den archivaris

Welkom op mijn weblog

schoolherinneringen

1 reactie
't Gebeurt me niet vaak, dat ik het verzoek krijg om een stukje te schrijven, dat dan ook nog moet gaan over mijn belevenissen op de lagere school. U loopt dus het gevaar een heel saai stukje te lezen, want keet schoppen op die lagere school, daar hadden we nog geen weet van. Begin september 1953 stapte ik geheel zelfstandig, want met mijn zus meegewandeld naar school, het lokaal van de eerste klas binnen, waar juffrouw Kazemier mij vriendelijk groette en op een bank deponeerde. Ze werd onmiddellijk in beslag genomen door moeders met kinderen. Een kleine jongen begon heel hard te huilen en te roepen van: moeder, moeder, toen deze aanstalten maakte om, waarschijnlijk eveneens met tranen in de ogen, om weg te gaan. Onze juffrouw troostte het ventje en bij die ene huilbui bleef het. Net als iedereen was hij snel gewend op school en werden we een klas. Het gebouw van de Gravenstraatschool in Middelburg staat er nog steeds, maar is niet meer als basisschool in gebruik. Achter het gebouw lag een plein, waarop je tijdens de pauze werd uitgelaten. Twee docenten fungeerden als pleinwacht. Voor het gebouw lag ook een kleiner plein en ik herinner me nog dat we keurig in de rij door de voordeur naar binnen moesten gaan. Wanneer de juffrouw in de derde klas de nuttige handwerken moest onderwijzen kwam de meneer (want in Middelburg sprak men niet over meester) in onze klas en mochten wij tekenen. Ik tekende altijd schepen, die met een volle rookpluim uit de schoorsteen naar de achtersteven, de oceanen bevoeren. Mijn bankgenoot tekende ook eens een schip, doch liet, ter afwisseling, de rookpluim over de voorplecht de zee opgaan. Meneer Strikwerda vond dat volkomen fout. Een rookpluim behoorde naar achteren te waaien. De man besefte niet dat hij hardstikke fout zat. Het hangt maar van de windrichting af, waarheen de rook het ruime sop kiest. Strikwerda is eenmaal heel erg boos op mij geweest, nog wel de zoon van een collega-meester aan die Gravenstraatschool. In de vierde klas, tijdens de pauze, deden we op 1 mei het leuke spelletje "1 mei - rokkentillerij" waarbij het de bedoeling was achter de meisjes aan te hollen en heur rokjes daadwerkelijk op te tillen. Hij greep mij venijnig beet en stuurde men subiet naar binnen. Daar moest ik aan meneer Lavooi (of Vlooi, zoals we hem jongens onder elkaar noemden), het hoofd der school, vertellen wat ik misdreven had. Maar ik, gebukt onder schuldbesef, weigerde beslist te vertellen wat er aan de hand geweest was. Later thuis, vertelde ik aan mijn vader wat er aan de hand was geweest. Was dat nou alles, sprak hij schouder ophalend. Strikwerda deed voorkomen of je voor galg en rad zou opgroeien. Dit schrijvend, bedenk ik opeens: ik zal de meneer toch niet op slechte gedachten hebben gebracht? Dat kan ik me toch niet vooerstellen. Misschien een volgende keer nog meer ellende.

1 reactie

Tje, ja.... De school van GHL Geloof, Hoop en Liefde, drie van de Christelijke hoofddeugden. Geloof in Hem werd onweerlegbaar onderwezen, Hoop kwam niet aan de orde, dat moest je maar buiten de school zien te vinden. Liefde werd vertaald naar tucht. Kortom een school met regenten opvattingen, streng in de leer, Gedegen onderwijs in rekenen en taal, dat wel.

Creativiteit en fantasie behoorde tot losbandigheid en nutteloosheid. Mijn dromend staren uit het raaam naar fantastische Zeeuwse luchten, de bonte kleuren van de herfst, de zilveren blaadjes aan de populieren, de immense kastanje boom midden op het schoolplein waar een sjamaan kon wonen. Al die fantasie werd met een fikse slag op mijn vingers door het liniaal van Strikwerda teniet gedaan. Nog afgezien van de stokslagen die juffrouw Kasemier kon uitdelen om mijn achterste, omdat ik weer in fantsie wegdreef, ik luisterde wel, maar was niet bij de les. Het dreef haar tot ultieme nijdigheid, zo erg zelfs dat de aanwijsstof op mijn kont afbrak. Ik gaf geen kik, zo gehard was ik al geworden. Ik was onaantastbaar geworden voor de lompe wreedheid.

Heb ik hieronder geleden??? Nee.....Ik was onbereikbaar voor het onbegrip van de meneren van het belerend onderwijsfatsoen. Soïistijns heb ik deze lagere school doorlopen. Mijn fantasievolle zwerftochten door de mooiste historische stad hebben ze me nooit kunnen afnemen. Ik heb de graven en gravinnen van Zeeland ontmoet, De zeehelden geëerd bij hun praalgraf, de monikken zien lopen in de pandtuin van het Abdij. Ik heb de geur mogen opsnuiven van oude boeken, In de middagpauze beleefde ik de Middeleeuwen, dat neemt tijd in beslag,Daardoor kom je te laat op school. Kon ik dat verklaren aan het Hoofd der School? Neen....Het Hoofd kon zich niet verplaatsen in de belevenissen van een dromerig jochie.

En toch.....Ik heb goede herinneringen aan die school.

Freiherr v Habenichts Lehrfelt

08 October 2011 om 02:23

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.