den archivaris

Welkom op mijn weblog

drama

0 reacties
Bouwvergunningen bestaan eigenlijk nog niet eens zo heel lang. De eerste wet, die zo'n vergunning voor het bouwen van een huis voorschreef, was de Woningwet 1901. Dat betekende niet helemaal dat men voor die tijd maar z'n gang kon gaan. Vanaf het midden van de 19e eeuw kenden vooral de grotere gemeenten plaatselijk verordeningen, waarin het bandeloos bouwen aan banden werd gelegd. Op 21 maart 1838 stelden Pieter du Bois, raadslid in Breskens en Jan van de Stok , eerst aanwezend ingenieur tevens eerste luitenant een onderzoek in naar het bouwsel van Izak Notebaart. Hinj had een huisje gebouwd van houtvlechting, riet en leem, lang 8.20 meter, breed 5,80 m en hoog 5.00 meter onder de nok. Sowieso al een huisje dat bij de eerste de beste storm in zou storten, maar het was helaas voor hem op de verkeerde plaats gebouwd, namnelijk op grond van de Waterstaat vlak bij het fort van Breskens. Izak Nootebaart was niet in staat om een antwoord te geven op de hem gestelde vragen, want hij lag ernstig ziek in zijn hutje. Op het duin ten westen van het dorp had Jan Brugge, als een ware Piggelmee, een hutje gebouwd van rijsvlechting, met riet en leem en met riet gedekt. Zes meter breed, 3,5 meter lang en 4 meter hoog onder de nok. Op de door hem gestelde vraag antwoordde hij dat hij aan de Waterstaat een vergunning had gevraagd om te bouwen op grond, die niet in het dorp lag. Maar hij had nooit wat gehoord. Beiden kregen van de Waterstaat de opdracht om hun bouwsels, die illegaal waren, af te breken. Waar moet ik heen, had Jan Brugge gevraagd, maar op die vraag kreeg hij geen antwoord. Hij moest het zelf maar uitzoeken.

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.