den archivaris

Welkom op mijn weblog

eerbied voor de koningin

2 reacties
In maart 1945 schreef Elodie van den Hemel uit Aardenburg een gedicht op koningin Wilhelmina. Zij zal inspiratie hebben geput uit het passeren van de meelstreep op de weg door de koningin, welke gebeurtenis op 13 maart plaatsvond in Eede. Misschien is ze er wel bij geweest. Toch maakte ze een paar fouten in de roes van haar dichterlijke gevoelens.  De tekst van het eerste couplet luidt als volgt: Ons landje heeft een Koningin/ die schoon is als een fee/ Ze bloost gelijk de morgenzon / en lacht gelijk de lieve zee / haar taal is louter melodie / haar oog geloof en zonneschijn / haar hart heeft plaats voor heel haar volk / voor arm en rijk, voor groot en klein. Het refrein ging als volgt: Des luide d'avondbee / in ieder huisgezin / O God stort zegen / op onz' lieve koningin. Het twee couplet:  Eens kwam de vijand in ons land / werd zij in ballingschap gebracht / getrouw gaf zij steeds aan haar volk / van over zee haar steun en kracht / zij waarschuwde allen met klem / niet met den vijand om te gaan / wat hij ons ook beloven mocht / het moedig in de wind te slaan. Het derde luidt: En worden wij opeens bevrijd / dan was haar eerste wens / haar diep beproefde zeeuwse volk / te komen zien tot aan de grens / Eede, Aardenburg en zo voort / heeft zij toen liefdevol bezocht / voor ieder had ze een troostend woord / want de vrijheid was daar duur gekocht. Het laatste: Dus scharen wij ons eensgezind / rond onze dierbare vorstin / en gaan wij moedig hand in hand / met haar het leven weder in / dan zal ons dierbaar Vaderland / herrijzen worden als voorheen / dan wordt de vree niet meer gestoord / vorstin en volk, zij blijven een. Het handschrift doet vermoeden dat Elodie tijdens het schrijven van dit document humaine reeds een bejaarde dame was. En ongetwijfeld had zij daarmee de beste bedoelingen en misschien heeft Wilhelmina het wel horen zingen. Toch sloeg ze de plank zo hier en daar wel mis. Wilhelmina was in 1945 niet bepaald meer een jonge fee en dat haar taal louter melodie was, geloven we ook niet, want ze kon stampvoetend kijven. Onze Elodie heeft waarschijnlijk ook niet de barse woorden gehoord, die Wilhelmina tegen burgemeester Van Dongen zei, toen deze laatste spontaan tegen de koningin sprak dat alle mensen zo verheugd waren, dat ze weer terug was in het land. De burgervader kreeg te horen dat hij zijn mond moest houden en dat hij alleen wat mocht zeggen wanneer Hare Majesteit een vraag voor hem had. Dat werd hem op bitse toon door de koningin zelf meegedeeld. Wat zou de burgemeester toen gedacht hebben? Heeft u een idee?

2 reacties

Ik denk dat de burgemeester in zichzelf mompelde:

't Is dat ik burgervader ben, en mij hier moet gedragen
anders zou ik deze vorstin/in elkaar hebben geslagen.Verbaasd
Ze zou dan weer herrijzen, zoals ons land en natie

maar bij mij burgemeester van Dongen
is ze helemaal uit de gratie !

Jopie Meerman

14 February 2008 om 19:51

 

Deze Elodie van den Hemel is mijn oudtante.

Ik ben dus heel benieuwd naar het hele gedicht en wie het origineel in bezit heeft.

Tineke Veijgen

Tineke Veijgen

30 August 2011 om 16:26

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.