den archivaris

Welkom op mijn weblog

de bigamiste

1 reactie
In 1592 trouwde Marietgen Cornelisdochter met ene Jan Franssen in Rotterdam. Het echtpaar kreeg 8 of 9 kinderen. Jan Franssen was een rijk man. Hij bezat enkele schepen, die reizen maakten naar Italie, Spanje en Brazilie. In 1605 en 1606 was de voorspoed echter voorbij. Enkele schepen vergingen op zee, met de handel wou het niet vlotten en zo werd Jan 'goedeloos en moedeloos.' Rond de Kerst in 1609 ging hij vanuit Middelburg, waar hij toen met vrouw en kinderen woonde, zonder wat te zeggen scheep naar de Oost en bleef Marietgen met de kinderen onbemiddeld achter. Ze was toen ongeveer 40 jaar. Ze vestigde zich in 1610 in Goes als wollennaaister. Ze vertelde iedereen die het maar horen wilde, dat ze weduwe was geworden en in eigen onderhoud moest voorzien. In Goes liep zij ene Bartel Martensen tegen het lijf, een eerzaam weduwnaar, die een huwelijk met Marietgen wel zag zitten. Ook bij haar ontbrandde het liefdesvuur, maar toen er over trouwen gesproken werd, had ze een probleem. Ze moest eerst weten waar haar eigen Jan verbleef. Ze reisde naar Rotterdam, naar haar schoonmoeder, en daar bleek, dat Jan nog springlevend was. Jan was op zijn reis naar Indie helemaal niet overleden, integendeel, Duinkerker kapers hadden zijn schip gekaapt en hij verbleef in het kapernest als gevangene. Thuis in Goes bleef Bartel aandringen op een huwelijk en zo gingen ze tenslotte naar de kerkenraad om hun huwelijk te laten voltrekken. Beiden moesten eerst een verklaring overleggen dat ze weduwe en weduwnaar waren. Voor Bartel was dat geen probleem. Marietgen deelde mee naar Middelburg te zullen gaan om daar bij een attest van weduwschap te halen. Onderwerg, in het beurtschip naar Middelburg, raakte ze aan de praat met ene Pieter Huijbregtsen, die zich bereid verklaarde voor een notaris te getuigen dat haar wettige echtgenoot al lang was overleden en hij had nog een kennis die dat voor een halve reaal van achten en een paar kannen bier ook wel wilde doen.  Bij de notaris aangekomen legden Huibregtsen en zijn maat vlot een verklaring af. dat Jan Franssen zwaar ziek bij Huijbregtsen op bed had gelegen en daar, in het Begijnhof te Middelburg, was overleden. Met brekende stem had die nog verzocht om zijn kleren bij zijn vrouw te brengen. De beide mannen hadden het lijk afgelegd en gekist, waarna de begrafenis was gevolgd. In zijn beste proces-verbaalstijl legde de notaris de verklaring vast, gaf een kopie aan Marietgen, die daarmee terugging naar Goes. Op 20 mei 1612 trouwde ze daar met Bartel Martensen. Een jaar later zat ze in de gevangenis in het stadhuis. We weten niet hoe ze daarin terecht is gekomen. Had ze haar mond voorbij gepraat? Was haar eerste man teruggekomen? Het was evenwel uitgekomen dat ze bigamiste was. Dat was een misdrijf. Ook had ze valse verklaringen afgelegd. De schepenrechtbank strafte haar met 25 jaar verbanning uit de stad. Maar eerst moest een ze tijdje op het schavot op de Grote Markt staan, met twee manshoeden boven haar hoofd. Hoe het met Bartel, Jan en haar kinderen afliep, vermeldt de historie niet.

1 reactie

Hihihi. Weer een leuke MIR. Bedankt.
wim*mie

25 May 2006 om 11:51

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.