deze regelmatig stil. Uiteindelijk een brandlucht, een onheilspellend gekraak en een zwarte rookwolk: een vroegtijdig einde van de nieuwe 45 PK-motor.  

Twee kratten pils, liters koffie, twee speedboten en een goed geolied team. Vandaag worden binnen vijf uur 300 zwanen verwerkt: meer dan één per minuut!

 Noten: 

1  Mullié, W.C., Th. Smit & L. Moraal. 1979. Vogelcholera (pasteurellosis) als oorzaak van sterfte onder watervogelsin het deltagebied in 1977. Vogeljaar 27: 11-20.  

2  Mullié, W.C., Th. Smit & L. Moraal. 1980. Zwanensterfte ten gevolge van vogelcholera in het Nederlandse Deltagebied in 1979. Watervogels 5: 142-147.  

3 Groot zeegras Zostera marina is inmiddels geheel uit de Grevelingen verdwenen en in het Deltagebied bijna uitgestorven. 

4 De ringgegevens zijn uitgewerkt . Zie G.J. Slob 1988. 15 jaar vogelontwikkelingen in het afgesloten Grevelingenbekken. Staatsbosbeheer, Goes.   

2 reacties

Ik leerde Gerard Slob kennen begin de zeventiger jaren toen ik er "alles" aan deed om de Zwartenhoekse Kreek onder de aandacht te krijgen van beschermingsinstanties. Gerard kwam enkele malen ter plaatse kijken wat ik daar aan het doen was en wie ik wel was. Het klikte dadelijk. Hij was een vogelman en dat was bij de boswachters in Zeeuws-Vlaanderen niet gebruikelijk. Ofwel waren het bosfreaks ofwel kantoorboswachters. Gerard was net als ik toen een fervent roker. Ik groet hem van harte achter de laptop.
Franklin Tombeur

08 February 2012 om 09:18

Van 1976 tot eind 1980 werkte ik voor Staatsbosbeheer in Zeeland en deelde ik de kantoorkamer met Gerard Slob. Die kamer lag vol met telformulieren en telrapporten, bedoeld om het ministerie (toen CRM) te overtuigen van de hoge natuurwaarde van al die terreinen. Ik moest (gedeeltelijk bosfreak) beheersplannen schrijven voor de natuurgebieden in beheer van SBB. De items Flora en Fauna liet ik door Gerard schrijven. Die deed dat uit zijn hoofd vele malen sneller dan ik met mijn beperkt kennis van die onderwerpen (als het tenminste geen bos was) zou kunnen. Privé bleven we bevriend en hielden we contact, ook na mijn overplaatsingen buiten Zeeland en tijdens mijn latere verblijf in Frankrijk waar we naar toe geëmigreerd waren (inmiddels weer terug). In 2009 hield dat op en uit navraag bij de gemeente bleek mij dat Gerard in september dat jaar was overleden.  Een fijne vent, recht-door-zee. Gerard - op je wolk - ook mijn hartelijke groet.

Albert la Rivière

10 April 2015 om 19:53

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.