den archivaris

Welkom op mijn weblog

echte mannen!

2 reacties
Abraham Kuyper, wie kent hem nog, de predikant die de kleine luyden tot grote hoogte bracht! Minpuntje was zijn periode als minister-president aan het begin van de twintigste eeuw, toen zijn worgwetten leidden tot de spoorwegstaking van 1903. Gansch het raderwerk staat stil, wanneer uw machtige arm dat wil. Die stakingskreet kent u vast nog wel. Maar hij was ook de man van de emancipatie van de christelijke, kleine man en dan voornamelijk in de sinds 1892 bestaande Gereformeerde Kerken in Nederland. Thans behoort dit kerkgenootschap tot de Protestantse Kerk van Nederland. Hij organiseerde de Gereformeerde Kerken op voortreffelijke wijze. De leiders van de kerk waren opgevoed in het gedachtengoed van de kerk, kenden hun klassieken en hadden leren debatteren. Dat begon al op de knapenvereniging en naderhand op de jonge mannenvereniging. Waren de jongens getrouwd en hadden ze kinderen dan wachtte normaliter de mannenvereniging. Voor de vrouwen waren er overgens vergelijkbare clubs, waarop niet alleen een onderwerp werd besproken, maar waarop ook kleding gebreid en genaaid werd voor de behoeftige medemens. Naarmate de twintigste eeuw vorderde, verwaterde dat allemaal en vandaag de dag zijn er voor zover ik weet alleen nog mannenverenigingen in de kerken van wat zwaardere signatuur. Ook In Nieuwdorp kende de Gereformeerde Kerk een mannenvereniging met de veelzeggende naam Belijden En Beleven, maar na de Tweede Wereldoorlog was er eigenlijk al een beetje de klad ingekomen, getuige de zin op het vergaderrooster van 1946. Daar stond: De broeders worden vriendelijk, doch dringend, verzocht de vergaderingen trouw te bezoeken; niemand blijve deze winter zonder noodzaak thuis, want dan alleen kan onze vereenigingsarbeid de meeste vruchten dragen. Mijn vader was in dat jaar ook lid van de vereniging geworden, maar of hij nu elke maand een smoes verzon, of dat hij echt niet kon, dat weet ik niet. In de notulen staat elke keer zijn naam onder de afwezige broeders en dat waren er doorgaans nogal wat. De eerste keer, dat hij de mannenvereniging bezocht was op- 28 augustus 1947 en toen moest hij meteen een inleiding houden. Want dat was de gewoonte. Bij toerbeurt hielden de leden een inleiding over een stichtelijk onderwerp en daarover werd dan gediscussieerd. Televisie was er nu eenmaal niet in die dagen. Het onderwerp dat mijn vader moest behandelen, was: De Zondag (Sociaal-Economisch). Hij vond dat het onderwerp niet thuishoorde in de rubriek sociale onderwerpen en stelde vooral de viering van de zondag aan de orde, bezien in het licht van het Oude tegenover het Nieuwe Testament. Maar hij kwam toch terug op het sociale aspect en noemde de politieke strijd een middel om te komen tot betere toestanden in de handhaving van de zondagsrust. Hij gebruikt er ook meteen de geschiedenis bij en kwam nog tot een betoog over het verschil tussen Voetianen en Coccianen in de zeventiende eeuw. Jammer, dat ik eerst vandaag de papieren van deze vereniging onder ogen kreeg. Ik kan mijn vader niet meer vragen hoe zijn zienswijze is veranderd in de loop der tijd. Hij is al in 1989 overleden.  Toen ik jong was, mocht ik schaatsen en fietsen op zondag en toen de zoon van de dominee op die dag naar het strand ging, mochten mijn broers en ik dat ook doen. Dat zou hij waarschijnlijk in 1947 nooit goedgevonden hebben. Tot aan zijn verhuizing in 1953 was hij niet bepaald een trouw lid van de mannenclub.  De Nieuwdorpse mannenvereniging bleef bestaan tot na 1970, maar het aantal leden was toen gering in aantal en hoog in jaren.

2 reacties

Vooral in de na-oorlogse jaren waren er heel veel verenigingen. Iedere straat of buurt had er wel
wim*mie

11 December 2006 om 18:46

Ik heb het weer met belangstelling gelezen, Archivaris. Mooi verhaal!
Tuinfluiter

11 December 2006 om 19:24

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.