den archivaris

Welkom op mijn weblog

humor uit de zeventiende eeuw

1 reactie

Niet meteen beginnen met lachen. De aanhef van dit stukje is geen grap, alhoewel de zeventiende eeuwers uit de Nederlanden beslist het begrip humor kenden. Op alle terreinen 'des dagelijkschen levens' werden grappen gemaakt. Overal stonden we tot in de twintigste eeuw bekend als een humorloos volk. Maar de Haagse rechtsgeleerde Aernout van Overbeeke liet een handschrit na, waaruit het tegendeel blijkt. Hij bleek een man met een zeer avontuurlijk leven. Een cabaretier avant la lettre en misschien een slecht rechtsgeleerde. Bezitter van een grote erfenis, die hij er in korte tijd doorheen joeg. Toen hij vrijwel tot de bedelstaf was geraakt, ging hij gauw naar Nederlands Oost-Indie, waar hij rechtsgeleerde was. Maar daar misschien ook mislukt, want hij vroeg toestemming om terug te gaan naar Patria. In Amsterdam gevestigd, bleek hij algauw een tropische ziekte onder de leden te hebben, waaraan hij in 1674 overleed. Hij werd begraven in Leiden, de stad waaruit hij afkomstig was. Zijn verdienste is het noteren van meer dan 2000 moppen en grappen in de periode waarin hij het leven had. Het handschrift bleek zich in de 20e eeuw in de Koninklijke Bibliotheek te bevinden. We citeren een paar moppen. Boertig? Zonder meer, maar u moet bedenken, we hebben het hier over de 17 eeuw. Een vrouw, bij haar man te bed liggend, liet een abominabele scheet, zowel van klank als van reuk. Hij, niet lui, bezeikte haar van hoof tot voeten. Zij werd er wakker van: 'wat duivel heeft dat te betekenen?' 'Ik dacht wel dat na zo'n harde wind een zware regen zou volgen. En wat te denken van de volgende? Een man zag zijn vrouw met haar benen wat wijd van elkander zitten. Hij zei: 'Liefste, doe die winkel eens dicht. 'Daar heb jij zelf toch de sleutel van' zei ze. Rudolf Dekker schreef er in 2007 een boekje over, onder de titel: Holland lacht, 100 moppen uit de Gouden Eeuw. Wij ontleenden dit verhaaltje aan dat lezenswaardige boekje.

1 reactie

Het zou wel droevig zijn als er in de 17de eeuw slechts 'boertige' humor zou zijn geweest. Het tegendeel bewijst het werk van de 17de eeuwse satiricus Willem Godschalck van Focquenbroch, een soort W.F. Hermans avant la lettre. grtn liz
Lizdog

04 November 2010 om 13:12

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.