den archivaris

Welkom op mijn weblog

men maakt van alles mee

0 reacties
Zelfdoding was vroeger een misdaad. Was er sprake van, dan werd het dode lichaam strafrechterlijk vervolgd. Cornelia van den Enden bofte in 1795. Zij werd gered, maar moest voor het gerecht verschijnen. Ze was geboren in Lommel in de streek van 's Hertogenbosch. Met handenarbeid trachtte ze in haar levensonderhoud te voorzien. Begin augustus was ze op Noord-Beveland terecht gekomen, maar het wilde maar niet lukken om werk te krijgen. Vanuit Brabant werk zoeken op Noord-Beveland was in de zomermaanden een veelvuldig voorkomende zaak. Tijdens de oogst werkten vele Brabanders op het Zeeuwse eiland. Daar waren de eilandelijke predikanten meestal niet blij mee, de kroegbazen wel. Want op de zondag, de vrije dag, dronken de Brabanders meestal hun ontvangen loon weer op. Cornelia echter was waarschijnlijk te laat. Iedereen was al van werkvolk voorzien. Het was niet de eerste keer dat ze op Noord-Beveland kwam, maar omdat ze maar geen werk vond, moest het maar de laatste keer zijn. Eten en drinken had ze de laatste dagen nauwelijks gedaan. Een stuk touw aan een wilgenboom vastgemaakt, een strop in het touw en daar het hoofd in gestopt, onder aan de dijk bij de molen van Kortgene. Gelukkig voor haar kwamen daar veel mensen langs. Voordat ze de geest gaf, haalden sterke mannen haar uit de strop en brachten haar weer bij. Vanzelfsprekend werd het aan de baljuw gemeld, die haar in hechtenis nam. Vanzelfsprekend kreeg ze voor haar vergrijp niet de doodstraf. Ze mocht een poosje doorbrengen in het spinhuis te Middelburg. Daar kreeg ze in ieder geval te eten en te drinken.

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.