den archivaris

Welkom op mijn weblog

verhouding protestanten en katholieken begin zeven

0 reacties

Een voorval uit 1636 is tekenend voor de houding van de predikanten jegens de katholieken. Op 26 juli van dat jaar liepen drie Goese predikanten, Happart, Van Heijst en Bosschaert, met hun collega Vlasman van Yerseke over de Grote Markt. Een handwerksman liep hen gehaast voorbij in de richting van de haven. Esdras Vlasman keek de man na en gaf te kennen dat hij in deze man een Vlaams pastoor herkende. Hij rende hem achterna en hield hem op de Opril staande. Waar de reis naar toeging, was zijn vraag. De man antwoordde naar de haven te gaan om het schip naar Walcheren te nemen en liep verder. Juist op dat moment kwam er een militair langs aan wie Vlasman verzocht om de handwerksman achterna te gaan en aan te houden, waaraan deze voldeed. De predikant van Yerseke zette zijn ondervraging voort, waarop na enig stilzwijgen de man antwoordde griffier van Lissewege bij Brugge te zijn. Hij koos eieren voor zijn geld, nam de predikant apart en vertelde hem inderdaad pastoor te zijn. Hoe had Vlasman dat toch herkend, was zijn vraag. Deze antwoordde: “dat het quaet creupel gaen is voor die gene die in de creuepele straete gewoont hebben.” Vlasman had dus zelf ook een katholieke achtergrond. Hij wilde de man meenemen naar herberg De Gouden Leeuw om hem in gijzeling te zetten. Bij de Sint Adriaenstraat gekomen, kwamen ze een dienaar van de baljuw tegen. Dat kwam goed uit, want alleen de baljuw mocht iemand achter de tralies zetten of in gijzeling houden. Daarop verscheurde de Vlaming snel een brief in kleine stukjes. Op de Grote Markt kwam het inmiddels tot vier personen bestaande gezelschap de baljuw tegen. Deze gaf opdracht om de man naar zijn huis te brengen en één van de Goese predikanten te halen, die behulzaam kon zijn bij de ondervraging. De dominee vroeg hem wat hij met de arrestant van plan was. Het antwoord was: “oh, dat is een onnozelaar, die uit zijn klooster is weggelopen om hier protestant te worden. Ik stop hem vol eten en drinken en laat hem daarna lopen.” In het huis van de baljuw begon diens schoonzoon met de ondervraging. “Heb je doodslag begaan of heb je met een non gerommeld?” De man begon te lachen en antwoordde: “je kunt beter iemand maken dan breken”, waarop hij een tweetal briefjes uit zijn zak haalde, waarin een tweetal religieuzen verklaarde dat hij onschuldig was aan het beslapen van een non. Hij heette Pieter de Scheppere en was franciscaan te Brugge. Tijdens de maaltijd maakte Van Baerlandt, de baljuw, Vlasman duidelijk niet van plan te zijn om een proces tegen De Scheppere te beginnen, maar dat nam de predikant niet. Het resultaat was dat de Vlaming in de gevangenis in de stadhuistoren terecht kwam. De classis eiste dat de man berecht zou worden, maar zelfs de Staten van Zeeland voelden er niets voor. De man werd vrijgelaten en Vlasman draaide voor de kosten op. Weldoorvoed vertrok De Scheppere uit Goes. Tijdens zijn detentie hadden de katholieken goed voor hem gezorgd. Vlasman, die kennelijk meer tijd in Goes doorbracht dan in Yerseke geraakte een tiental jaren later in grote moeilijkheden met de Goese gemeente en met de classis, wegens veelvuldig drankmisbruik. [1]



[1] GAG, AHGG, inv.nr. 129,

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.