den archivaris

Welkom op mijn weblog

dat memorabele jaar 1787

1 reactie
Nu, alleen al het jaartal hierboven geeft al aan, dat ik niet de gelegenheid heb om te gaan opscheppen, al liggen in dat jaar de onderwerpen om wat over te schrijven voor het opscheppen. Het kwam toen provinciebreed en niet alleen in Zeeland, maar ook in Holland tot grote rellen tussen patriotten en prinsgezinden. Daarover is literatuur genoeg. In dit verhaaltje hebben we het over een ramp, die plaats vond op 30 april van dat jaar. Tussen Nieuw- en St. Joosland en Zuid-Beveland was toen een veerverbinding en juist op die dag verongelukten zeven mensen, doordat de veerboot, misschien een hoogaars, omsloeg. Schipper Thomas Baas, zijn zoon Pieter Baas en Pieter Blok, dekknechten, de kooplui Kornelis Moerdijk en Joos Walraven en de landbouwers Jan Janse en Poulus Poelman kwamen jammerlijk in de golven om. Het inspireerde ene Johannes Janse Mol tot een lang gedicht, waaruit we enkele delen weergeven. O rouw, O diepe rouw, wat kom mijn oog aanschouwen/Een noodlot voor de man en droevig voor de vrouwen/ den laatsten van April des avonds alf zeven/ zag men haar met de boot van Nieuwland afgedreven/ en zeilden voor de wind tot aan den Goeschen wal/ en storten al gelijk in't zoute water dal. Een paar man slaagde erin om op de omgeslagen boot te klimmen, maar tevergeefs. Ze sloegen er weer af. Een dag later ging men op zoek naar de lijken. Men zocht dan overal op schorren en aan dijken/ men vond het gansche strand bezaaid met doode lijken. Toen men de lichamen geborgen had, moest men aan de achterblijvers, de vrouwen en kinderen, gaan vertellen, dat hun geliefden waren verdronken. En ieder is als stom door diepe druk en smart/ met droefheid zwaar gekwelt tot in het innig hart/ men spreekt geen enkel woord door diepen geest bevangen/ alleen een ziltig nat dat biggelt over wangen. En zo gaat het gedicht nog ruim een pagina verder. Het eindigt met een oproep tot bekering. Een dergelijke ramp kan iedereen overkomen en waar staat men dan voor tijd en eeuwigheid, was de vraag van de dichter. Waar het orginele gedicht is gebleven, weten we niet. Wij gebruikten een kopie, uit 1905, door Johannes Janse Mol. De auteur van het gedicht was diens betovergrootvader.

1 reactie

In 1925 heeft zich een soortgelijk ongeval voor gedaan met de veerpont van Tholen. 7 Personen kwamen om het leven. Van een tante, een schoonzus van m'n moeder, kwamen haar moeder en zusje om. De chauffeur van de bus die in het artikel genoemd wordt, heeft naderhand nog een keer een ongeluk meegemaakt. De man heeft het allemaal slecht kunnen verwerken. Logisch, denk ik dan.
Volens mij is er ook een gedicht geschreven over het ongeluk. Kan het nu niet zo snel traceren.

Groeten Archivaris, van Jopie  

Jopie Meerman

03 March 2008 om 13:29

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.