den archivaris

Welkom op mijn weblog

't viel niet mee in Kats

2 reacties
In 1816 vetrok de predikant Anemaet vanuit Kats naar IJzendijke en raakte de Hervormde Gemeente in het Noord-Bevelandse dorp herderloos. Vroeger sprak men nu eenmaal van herder en leraar. Vandaar herderloos. De gemeente kreeg wel een consulent aangewezen in de persoon van de dominee van Kortgene, maar die had natuurlijk ook niet altijd gelegenheid om in Kats werkzaam te zijn. Het bestuur over de kerkelijke gemeente kwam dus tijdelijk in handen van de twee ouderlingen en diakenen. Het viel niet mee om een nieuwe predikant te krijgen. Eerst zocht men vooral in Zeeland zelf naar een nieuwe dominee, maar alle beroepenen bedankten beleefd en vriendelijk, zoals dominee Lette van 's-Heer Abtskerke. Toen moest men het buiten Zeeland gaan zoeken en daar waren predikanten bij, die nog nooit van Kats hadden gehoord en ook vriendelijk bedankten voor eer. En als het dan een enkele keer eens serieus was, dan bleek het tractement voor de dominee een beletsel. In 1824 toen de kerkenraad het weer in Zeeland zocht, slaagde men erin de predikant Wesselink uit Axel te strikken. Maar die nam eind 1825 al weer afscheid. Hij had aldus de notulen liefdevol en zegenrijk gearbeid onder de gemeente! Er brak een nieuwe vacante periode aan, die in juli 1826 tot een eind kwam met de overkomst van dominee Vervoorn. In 1828 was hij weer vertrokken. Het zat de Katsenaren niet mee. In januari 1829 beriep men de predikant De Voogd uit Heukelum. Zijn antwoordbrief is bewaard gebleven Hij had nogal wat vragen. Het salaris van 762 guldens per jaar was wat aan de magere kant voor een weduwnaar met vijf kinderen. Moest hij huishuur gaan betalen of was er een ambtswoning. Ook genoot hij in Heukelum al een vorm van kinderbijslag. Kon Kats dat ook betalen. Bovendien onderhield men daar gratis zijn moestuin. Maar in ieder geval was hij bereid om eens op proef te komen preken, mits zijn reiskosten werden vergoed. Het werd dus niks. In 1830 kwam dominee Wartjouw uit Brabant de hervormde gemeente van Kats dienen. Het was zijn eerste gemeente, dus veel te eisen op het gebied van salaris had hij niet. Het was niet gemakkelijk voor de gemeente om predikanten te krijgen en te behouden. Kats was een zeer klein dorp, veraf gelegen in de oosthoek van Noord-Beveland. Ergens naar toe, betekende in die dagen een lange reis. En daarbij: dominee was zo'n beetje de enige intellectueel in het dorp.

2 reacties

Hoi.

Fijne droge dinsdag.

Groeten Eric.

ERIC221

29 January 2008 om 10:00

Volgens mij is de naam van die boerderij "de Paapse MUTS" Zie ook bijgaand artikel van Gerard Smallegange.

met vriendelijke groet,

Johan.

De Papemuts De Tachtigjarige Oorlog speelt nog steeds een rol in allerlei naamgeving. Die lange krijg was een strijd om onafhankelijkheid én godsdienstoorlog. De protestanten in ons land vochten voor erkenning van hun visie op het Christelijk geloof. Ook in de naamgeving van onze boerderijen vind je allerlei sporen daarvan terug.De Papemuts - bij buurtschap de Koekoek in de Zak van Zuid-Beveland - is er een bewijs van. In de plaatsen waar de bevolking protestant was geworden, kwam ook de kerk in protestantse handen. De katholieken mochten -  zij het oogluikend - diensten houden op boerderijen waar  ruimte was (bijvoorbeeld op de zolder van het huis) Die aangewezen hoeves werden kerkhoeves genoemd. Op  boerderijen die deze bestemming niet hadden mocht dat niet. Maar de praktijk was natuurlijk sterker dan de regel, zeker zo'n 50 à 60 jaar later. Toen er op een zondag  inspectie kwam op een hoeve,waar - zo dachten de wetsdienaars -illegaal een dienst gehouden was, troffen ze na lang zoeken alleen een kerkelijk  hoofddeksel aan. De boer die ze rondleidde liet hen hoffelijk en in goed Zeeuws alle hoeken en gaten van de boerderij zien, maar behalve dat Roomse hoofddeksel was er niets te vinden. De dienders verdwenen gefrustreerd, nagewuifd door hun gids. Die laatste begroette met vreugde de man die aan de achterdeur rammelde. Dat was de echte boer die de illegale kerkgangers via allerlei paadjes weggeleid had. De pastoor, die de rol van de boer gespeeld had, zette z'n kerkeklak weer op en verdween met een "Wees gegroet". Sindsdien heet die hoeve de Papemuts.(In ’t Zuud-Bevelands : de paepse musse (J.H.) ) Gerard Smallegange. P.Z.C. 16-02-2007 .
jhuijsen

29 January 2008 om 16:45

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.