den archivaris

Welkom op mijn weblog

zoete koek

0 reacties
Wij hebben er nog een inmiddels bejaard spreekwoord aan overgehouden. Iets voor zoete koek aannemen, of: iets voor zoete koek verkopen. Die bezigheid vond vroeger, letterlijk, zeer veel plaats. In het Goes van 1758 kwam een aantal personen klagen bij het stadsbestuur. Al vele jaren verkochten ze op kermissen, in hun winkeltjes aan huis, op de markt en buiten de stad zoete koek. Dat was in dat jaar de dekens van het bakkersgilde een door in het oog. Het betekent ook, dat de verkoop een lucratieve zaak was. Ach, er waren in die tijd nu eenmaal geen tandartsen om de mensen te waarschuwen dat zoetigheid slecht voor het gebit was. In 1758 beleefde men dure tijden, zodat de klacht van de bakkers wel begrijpelijk was. Ze schakelden de concurrentie van de koekverkopers graag uit. Maar van hun kant betoogden die, dat het verbod van het bakkersgilde, weer slecht was voor het inkomen van de koekverkopers. Ze vertelden erbij, dat de koekenbakkers, lid van het gilde, ook merkelijk in inkomen achteruit zouden gaan. Het had bovendien gevolgen voor de molenaars, die minder meel zouden moeten malen en voor de pachter van het gemaal, die minder belastinginkomsten zou hebben. Slikte het stadsbestuur het verhaal voor zoete koek? Geenszins. Op marktdagen mochten de koekverkopers hun waar blijven verkopen, net als op feestdagen en niet alleen op de markt maar ook in de stadspoorten, mits de koek was gebakken door Goese bakkers. Verkoop uit huis werd verboden. Schooljuffrouwen mochten spekjes en peperbollen blijven verkopen aan de kinderen, mits dat spul ook in de stad was gebakken.

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.