Zeeuwse Verhalen van vroeger en nu

Freiherr von Habenichts zur Lehrfelt

Verhaal 11: De legende van Saeftinghe (1570)

2 reacties
Verhaal 11: De legende van Saeftinghe (1570)

De herkomst van opoe Betje Klercq ligt niet in Middelburg, het voert ver terug in de tijd. De vroegste sporen zijn te vinden in het Land van Saeftinghe, die zelfs terug gaan tot het jaar 1585, toen ene Adriaan Joos ontdekt werd als een verre voorvader.

Het gebied in Zeeuws-Vlaanderen, waar Adriaan Joos woonde bestond uit vele losse polders die tijdelijk aan elkaar slibden en door overstromingen weer van elkaar verwijderd raakten. Voortdurend was dit landsdeel overgeleverd aan de grillen van de Westerschelde. Het zou nog vele eeuwen duren eer een aaneen gesloten land ontstond. Tot 1570 was Saeftinghe een zeer vruchtbaar polderland, mensen kwamen er goed aan de kost door landbouw en zoutwinning.

In de polder lagen vier dorpjes; Saeftinghe, Namen, Sint Laureins en Casuwele en enkele gehuchten zoals Auwersluis. Deze dorpen werden verzwolgen tijden de Allerheiligenvloed in 1570, toen het gebied bijna volledig onder water kwam te staan. Vier jaar later reikte het "Verdronken Land" tot Verrebroek en zelfs nabij Kallo. Alleen Saeftinghe en nog enkele andere stukken land bleven boven water, zo ook de toren van Namen. De klokken werden uit de toren gehaald en opnieuw opgehangen in het nabijgelegen dorpje Grauw. Het fort bleef tijdelijk dienst doen als tolhuis.

Tijdens de Tachtig-jarige Oorlog staken Nederlandse troepen onder bevel van Prins Maurits in 1584 om strategische redenen de laatst intact gebleven dijken door, waardoor de de Spaanse troepen verdreven konden worden. Nu verdween Saeftinghe voorgoed onder water. Soms gunt de Westerschelde ons nog een blik op de restanten van de verdwenen dorpen. Door het schurende effect van het water komen zo nu en dan nog overblijfselen van huizen en kerken even bloot te liggen. Helaas zorgt het stijgende zeeniveau ervoor dat de kans er iets bloot komt te liggen steeds kleiner wordt.

Een volkslegende over het ontstaan van dit gebied vertelt; dat de dorpsbewoners van Saeftinghe ijdel en hoogmoedig waren, wat in de middeleeuwen ook al tot een doodzonde werd beschouwd. Op een dag ving een visser een zeemeermin en de zeemeerman wilde natuurlijk zijn vrouw terug. De visser weigerde zijn bijzondere buit af te staan, waarop de zeermeerman met de verwensing dreigde; Het Land van Saefthinge zal vergaan, alleen zijn torens zullen blijven bestaan.

De vloek kwam uit, het land en Saefthinge verdwenen inderdaad onder water. De legende vertelt verder dat bij ontijdige dagen men in het gebied nog steeds mysterieuze witte gedaanten in de mist ziet verschijnen. Dat zouden de geesten zijn van verdronken mensen die hier blijven ronddwalen.

Er is geen grote fantasie voor nodig, geloof te hechten aan deze fabel, wanneer mist over dit uitgestrekte lege landschap neerdaalt op een naargeestige herfstdag. De eenzame wandelaar, omringd door nevelen, zal zich ongetwijfeld bewust raken van rusteloze dwalende zielen, die nooit tot het hiernamaals zijn toegelaten

Niet alleen over Saeftinghe bestaat deze legende ook op Schouwe-Duiveland wordt een dergelijk voorval vertelt alsook in andere gebieden waar in het verre verleden regelmatig overstromingen voorkwamen. Zelfs het Bijbelse verhaal over de Zondvloed en Noach wordt over de hele wereld in vele culturen verteld, zelfs bij Indiaanse beschavingen in Noord- en Zuid Amerika. Nog ver voor het ontstaan van het Joden- en Christendom bestond het Zondvloed-verhaal al in Mesopotanië.

Uit de Verhalenbundel 't clyn Paradys © 2010 Albert Prins

2 reacties

daarom heet het grensplaatsje nu, nadat het oorspronkelijke dorp onder water kwam, Nieuw-Namen
Cyberbel

23 November 2010 om 17:19

Dat is mij bekend, maar niet relevant voor deze legende
Freiherr v Habenichts Lehrfelt

23 November 2010 om 17:22

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.