den archivaris

Welkom op mijn weblog

kinnesinne, of niet?

1 reactie
De negeniende eeuwse kerkgeschiedenis van het dorpje Borssele is bijzonder interessant. In een notendop gaan we er doorheen. In 1836 scheidde zich een grote groep lidmaten van de Hervormde gemeente af, met het doel om een christelijke afgescheiden gemeente te stichten. Onder de impulsen van der rijke boer Jannis van de Luyster lukte dat. In 1847 vertrok het overgrote deel van deze nieuwe kerkelijke gemeente naar Noord-Amerika. De overtocht van bijna alle gemeenteleden werd bekostigd door deze rijke boer. De paar Gereformeerden die overbleven, voegden zich in eerste instantie bij de Gereformeerde Kerk van Nieuwdorp. Daar gevoelden ze zich na verloop van tijd niet thuis en onder leiding van de grote boer Adriaan van Overbeeke vormden ze een nieuwe gemeente die tenslotte terecht kwam bij de Gereformeerde Gemeenten in Nederland. Van Overbeeke bouwde een houten kerkje bij zich op het boerenerf. In 1889 verkocht hij zijn omvangrijke bezit om te gaan rentenieren. Het houten kerkje moest daarom worden afgebroken en de gemeenteleden zagen om naar een nieuwe plaats daarvoor. Burgemeester en wethouders van Borssele hadden er geen bezwaar tegen wanneer dat opgebouwd werd op een stuk grond van J. Duinkerke, aan de Westsingel, ongeveer 200 meter van de Gereformeerde Kerk die inmiddels opnieuw was geinstitueerd. Die kerkenraad van die gemeente verwees burgemeester en wethouders naar de classis, die er geen bezwaar tegen had. De kerkvoogdij van de Hervormde Kerk was er tegen. Die eiste dat daar een stenen kerkgebouw zou komen en geen houten keet. Dat was bezwaarlijk voor de gelijkertijd te houden kerkdiensten in de Hervormde Kerk op het plein. Burgemeester en wethouders hielden met dat bezwaar rekening en verleenden daarom vergunning.  De Hervormde gemeente van Borssele bleef echter bezwaren houden en verzocht de gemeente de vergunning in te trekken. Toen de gemeente dat niet deed, gingen de hervormde broeders in beroep bij Gedeputeerde Staten, terwijl ze evenwel niets te klagen hadden, omdat burgemeester en wethouders gehoor hadden gegeven aan hun wens om de kerk in steen te laten bouwen. Burgemeester en wethouders adviseerden om de zaak te laten zoals die was. Op zondag hadden beide kerken gelijktijdig een kerkdienst, maar die van de Oud-gereformeerden was veel later uit, stonden de kerken op een afstand van 120 meter van elkaar en was de kans dat de kerkgangers elkaar tegemoet liepen gering omdat er nu ook weer niet zoveel Hervormden ter kerke gingen. Vrees voor onordelijkheden, zoals de Hervormden aangaven, behoefde er niet te zijn. Gedeputeerde Staten handhaafden daarom de vergunning door de gemeente verleend. Vandaag de dag bevindt de spiksplinternieuwe kerk van de Gereformeerde Gemeente zich aan de Oostsingel te Borssele. Haar bezoekers behoeven niet te vrezen voor het tegemoet lopen van de Hervormde en gewone Gereformeerde kerkgangers op het Plein. Zoveel zijn dat er, in tegenstelling tot de leden van de Gereformeerde Gemeente, niet meer.

1 reactie

Dat was weer een mooi verhaal Archivaris. Maar eigenlijk ook heel triest, dat mensen zo onverdraagzaam waren en zijn. Sindsdien zijn er alleen nog maar meer kerkgenootschappen bij gekomen.
Tuinfluiter

31 December 2006 om 15:40

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.