den archivaris

Welkom op mijn weblog

heel dorp in de rouw

4 reacties
Hij was zo'n scharrelaartje, dat mannetje uit Hansweert. Wat onduidelijke handel, wat werk voor de gemeente en een groot gezin te onderhouden, want nog een brave zoon van de Rooms-Katholieke kerk. Nou ja,  braaf? Zijn vrouw wilde na haar elfde kind wel eens met rust gelaten worden en zo moest Kootje in die goede oude tijd regelmatig bij de biecht verklaren, dat hij er weer naast gespoten had. Dat mocht niet van de pastoor, dat was onanie. Onawie? vroeg Kootje verbaasd waarop de pastoor repliceerde dat er geen zaad verloren mocht gaan en bepaalde de boetedoening op een reeks Wees Gegroetjes en Onze Vaders. Kootje loste dat nadien vrij eenvoudig op. Hij ging gewoon wat minder naar de kerk. Het onderhouden van het grote gezin lukte natuurlijk niet altijd met de nodige voorspoed en nu ook zijn vrouw wat minder toegankelijk bleek, kwam onze Ko meer dan eens in een narrige bui. Maar ook daar had hij een oplossing voor. Op zeker moment was hij de gang van zaken zo zat, dat hij tegen zijn vrouw vertelde: "ik moet morgen voor zaken naar Rotterdam." En hij vertrok vanaf Vlake, waar de trein toen nog stopte, richting de Maasstad. Een dag later werd er ten huize van Kootje in Hansweert een telegram bezorgd. De telegrambesteller, met de bijnaam De Krant van Hansweert, keek eens meewarig naar de vrouw van Kootje en sprak medelijdend: "'t Is toch vreed, he?" De tekst luidde: "Kootje verdronken, lijk niet opgevist. Stuur geld, geen bloemen." Binnen tien minuten wist heel Hansweert wat de eerbare weduwe was overkomen. De familie was in diepe rouw. Het dorp leefde op troostvolle wijze mee. Meneer pastoor kwam langs om woorden van rouwbeklag te spreken. Totdat Bram van de Woestijne op het dorp kwam. Hij vernam van het overlijdensbericht en zei toen: "dat kan helemaal niet, want ik heb Kootje nog in Rotterdam gesproken."  Dat moest dan volgens de famlie voor het overlijden hebben plaatsgevonden. Het geld was al per postwissel naar Rotterdam overgemaakt, want het telegram was toch overduidelijk. Wie schetst de verbazing van de meeste dorpelingen toen enkele dagen later Kootje het dorp kwam binnenwandelen, overigens met lood in de schoenen. Hij had een paar prachtige dagen achter de rug en had de bloemetjes een flink buiten gezet in de Maasstad, maar de verschrikkelijke erkelijkheid gebood hem naar huis te gaan en alles op te biechten, ditmaal bij zijn vrouw. Het liefste had ze hem met de deegroller de deur uit gerammeld, maar ze volstond met te zeggen, dat ze niet van plan was om nog eens te rouwen om haar vent, al stierf die tien keer!.  Heb je misschien nog wat te eten, vroeg Kootje. Er is nog wat rauwkost, was het antwoord.

4 reacties

ach ja die kerk, ik denk het mijne er maar van, heb weer zitten schateren hier groet eboney
caro1949

08 February 2007 om 14:07

Ik ook hoor!
Tuinfluiter

08 February 2007 om 15:41

rauwkost, haha
Lizdog

08 February 2007 om 15:57

En dan durven ze nog te zeggen dan archivarissen saaie mensen zijn ! Sommigen van hen hebben niet alleen de oude stukken, maar ook de humor opgegraven uit de archieven. Ik ben daar niet rouwig om !
Jopie Meerman

08 February 2007 om 19:38

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.