den archivaris

Welkom op mijn weblog

luchtwachten in de Eerste Wereldoorlog

0 reacties

Tijdens deze oorlog kwam het tot de oprichting van luchtwachtposten. De legerleiding kwam tot het besef dat de snelle ontwikkeling van vliegtuigen tot een geheel andere vorm van oorlogsvoering zou kunnen leiden. Op last van de Opperbevelhebber riep men in 1916 een waarnemings- en meldingssysteem in het leven. Territoriale bevelhebbers werden ingeschakeld bij de vorming van een drietal linies met luchtafweerposten, die meldingen van vliegtuigen telefonisch moesten doorgeven aan luchtwachtbureau’s. In Zeeland kwam het tot de oprichting van zo’n post in Kortgene, waartoe de toren van de Hervormde Kerk in gebruik werd genomen. Op de trans kwam een hek om te voorkomen dat de luchtwachters zouden verongelukken. De burgemeester kreeg de vraag voorgelegd hoeveel inwoners zich vrijwillig beschikbaar stelden voor de uitvoering van de aan de luchtwacht verbonden werkzaamheden, die dagelijks zouden plaatsvinden. Tot zijn leedwezen moest de man op 8 mei 1916 meedelen, dat slechts twee inwoners zich vrijwillig hadden aangemeld. Dat was veel te weinig. Het minimumaantal moest acht zijn. Hij gaf in overweging om op grond van artikel 36 van de Oorlogswet personen aan te wijzen en leverde een lijst in met 23 namen. Ze werden allen aangewezen, ondanks de onwil van zeventien van hen, die duidelijk te kennen hadden gegeven niet vrijwillig aan deze dienst te willen meewerken.

Werkten de meesten bepaald niet enthousiast mee, ze zullen helemaal niet te spreken zijn geweest over het plan om hen in de Ongewapende Vrijwillige Landstorm te plaatsen, een para-militaire organisatie. Kon de gemeente geen lokaal beschikbaar stellen voor een geneeskundig onderzoek? Niemand bleek bereid om tot de OVW toe te treden. Dat bericht viel op het stafkwartier in Middelburg compleet verkeerd. Op 31 oktober 1916 kreeg de burgemeester de bitse mededeling ervoor te zorgen dat de Kortgeense “vrijwilligers” dat toch maar snel moesten doen. In geval van een vijandelijke inval zouden zij dan als militairen worden beschouwd. Waren ze geen vrijwilliger dan liepen ze het gevaar om als franc-tireur te worden aangemerkt. Het was voldoende om een verklaring te ondertekenen, die zij in dienst van het vaderland steeds bij zich moesten dragen.

Maar de Kortgenaars bleven onwillig. Op 13 maart 1917 schreef de commandant van Zuid-Beveland een brief  waarin hij nog eens de deelname aan de OVW benadrukte. Hij schreef aan het eind van zijn brief: “Vooral uwe gemeente is ver achter bij de andere gemeenten in Noord- en Zuid-Beveland en hoop ik binnenkort bij het invullen der formulieren te mogen constateeren, dat hierin een groote verandering ten goede is gekomen.” De burgemeester zorgde voor een publicatie op het “plakkebord”, maar die had geen succes. Op 31 maart 1917 berichtte hij de commandant dat niemand zich had gemeld.

De luchtwachtpost was overigens steeds bemand, tot aan de wapenstilstand in november 1918. Op 20 februari 1919 berichtte de commandant van het bewakingsdetachement te Rilland, de opvolger van de commandant Zuid-Beveland, dat de post ontmanteld zou worden. Had de gemeente aanschaffingen gedaan voor de post, dan mocht zij deze zaken vanzelfsprekend behouden. De burgemeester antwoordde op 28 februari 1919 dat de gemeente voor de luchtwachtpost helemaal niets had aangeschaft.

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.