den archivaris

Welkom op mijn weblog

herdenking op 4 mei 2014

0 reacties

Hoeveel onderduikers Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog telde, weten we niet precies. Vermoedelijk ging dat om vele mensen, waarvoor de organisatie Landelijke Hulp aan Onderduikers op poten werd gezet. Aan de mensen die daadwerkelijk onderdoken hebben gezeten, kunnen we het meestal niet meer vragen. Hun aantal zal thans, zeventig jaar na dato, niet groot meer zijn. Maar ze zijn er geweest, ook in Goes. Zo verbleven er op de molen maar liefst 13 onderduikers. Zij zaten daar betrekkelijk veilig, want de molen was aangewezen als Wehrmachtsbetrieb. In de dun bevolkte polders, zoals de Westkerkepolder in achter Oud-Sabbinge zat ook een substantieel aantal. Hetzelfde geldt voor de andere, toenmalige gemeenten in de Zak van Zuid-Beveland. Het ging daarbij niet alleen om verzetsmensen, maar bijvoorbeeld ook om jonge mannen, die op die manier aan de Arbeitseinsatz trachtten te ontkomen. Evenmin weten wij hoeveel mensen er onderdak aan onderduikers hebben verleend. Dat was zeker niet zonder risico en we mogen bewondering hebben voor de mensen die bereid waren hun eigen leven op het spel te zetten. Want de maatregelen van de Duitse bezetters tegen het verlenen van onderdak waren bij ontdekking niet mals. Het is jammer dat er nooit een grootschalig onderzoek naar onderduikers is gedaan.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren meerdere Goesenaren actief in het verzet tegen de onderdrukker. Heel Zeeland was Sperrgebiet. De provincie zat op slot. Het was moeilijk om er te komen. Maar toch werden ook hier landelijke verzetsbladen zoals Trouw en Vrij Nederland verspreid, sterker nog, in Goes bestond het krantje Vrije Stemmen uit de Ganzestad. Het ging in het verzet niet alleen om het verspreiden van het vrije woord maar ook om het verzamelen van inlichtingen.

Een aantal inwoners moest hun verzetsactiviteiten met de dood bekopen en het is passend om hier vanavond hun namen te noemen. Vlak na de oorlog eerde de gemeente C. de Graaff, M.D. de Groot, J. Klaayssen, J.P. Quant en J. D. van Melle met het verlenen van een straatnaam. Maar wat ze nu precies aan verzetsdaden hadden gepleegd, weten we nauwelijks. Mensen, die ons daarover zouden kunnen vertellen, met name zij die als verzetsman of verzetsvrouw de oorlog overleefden, zijn vrijwel alle overleden. Zij hadden ons zoveel kunnen vertellen. Zij lieten dat na, helaas.

We halen Marinus Dingenis de Groot even voor het voetlicht. Hij werd te Goes geboren op 28 februari 1900 en hij was kruidenier van beroep. Hij fungeerde als ondercommandant van de Inlichtingen Dienst en stuurde daarbij jonge mensen aan, die verplicht voor de Duitsers moesten werken. Zij moesten, zeker wanneer ze bij de aanleg van verdedigingswerken werden ingeschakeld, hun ogen goed de kost geven, thuisgekomen hun bevindingen op tekening weergeven en die bij De Groot inleveren. Die droeg er dan zorg voor, dat ze bij de geallieerden terecht kwamen, want de ID beschikte in 1944 over een eigen zender, waarmee contact kon worden onderhouden met een illegale zender in Middelburg, die krachtiger was dan de Goese en die contacten had  met de geallieerden. Hij werkte ook voor Trouw en voor de Landelijke Hulp aan Onderduikers. Op 3 oktober 1944 arresteerden de Duitsers hem, brachten hem in eerste instantie over naar het kantoor van de SD in Middelburg. Vandaaruit werd hij met een verzetsman uit Middelburg door een tweetal Duitsers weggebracht naar Brabant. Het waar naar toe en het waarom werd niet bekend gemaakt. Op 8 oktober was het gezelschap, per auto, bij Woensdrecht aangekomen, waar felle gevechten tussen Duitsers en Canadezen aan de gang waren. De beide Duitsers besloten hun arrestanten te fusilleren, gooiden de lijken in een ondiepe greppel en maakten dat ze wegkwamen. Pas na de bevrijding van ons gebied ontdekte men de ontzielde lichamen. In maart 1945 werd De Groot in Goes ter aarde besteld.

Direct na de bevrijding op 29 oktober 1944 kwam het bij de gemeentepolitie tot de vestiging van de Politieke Recherche Afdeling, later de Politieke Opsporingsdienst, die NSB-ers en andere Duitsgezinden oppakte, hen verhoorde en hen veelal naar kampen liet overbrengen waar zij hun proces voor het tribunaal moesten afwachten. Onder hen een dame, volslagen Duitsgezind, die De Groot bij de Duitsers had aangegeven. Dat was niet bekend bij de verzetsmensen, die vooral in de laatste periode van de oorlog, veelal ondergedoken hadden gezeten op Zuid-Beveland, onder meer op Wolphaartsdijk en in het dorp Borssele. Na de bevrijding kwamen ze te voorschijn en vatten hun oude beroep weer op. Het leven ging algauw weer zijn gewone gang. Maar dat was lang niet altijd het geval. Een van die verzetsmensen, die verschrikkelijk veel had meegemaakt, was ervan overtuigd geraakt dat De Groot vooral door zijn toedoen het slachtoffer van de Duitsers was geworden. Dat idee fixe van “ik heb De Groot verraden” verwoestte feitelijk niet alleen het leven van de verzetsman, maar ook dat van zijn vrouw en kinderen. En het tragische is, dat wij aan de hand van de archiefstukken die na de oorlog waren opgemaakt, weten dat de verzetsman zichzelf ten onrechte beschuldigde.  

Na het verschijnen van de kroniek over Goes in de Tweede Wereldoorlog heb ik een aantal jaren steeds op vier mei contact gehad met deze verzetsman. Hij waarschuwde dan voor het gevaar van het nationaal-socialisme, het uitbreken van nieuwe oorlogen, waarin we het allemaal weer mee moesten maken en dat het veel erger zou zijn dan hij had meegemaakt. Hij weigerde evenwel te vertellen wat hij nu zelf had meegemaakt. Onze verzetsman, de heer Kloosterman,  rust al weer vele jaren in vrede in het Huis met de vele woningen, waar al zijn tranen voorgoed zijn afgewist. Zijn kinderen verzochten twee jaar geleden aan de gemeente om nu eens na te gaan of het waar was dat vader M.D. de Groot had verraden of niet. Dat was, zoals we zagen,  niet het geval.  Integendeel, toen De Groot was vastgezet had Kloosterman de leden van de verzetsgroep Laport opdracht gegeven om zo snel mogelijk onder te duiken. Kloosterman maakte de bevrijding van Goes mee. Er was iemand die hem in die oktoberdagen van 1944 onderdak verleende.  Maar in zijn gedachtewereld woedde de oorlog voort. Een van die oorlogen die Hitler en trawanten wel gewonnen hebben. En zo zijn er zo velen zwaar beschadigd uit de jaren 1940-1945 gekomen. Laten wij straks ook aan hen in eerbied denken.    

 Dit verhaal mocht ik houden in de Grote Kerk te Goes tijdens de herdenking van de gevallenen.

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.