den archivaris

Welkom op mijn weblog

last van de warmte

0 reacties

De zomer van 1492 - ja het is vandaag een verhaal van lang geleden - was zeer warm en zeer droog. Daaraan was een lange koude en natte periode aan voorafgegaan. In het najaar van 1491 hadden de boeren nauwelijks kunnen ploegen, eggen en zaaien, zoveel water stond er op het land. De wintermaanden waren koud en vorstig geweest. Toen volgde een droge lente en de zomer was heet, zeer heet. Er waren gebieden in de Nederlanden waar het geen vijf maanden regende. In de tweede helft van juni waarde er een geheimzinnige ziekte rond. De mensen kregen hoofdpijn en leken wel waanzinnig te worden. Ze moesten worden bewaakt en soms was het zelfs nodig om ze met touwen vast te snoeren. In die hitte gebeurden dan ook merkwaardige zaken, zoals in Goes, waar op een juliavond twee dames knetterende ruzie kregen om niks eigenlijk. Ze vlogen elkaar aan, rukten aan elkaar's kleren en haren en scholden dat het een lieve lust was. Ze hadden kennelijk last van de warmte. De haastig gealarmeerde baljuw trachtte beide dames van elkaar te scheiden, maar daarvoor had hij toch drie dienders nodig, zo woest waren de dames. En de ene, Grietken Cornelisdochter, schreeuwde zo hard dat iedereen het kon horen: "neemt ghij het voor die hoere op. Tsa, dat en sal wel, daar ghij se wel twintich keer genaeit hebt." Dat nam de baljuw vanzelfsprekend niet en hij sleurde Grietken, die hevig tegenstribbelde, mee naar de gevangenis in de stadhuistoren. Al de volgende dag, dinsdag en marktdag, liet hij haar voor de schepenrechtbank komen met het verzoek om haar te vonnissen. Het schepencollege liet Grietken haar verhaal doen en die was kennelijk nog zo kwaad, dat ze in de deftige stadhuiszaal dezelfde woorden gebruikte, die ze de avond daarvoor de baljuw in het gezicht geslingerd had, wat tot een besmuikt gelach bij enkele schepenen leidde. Als boetedoening moest ze een kaars van was in de kerk kopen. Nadat ze voor het Maria-altaar in de kerk om vergiffenis had gebeden, moest ze die in de eerstvolgende processie door de stad, brandend meedragen. Iedereen kon dan zien dat ze wat op haar kerfstok had. Vergiffenis vragen aan de baljuw, wat deze had geeist, vonden de schepenen niet nodig. Wellicht had ze enigszins de waarheid gesproken. M isschien vonden de schepenen ook wel dat beide dames last hadden gehad van de warmte. 

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.