den archivaris

Welkom op mijn weblog

paardenkrachten

0 reacties

In de grote steden vond het passagiersvervoer eind negentiende, begin twintigste eeuw veelal plaats met koetsjes voor de rijken en met de paardentram voor de gewone burger. Simon Carmiggelt heeft het leven van zo’n koetsier nog eens beschreven. Zo’n man werkte de hele dag en avond en sliep daarna bij zijn paard.

Vlak na de eerste wereldoorlog, die in vele opzichten, zoals alle oorlogen, innovatief is geweest, kwam de vrachtauto en de bus beschikbaar voor de ondernemer die een beetje lef had en ging zorgen voor een autobusdienst. En die hadden heel wat meer paardenkrachten, dan de knol voor de kar. Algauw werden deze aan vergunningen gebonden en vond er controle plaats aan de voertuigen. Niet alle burgemeesters konden hun plaats vinden in de snelle vooruitgang. Dat was bijvoorbeeld het geval met de eerste burger van Hoedekenskerke, die in 1929 zijn beklag deed bij de commissaris der koningin over de Goesenaar A. de Graag die een busdienst exploiteerde tussen Goes en Hoedekenskerke. De man was een geduchte concurrent voor het trammetje. Hij kon met zijn bus op het havenplateau komen, wanneer de veerboot uit Terneuzen aankwam en snoepte zo de klanten voor de tram weg. Een doorn in het oog van de burgervader, die zijn kans greep toen de bus in het dorp met pech te maken kreeg en niet zomaar met pech, welnee, volgens de burgemeester was er ernstig gevaar geweest voor passagiers en omgeving, omdat de motor van de bus in brand was geraakt. En dat was niet het enige incident. Wat later brak de achteras van de bus, juist voor de spoorwegovergang. De burgemeester moest er niet aan denken wat er gebeurd had kunnen zijn. De provincie moest de vergunning die tot 1933 geldig was, maar gauw intrekken. Er kwam namens de provincie een onderzoek naar de incidenten. Daaruit bleek, dat er van brand nauwelijks sprake was geweest. Er was in de motor een inlaatklep blijven hangen zodat “de explosie in de zuigbuis van de carburateur sloeg.” Door eenvoudig weg de benzinetoevoer af te sluiten en de vergasser te bedekken met een doek was een begin van brand geblust. En wat de achteras betrof, het breken daarvan kwam veelvuldig bij autobussen voor en dat had te maken met een steeds wisselende belasting. De as zat altijd geheel opgesloten in een stalen omhulsel, waardoor de bus niet inzakte. Het was alleen niet mogelijk om verder te rijden met de bus, omdat de aandrijving op de achteras plaatsvond. Allemaal reden voor de commissaris der koningin om de vergunning niet in te trekken.

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.