den archivaris

Welkom op mijn weblog

watervoorziening op Noord-Beveland

0 reacties
Het is allemaal zo vanzelfsprekend. Water komt uit de kraan. Vroeger was dat niet het geval. Het kwam uit de put. Rond 1910 kwamen er serieuze plannen voor de aanleg van waterleiding op Zuid-Beveland. Op Noord-Beveland liep het allemaal minder soepel. In de raad van Wissenkerke kwam het Zuid-Bevelandse initiatief uit dat jaar ook ter sprake. De leden waren zeker niet tegen een waterleiding, maar ze hadden er geen geld voor over. Verschillende raadsleden gaven te kennen dat de behoefte aan zoodanige drinkwaterleiding alhier niet zóó groot is, dat daarvoor groote uitgaven zouden kunnen worden gedoogd. De overige gemeenten besloten ook om van de aanleg af te zien gelet op de hoge kosten. De technisch ambtenaar van Kortgene zag de plannen al helemaal niet zitten. Huis aan huis was men, zo deelde hij mee, voorzien van een regenbak. Vele boerenhofsteden hadden er zelfs twee. De bouwverordening schreef voor, dat elke nieuw te bouwen woning een bak van minstens drie m3 moest hebben. Wanneer de gemeente de bouwvoorschriften op een goede manier zou handhaven, zou watergebrek hoogst zeldzaam zijn. Aanleg van de waterleiding zou de gemeente op aanzienlijke kosten jagenDe Maatschappij tot Bouw en Exploitatie van Gemeentebedrijven, gevestigd in Utrecht, was echter bereid om een begroting op te stellen voor de aanleg van de waterleiding en dat behoefde de Noord-Bevelandse gemeenten geen cent te kosten. De enige voorwaarde was, dat de maatschappij bij eventuele daadwerkelijke aanleg, een voorkeursbehandeling kreeg. De Noord-Bevelanders waren niet onder de indruk van het aanbod.De staatscommissie voor drinkwatervoorziening adviseerde de minister in december 1910 om de drinkwaterleiding zo aan te leggen, dat daarmee ook levering aan Walcheren en Noord-Beveland zou kunnen plaatsvinden. Voor Noord-Beveland hield dat in, dat er een leiding door de Zandkreek zou worden gelegd. Gedeputeerde Staten achtten het onwaarschijnlijk, dat Rijk en Provincie de daarmee samenhangende kosten zouden willen dragen en rekenden erop, dat de gemeentebesturen dat zouden doen. De gemeenteraad van Colijnsplaat maakte er niet veel woorden aan vuil en zag er gelet op de ongetwijfeld hoge kosten vanaf. In Kats was wel enige discussie. Zo wilde het raadslid Maat wel de grote buizen laten leggen, zonder de gemeente op kosten te jagen. Vier leden stemden voor het voorstel van het college om het verzoek af te wijzen. Drie leden onthielden zich van stemming. In Kortgene kende men op 31 december de beslissingen van Colijnsplaat en Kats en besloot men ook geen medewerking te verlenen.In 1911 was sprake van een zeer droge zomer, waarin op het eiland gebrek aan drinkwater kwam. In Kortgene besloot de raad in voorkomende gevallen een bedrag van ƒ. 10,- beschikbaar te stellen om met een motorpomp een put te slaan. In Wissenkerke ging men daadwerkelijk daartoe over. In de Rip- en Wissenkerkepolder deed de gemeente enige pogingen om putten te slaan. Een overvloed aan water was het resultaat, maar dat was door het hoge zoutgehalte ondrinkbaar. Wissenkerke wees het aanbod van de Maatschappij tot Drinkwatervoorziening om Noord-Beveland op het waterleidingnet aan te sluiten met het oog op eventuele kosten van de hand Onbegrijpelijk zou men zeggen, want de gezondheidscommissie schakelde het staatstoezicht op de volksgezondheid in, toen bleek dat men in het dorp het water uit de afgekeurde bak van de openbare lagere school weer in gebruik had genomen voor de drinkwatervoorziening. Het gemeentebestuur besloot na de bitse brieven van de hogere instanties de verpachting van de bak te beëindigen Het was de gezondheidscommissie ernst om tot een verbetering van de situatie te komen. In 1914 subsidieerde zij het voorlopig onderzoek naar een drinkwaterleiding voor alle Walcherse plattelandsgemeenten en ze sprak meteen uit, dat ook Noord-Beveland een dergelijk subsidie kon verwachten, wanneer men daar tot onderzoek zou overgaanEind 1920 kwam de aanleg van waterleiding weer eens ter sprake. De arts J.J. Wolters van Colijnsplaat rekende het in een brief tot zijn plicht als gemeentearts om het gemeentebestuur te wijzen op de noodzaak tot het treffen van maatregelen om het gebrek aan water op te heffen. Er deden zich al gevallen van ingewand- en huidziekten voor en dat kwam door ondoelmatig drink- en waschwater. Hij vond dat er twee putten geslagen moesten worden om de nood te kunnen lenigen. De arts kreeg als antwoord, dat de gemeente geen water kon leveren. Wolters moest de zaak maar eens aan de orde stellen, als voorzitter van het Groene Kruis, bij de Waterleidingmaatschappij Zuid-Beveland. De raad besloot in mei 1921 om een kleine vate aan te leggen in het dorp. In Wissenkerke had de burgemeester in dat jaar acht vaten leidingwater op Zuid-Beveland gekocht. Een voorstel om aan te sluiten op de waterleiding kon weer geen genade vinden door de angst voor een groot geldelijk verlies. In Colijnsplaat liet burgemeester Stüte merken het helemaal niet eens te zijn met de toeslag van twee cent per emmer, die de waterstoker Hollestelle kreeg op elke verkochte emmer water. Zijn betoog maakte weinig indruk. De raad bleek slechts bereid als voorwaarde te stellen, dat Hollestelle niet meer dan vijf emmers aan ingezetenen mocht verstrekken bij voortbestaan van de waterschaarste.De gezondheidscommissie drong er in dat zeer buitengewoone regenlooze jaar bij Gedeputeerde Staten aan op een spoedige totstandkoming van een drinkwaterleiding voor de gemeenten in haar ambtsgebied. Daarbij verdiende het de voorkeur, dat zowel voor de Walcherse plattelandsgemeenten als de Noord-Bevelandse aansluiting moest worden gezocht bij de Zuid-Bevelandse maatschappij daar de Middelburgsche leiding had doen blijken groote hoeveelheden goed drinkwater, zeker bij langdurige droogte niet te kunnen leveren. Die opmerking moet bij de bestuurders in het Middelburgse zeer tegen het zere been zijn geweest. De commissie moest het doen met het antwoord, dat de zaak in onderzoek was. De ingewikkelde problematiek maakte het niet mogelijk om op de vraag van de commissie een bevredigend antwoord te gevenIn de jaren dertig kwam de aanleg van waterleiding opnieuw aan de orde, doch zonder resultaat. Pa na 1953 (De Ramp) zou Noord-Beveland water uit de kraan krijgen.  

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.