den archivaris

Welkom op mijn weblog

gekrakeel

0 reacties
Commotie in Breskens in november 1829. Een Katwijker visserman was inderhaast met zijn bomschuit het haventje van Breskens binnengelopen, zo tegen donker worden. De Bressiaanders keken een beetje ongelovig. Een Katwijker visserschip bij hen? Dat gebeurde niet alledag. De veldwachter kwam eens kijken en vroeg waarom de schipper was binnengelopen. We krijgen zwaar weer, sprak de visserman. De veldwachter, een landrot, kon het niet geloven. Het was vrijwel windstil. Maar de visserman hield vol. Ik voel het amme water, verklaarde hij en vroeg vervolgens in welke herberg hij wat kon eten en drinken. In de herberg bestelde hij onmiddellijk jenever, want, zo verklaarde hij, het wordt zwaar weer. Hoe hij dat wist? Dat heeft Hij, en de schipper deed zijn pet af, me zelf verteld, zo waar ik Teunis Heilige Geest ben. Hij nam nog eens een slok, en vervolgde: mijn ware achternaam is Van Beelen, maar iedereen in Katwijk noemt mij bij mijn bijnaam. Moeten jullie ook doen, worden jullie  beter van. Ga de dakpannen maar vastleggen, want anders waaien ze vannacht van het dak. Met het klimmen van de avond begon het inderdaad steeds harder te waaien. Regen en hagel kletterden tegen de ruiten. Steeds meer jenever vloeide in de visserman, die toen er een onverwachte donderklap dreunend weerklonk, uitriep: dat is het teken, hips, dat is - hik - het teken mensen. Dat is het teken. Hij griste zijn jas, trok die aan en liep naar buiten. Istie helemaal belazerd, sprak de herbergier, hij mot nog betalen. Ook hij pakte zijn jas en liep door het inmiddels slecht geworden weer, de straat op om de man te zoeken. Het was aardedonker en daardoor duurde het even voordat hij hem zag. Teunis stond op een deur te bonken: Haast U, haast U, het Koninkrijk Hods (hik) is nabij. Er werd licht gemaakt in het huis, de deur ging open en daar stond de veldwachter in vol ornaat en met getrokken sabel. Wat is dat voor onzin, schreeuwde hij. De visserman greep naar zijn hoofd en riep: satan, satan. Dat ben je zelf sprak de herbergier, die ook bij de veldwachterswoning was aangekomen en de visserman vastgreep. De veldwachter pakte hem ook vast en gezamenlijk sjouwden ze Teunis naar het hok onder de toren, waar hij zijn roes mocht uitslapen. Een dag later viel alles wel mee. Een zware hoofdpijn, een schuld die betaald werd en excuses voor het bonzen op de deur. Alleen dat slechte weer, dat had de visserman goed aan zijn water gevoeld.

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.