den archivaris

Welkom op mijn weblog

dreggen is ook een vak

1 reactie
Hoe die vrijgezel aan zijn bijnaam kwam, weer niemand meer, maar om de een of andere reden noemde iedereen hem Castro. Hij was een bijzondere man, goed van karakter, flink in de slappe was en hij luste graag een biertje. Had hij wat teveel op, dan was hij uitermate vrolijk en vriendelijk tegen iedereen. Nooit kon men hem van een kwade dronk betichten. Met twee andere broers had hij een zaak, maar toen die niet best meer liep, moest die worden verkocht. En zo werd Castro schipper op een zandbak bij een groot baggerbedrijf, dat op zeker moment een karwei moest doen in Terneuzen. Hij woonde aan boord en kookte zelf zijn potje. Maar als het vrijdagavond was, dan waste en schoor hij zich, kleedde zich piekfijn aan en ging de hort op en kwam pas zondagavond en af en toe maandag tegen de middag terug. Zo gebeurde het op een goede maandagmorgen dat Castro niet present was. De bemanningen van de andere bakken gingen eens kijken op zijn bak en zagen klompen aan dek staan en een kajuitdeur die open stond. Iedereen dacht dat hij met zijn dronken kop overboord gevallen was. Direct sloeg men alarm en waarschuwde men de politie. Men dregde een eind langs de kade, maar wat men ook ophaalde, niets leek op Castro. Zo was een politiemanop zeker moment bezig te dreggen langs de schuit van Castro, toen onze vrijgezel kwam aanlopen uit de stad. Hij begon te helpen bij het dreggen en na een half uur vroeg hij aan de agent wie er eigenlijk tussen wal en schip was gevallen. De man antwoordde: "dat weet ik ook niet, ik weet alleen dat ze hem Castro noemen." Daarop zei Castro laconiek: "laten we dan maar stoppen, want ik ben Castro." En zo ging overal de mare rond dat Castro naar zichzelf gedregd had.  Die maandagavond werd voor rekening van Castro een flink pintje gedronken, maar hij deed het graag, omdat het een teken was, dat hij niet verdronken was.

1 reactie

In Tholen was er een man die vreselijk kon liegen. Of het gedrukt stond zei men indertijd. Het was oorlogstijd, en hij vertelde tegen een stel mannen dat er aan de kaay een schip met turf was aangekomen. De mannen, die de oorlog echt meemaakten en alles konden gebruiken, liepen met grote stappen weg, om een kistje of zak te halen . en even later kwamen er nog meer, en nog meer mensen aanlopen, richting kaay. Toen zei "het liegebeest": ik zal ook maar eens gaan kijken, want stel je voor dat het waar is !
Jopie Meerman

14 June 2006 om 21:32

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.