den archivaris

Welkom op mijn weblog

Jan Komtebedde en de duivel

2 reacties
In Goedereede, een prachtig stadje dat u beslist eens moet bezoeken, wanneer u daar nog niet geweest bent, ligt burgemeester Jan Komtebedde begraven in de Hervormde Kerk. Hij overleed in 1791. Niets bijzonders zult u zeggen, maar toch wel. In dat stadje, waaruit eerder de enige Nederlandse paus afkomstig is, is nu nog een hotel-restaurant, waar een duivelskamer aanwezig is. Talloze verhalen gaan er over en allemaal verschillen ze van elkaar. Het verhaaltje dat nu volgt is, vanzelfsprekend, het enig ware. Jan Komtebedde was een eenvoudige sloeber, een arbeider en het ging hem slecht. ZIjn vrouw overleed, zijn kinderen stierven. Ellende troef. In zijn treurende woede schreeuwde hij zijn frustratie uit tegen God de Heer zelf. Toevallig liep er een oud mannetje langs, dat hem vroeg wat er aan de hand was. Huilend vertelde Jan wat hem was overkomen. Hij was arm. Hij had geen nagel om de kont te krabben en had niemand meer. Dat kan ik voor je regelen, sprak de oude. Wat wil je? Jan wilde wel eens in de rol van grote boer terechtkomen en veel verdienen. Ga nu gerust slapen, sprak de oude. Morgen heb jij een boerderij en morgenavond praten we verder. En geloof me of niet, de volgende morgen toen Jan was wakker geworden, woonde hij in een spikplinternieuwe boerderij, die er wezen mocht. Toen hij van verbazing was bekomen, zag hij een twintigtal arbeiders staan dat hem beleefd om werk vroeg. Ga maar onkruid wieden in de velden hierachter, sprak hij. Eind van de week betaal ik. In de avonduren kwam het mannetje, dat zijn ware aard liet zien. Jan moest betalen door het ondertekenen van een contract, met bloed. Zolang hij zou doen, wat de duivel, want die was het, beval, zou het hem goed gaan. Hij zou weer een vrouw verwerven, kinderen krijgen en geroepen worden tot hoge posten in het stadsbestuur. Als voorwaarde gold: bij sterven zijn ziel naar de duivel. En het was ook zo. Alles wat Jan aanraakte, was goud. Een vrouw? Geen probleem, hij sprak tegen zijn dienstbodes: komt te bedde en sliep ermee. Dat gebeurde nogal vaak en zo kwam hij aan zijn naam in het stadje. Maar helaas, geen van die meiden, was in zijn ogen geschikt als boerin. Hij somberde wel eens, maar dan kwam het oude mannetje langs, die hem beval te lezen in de Zwarte Bijbel. Jan had die gekregen tijdens zijn eerste contact, maar echt lezen deed hij niet graag. Zou hij het echter niet doen, dan was hij zijn ziel, zaligheid en gerespecteerde leven kwijt. Zuchtend nam Jan dan het boek terhand en las alles wat het mannetje hem voorschreef en dat natuurlijk in flagrante tegenspraak was met wat er in de Bijbel stond. De predikant kwam op bezoek om te kijken hoe het ging met Jan. Die had gebrek aan een goede vrouw, zo sprak hij. De predikant bracht hem in contact met een uitermate lieve meid, wat niet naar de zin was van het mannetje. Het meisje was uitermate godsdienstig en bad elke dag minstens vier keer. Zijns ondanks, want Jan moest van religie niet veel meer hebben, raakte hij verliefd en dong naar haar gunsten. Ze weigerde echter, maar ditmaal bleef Jan volhouden. Al die andere makkelijke overwinningen betekenden niets meer. Steeds vaker kwam het mannetje praten. Dan verdween het meisje uit de kamer. Iedere keer weer trachtte de duivel hem het meisje uit het hoofd te praten en droeg Jan op om met verdubbelde ijver uit de Zwarte Bijbel te lezen. Op een donkere winteravond bepeinsde Jan hoe zijn leven gelopen was. Hij dacht terug aan zijn eerste vrouw en aan zijn kinderen, die in godsvrucht waren overleden en in de Hemel waren. Plotseling smeet hij de Zwarte Bijbel in de open haard. Een grote steekvlam was het gevolg. Een luid gekrijs en gebons op de deuren weerklonk. Maar Jan voelde zich uitermate opgelucht. Hij riep zijn dienstmaagd, nam haar in de armen en vroeg of ze met hem wilde trouwen. Alleen als je weer naar de Kerk gaat en dagelijks uit de Bijbel leest. Hij beloofde het, riep haar toe: kom te bedde, waarna een heerlijke nacht volgde. Het verhaal gaat dat de duivel als een woedende tekeer ging in wat nu de Duivelskamer wordt genoemd. Maar tegen de liefde van een nobele vrouw kon hij niet op. Het enige wat hem gelukte was er voor te zorgen, dat Jan van zijn achternaam nooit meer afkwam. En Jan? Dat bleef een alom gerespecteerd mens, die jarenlang op uitmuntende wijze het burgemeestersambt vervulde. En als u dit verhaal niet gelooft, dan gaat u zelf maar naar Goedereede om te zien of het waar is.  

2 reacties

Het verhaal lijkt op het sprookje van Piggelmee en het tovervisje, Archivaris. Wij zijn vorig jaar nog in Goedereede geweest, maar Jan Komtebedde hebben we niet gezien. We gaan hem beslist nog een keertje zoeken.
Tuinfluiter

16 August 2010 om 18:53

Archivaris, ik geloof je (verhaal) meteen.
En inderdaad , Goedereede is prachtig. Jammer dat het geen Zeeland is.

(Maar wie weet, als het aan de dialectvereniging ligt, komt dat ooit nog weleens.)

En het hotel "De gouden Leeuw" , heeft een gezellig terrasje. We gaan er zeker deze zomer nog ene keertje heen. En dan zal ik aan Jan denken, en aan de Archivaris...Smile 
Wat betreft die verhaaltjes, wellicht doe ik er nog eens wat mee. Op dit moment ontbreekt me de energie. 
Groeten, Jopie 

Jopie Meerman

16 August 2010 om 18:55

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.