den archivaris

Welkom op mijn weblog

kwakzalvers

2 reacties
Ze waren vroeger vaak op jaarmarkten te vinden. Mannetjes met flesjes waarin een drankje dat tegen alles en nog wat hielp. Goed tegen kiespijn, hoofdpijn, buikpijn, nijnagels en noem maar op. Op de jaarlijkse veemarkt in Aardenburg, op 2 april 1860 stond er ook zo een te schreeuwen. Hij stond, zo verkondigde hij, in betrekking  met een groot handelshuis in Rotterdam en verkocht een elixer bestaande uit 24 verschillende geneeskrachtige kruiden. Het drankje was een onfeilbaar middel tegen alle mogelijke kwalen, waarmee de mensheid was behept en hij verkocht dat: nee niet voor een gulden, niet voor vijfenzeventig cent, niet voor twee kwartjes, alhoewel het eigenlijk nog duurder was. Om dat hij voor de eerste maal zijn zegenrijke werk kwam doen in de goede stad Aardenburg, mocht hij van het bekende handelshuis in Rotterdam dat drankje verkopen voor het luttele bedrag van vijfentwintig cents. Zegt het voort, zegt het voort!  Grif gingen de flesjes over de toonbank. Elk mens heeft zo zijn kwalen. De brigadier van de marechaussee kwam ook langs. Deze vertelde hem dat hij zonder machtiging geen geneesmiddelen mocht verkopen. Eerst deed het verkopertje wat minachtend tegen de politieman. Wat dacht die wel? Hij reisde al heel lang het hele land door als weldoener der mensheid en wat wou dan zo'n veldwachtertje in dat van God verlaten oord aan de rand van Nederland. Hij verkocht zijn geneesmiddel zelfs aan de hogere standen. De brigadier hield evenwel voet bij stuk. Wat zat er bijvoorbeeld in dat drankje? Dat bleek een aftreksel van alsem en suiker te zijn. Bitterzoet dus. De verkoper had het dikwijls scheikundig laten onderzoeken, zo deelde hij mee, maar de schriftelijke verklaringen daarvan lagen bij hem thuis, in Den Helder, waar hij woonde. De brigadier deelde hem mede, dat als het drankje inderdaad slechts alsem en suiker bevatte, hij de bevolking bedroog met zijn verhaal over 24 geneeskrachtige kruiden. Hij moest zijn naam opgeven. De man heette Jacob Meeuwenoord. Hij moest een flesje voor nader onderzoek aan de brigadier overhandigen en hij moest vervolgens zijn spullen inpakken en weg wezen. Aan kwakzalvers had men geen behoefte aan de rand van Nederland.

2 reacties

Dat is nog zo. denk je niet. mooi verhaal.
buitenkans

10 August 2007 om 10:09

Nu bestaat er zelfs een "vereniging te bestrijding van.....".
izerinalin

10 August 2007 om 10:24

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.