den archivaris

Welkom op mijn weblog

dankbare onderwijzer

0 reacties
Ik ken op dit moment alleen de naam van de man. Cornelis Alegoed heette hij. Hij was eerst ondermeester in Middelharnis maar werd later onderwijzer in Rilland. Daar werd in 1836 een nieuw schoolgebouw in gebruik genomen. Alegoed hield bij die gelegenheid een rede waarin hij alle hoog- en laagwaardigheidsbekleders hulde en dank bracht voor het nieuwe schoolgebouw. Die redevoering is bewaard gebleven in het archief van de gemeente Borsele. De man begon met burgemeester en assessoren en de gemeenteraad dank te brengen. Een nieuw schoolgebouw, wat heerlijk. Want "nauwelijks is de mensch de Kinderjaren, den leeftijd der vrolijke onschuld ontwassen of hij gevoelt den trek om zich tot een of andere der standen in de maatschappij te bekwamen." En daarvoor was onderwijs noodzakelijk, dat niet in een of ander bedompt lokaal moest worden gegeven, maar in een ruim en luchtig vertrek. De hoogwaardigheidsbekleders hoefden zich geen zorgen te maken. Hij zou bij zijn onderwijs ruim gebruik maken van de plak en andere voorbeeldige straffen, want zo verklaarde hij tegen de predikant, de kinderen werden opgeleid in de Vreze des Heeren en gold niet: wie ik lief heb, die kastijd ik. Was een onderwijzer niet van nature een kindervriend?  En zo ging Alegoed nog enige bladzijden door. Woorden gericht aan de schoolopziener, zijn mede-onderwijzers, gedeputeerde staten en zelfs de koning. Hij besloot met een zelfgemaakt lied, dat de kinderen zingend ten gehore brachten. Wie stelt er prijs op 't onderwijs/wie toond dit met zijn gunstbewijs/ en ruime hulpbetooning/ 's lands edelen toonen dit hier aan/ zij opgemerkt en voorgegaan/ door Neerlands besten Koning.      Wie hier en ginds een schoolbouw ziet/hij eere zulks> Een dankbaar lied hem door het harte zweve/ al is het slechts een kort gedicht/ ter eeren van 's lands heil gerigt/ het slot? De koning leve.         Zoo juiche Rillands burgerij/ zoo zij ook Maire met ons blij/ onzes is wat schoons gegeven/ hier in ons dierbaar vaderland/ hier houdt men 't onderwijs in stand/ nog een"s: de koning leeve! En die laatste zin doet vermoeden dat Alegoed met zijn dichtwerk aan het eind van zijn latijn was 

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.