den archivaris

Welkom op mijn weblog

Tubbak

1 reactie
Mag ik dit verhaaltje opschrijven? Ik heb er lang over nagedacht. Het gaat over een klein jongetje, dat een woord kreeg aangereikt ter vergroting van zijn woordenschat. In de grond is dat woord discriminerend, maar dat weet een jochie van 21 maanden toch niet. Opa mag van zijn dochter kleinzoon Huub beslist geen lelijke woorden aanleren en dat is opa ook helemaal niet van plan, want dat doet de buitenwacht wel. Lees maar verder. Huub heeft honger naar woordjes en leert ze snel. Zijn woordenschat is bepaald omvangrijk te noemen voor zo'n klein jochie. Maar al te graag klimt hij met een prentenboekje bij je op schoot. Dan moet je de tekeningen aanwijzen en dan zegt hij wat het is. Als je het plaatje van een koe aanwijst dan vertelt hij dat het een koe is en doet er en passant wat loeigeluid bij. Ik wees op zeker moment het plaatje van een BMW-personenauto aan - al die boekjes zijn tegenwoordig levensecht getekend - en vroeg wat dat was. Hij dacht even na en sprak: Tubbak. Ik begon te lachen en zei: welnee, jochie, dat is een BMW. Tubbak, hield Huub vol. Dat hoorde zijn moeder, die de kamer inkwam. Wat vertel je hem nu weer, sprak ze vol ergernis. De jongens van de buren doen ook steeds hun best om hem van die rotwoorden te leren. Kalm aan, dochterlief antwoordde ik, Huub begon zelf over Tubbak of zo iets. Wat bedoelt hij eigenlijk? Bij ons in de Randstad noemen ze een grote BMW een turkenbak en ik wil niet dat Huub dergelijke woorden leert en begrijpt. Ik begon te lachen en dat zag Huub. Ja, lach er maar om. Ik zit er weer mee. Zo'n klein jochie weet toch niets van discriminatie, suste ik. We gingen verder in het boekje. Vijf boekjes verder had Huub er voorlopig even genoeg van en ik trouwens ook. Een uurtje later kwam hij weer met een van zijn boekjes. Nee Huub, zei ik, ik heb er nu even geen zin in. Hij keek me aan met een zeer verdrietige blik in zijn ogen en opa was onmiddellijk verkocht. Wat een acteur! Ik nam hem op schoot. Hij trok een blij gezichtje en opende zelf het boekje, vol met dierenplaatjes. Wat is dat, vroeg ik en wees op een beer. Hij kreeg die bekende ondeugende blik in zijn ogen! Tubbak, antwoordde hij tot vrolijkheid van opa. Ik wees een ander diertje aan. Wat is dat? Tubbak was het antwoord tot meerdere vrolijkheid van opa. Wat is dat? en ik wees een olifantje aan. Tubbak, juichte hij. Wat ik ook aanwees, alles was een tubbak. Hij weet wel hoe hij opa om de vinger moet winden. Toen het boekje uitwas, smeet hij het op achteloze wijze de kamer in. Zullen we eens een versje zingen, vroeg ik toen ik uitgelachen was. Want zingen doet hij op zijn manier erg graag. Klokje klinkt, zong ik voor. Wat een verschrikkelijk ouderwets versje, sprak mijn vrouw. Maar Huub volgde aarzelend iets van kokjeking. Opa stinkt, zong ik de tweede regel, maar toen dacht het jochie iets van: dat kan niet. Hij klom van mijn schoot af en ging met de lego spelen. 

1 reactie

Alles wat niet mag of kan, vinden kleine kinderen juist leuk. Toen ik als kleine jongen bij mijn tante in Noord Brabant was, zat
wim*mie

05 May 2007 om 11:14

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.