den archivaris

Welkom op mijn weblog

simpele smokkelaar

0 reacties

Er zijn altijd mensen geweest, die misdaad in het groot bedreven en die vrijwel nooit gepakt werden. Er zijn ook altijd sukkelaars geweest, die dezelfde misdaden in het klein bedreven, werden opgepakt en zwaar gestraft. De boerenarbeider Jan Hoonaard was er zo een, door armoede gedreven. In 1774 had hij 75 pond tabak op slinkse wijze uit Ossenisse meegenomen. Ossenisse, dat was toen voor een Zuid-Bevelander buitenland. Hij gaf deze tabak niet aan bij de belastinggaarder, maar deed zijn best om het spul, zeg maar onder de toonbank, te verkopen in de West Kraayertpolder. Niet echt slim van hem. Verkoop in Heinkenszand zou beter geweest zijn. Er was toen strenge controle op bedelaars en juist in de uitgestrekte polders was de politie actief, want daar liepen de meesten van huis en haard verdrevenen. Hij werd ook aangehouden en was gloeiend de klos. Toen kwam ook nog eens uit, dat hij al eerder zich met smokkelactiviteiten had bezig gehouden. De zaak kwam voor de rechter en de baljuw sprak zijn eis uit. 2450 gulden boete (een vermogen in die tijd) voor de smokkelactiviteiten, verbeurdverklaring van de tabak en ook nog eens de dubbele waarde daarvan betalen. En tenslotte, jaarlijks zou zijn naam vanaf de pui van het stadhuis worden afgelezen onder het kopje: fraudeurs en ander tuig. Die boetes kon de man in de verste verte niet betalen, want een doodgewone arbeider. Maar het ergste vond hij, dat hij te kijk werd gezet als een slechterik. Zijn verdediger legde daarop de nadruk. Hoonaard was geen fraudeur, doch slechts een eenvoudige boerenknecht, die diep in de schulden zat en die altijd op een eerlijke manier zijn brood had verdiend. Bovendien wist hij, wegens zijn ongeletterdheid, niet eens dat het verboden was om tabak te smokkelen. Daar geloofden de schepenen helemaal niets van en ze veroordeelden Hoonaard conform de eis van de baljuw. Maar toen kwam uit, dat de arbeider inderdaad geen sou bezat en de opgelegde boeten in de verste verte niet kon betalen. Daarom kwam de zaak weer voor de rechtbank. De baljuw eiste dit keer verbanning en geseling. De advocaat ging nogmaals in op de armoedige staat waarin onze Jan verkeerde en vroeg clementie van de heren rechters. Die veroordeelden hem tot veertien dagen op water en brood en vervolgens verbanning uit Zuid-Beveland voor de rest van zijn leven. 

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.