den archivaris

Welkom op mijn weblog

Over organisten

0 reacties

Een klassieke grap! Waarom hebben organisten altijd grote gezinnen? Antwoord: ze kunnen nooit voor het zingen de kerk uit. Over vele organisten is een heleboel leuks te vertellen, zoals over Fijke Asma, die altijd een brandende sigaar in de nabijheid van de toetsen had om tijdens het spelen af en toe een trekje te nemen. In de zeventiende eeuw had Goes een stadsorganist, waarover ook het nodige valt te vertellen. Pieter Holst heette hij en hij volgde in 1646 Jan Fockedey op, die niet alleen het orgel van de Grote Kerk bespeelde, maar ook het carillon en die ook nog aan gewicht heffen deed. Kleine glaasjes, wel te verstaan.  

Holst kreeg zijn benoeming in november 1646, vlak nadat Fockedey was ontslagen. Holst zelf kreeg in 1650 de opdracht om de stad te verlaten. De aanleiding daartoe lag in het karakter van de man besloten. Hij was opvliegend van aard, niet alleen tegenover hooggeplaatste personen, maar ook speelde de jeugd hem parten. In 1645 nam het stadsbestuur een ordonnantie aan waarbij bepaald werd, dat de kinderen de wandelkerk absoluut niet als speelplaats mochten gebruiken en zeker al niet wanneer de organist zijn dagelijkse bespeling moest houden. De ordonnantie hielp niet. Op zeker moment dreigde in 1647 een handgemeen tussen organist en orgeltrapper aan de ene kant en de oproerige jeugd aan de andere kant. De woordenwisseling eindigde met het dreigement van de jongeren dat zij de twee mannen wel eens op het orgel zouden komen opzoeken. In het najaar van 1648, bij de nieuwe reeks bespelingen, trad de baljuw eindelijk eens op. Een jongen werd in de stok (een paar voetboeien) vastgezet. Maar dat bleek eigenlijk de verkeerde jongeman te zijn. Diens vader kwam bij burgemeester Van der Straten verhaal halen. Dat werd een rechtszaak die pas op 23 april 1649 werd gehouden. In 1650, het voor Holst fatale jaar in Goes, vierde men de bruiloft van een dochter van Jacob Verberch, een schepen van Goes. Dat betekende een groot familiefeest met zang, dans en muziek, gehouden in het ouderlijk huis van de bruid aan de Ganzepoort. Holst was ook aanwezig om op het huisorgel te zorgen voor zijn muzikale bijdrage. Ongetwijfeld deelde hij in de feestvreugde en in de drank, want het lukte onze organist om tijdens de festiviteiten een dutje te doen. Onverlaten bonden hem toen vast aan de stoel waarop hij zat. Toen hij wakker werd van het gelach om hem heen en beseffend dat hij vastgebonden was, ontstak hij in grote woede. Het lukte hem om zich te bevrijden. Luidkeels scheldend verliet hij de woning, waarbij hij in woede zijn mes in de post van de voordeur ramde. Dat was een dreigement tot wraak! Enkele dagen later, in de kerk, ging het weer fout. Hij ging als een overspannen dolleman tekeer tegen een paar kinderen dat er aan ’t spelen was. In de kerk aanwezige volwassenen konden hem niet tot bedaren brengen. Hij verliet de kerk en ging de kroeg in. Dronken geraakt waggelde hij naar huis toe. Straatjongens kregen dat in de gaten, begonnen hem na te lopen en uit te jouwen. Ene Maerten Janssen Mazuer moest het bekopen met een overigens niet dodelijke messteek. Hij werd opgepakt en in de gevangenis in de toren van het stadhuis gestopt. In de eerste dagen van zijn detentie was er nog geen land met hem te bezeilen, maar wat later was het een en al deemoed, dat hij naar buiten bracht. In zijn rechtszaak verontschuldigde hij zich voor zijn overspannen gedrag en vroeg om vergiffenis. Maar het schepencollege veroordeeld hem tot een verbanning van twaalf jaar en de opdracht om ten stadhuize aan God en de justitie om vergiffenis te vragen. Aldus geschiedde.



0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.