den archivaris

Welkom op mijn weblog

soetelaars

1 reactie
Wanener er vroeger ingepolderd moest worden en dat kwam in Zeeland nogal eens voor, dan kwamen er vele Brabanders naar het in te polderen gebied, die met schop en kruiwagen aan de gang gingen. Vanzelfsprekend vonden deze activiteiten niet in het stormseizoen, herfst en winter, plaats. Dat was vooral een zomeractiviteit. Zeker, wanneer de hoge heren, eigenaren van de nieuwe polders, haast hadden, vonden vele duizenden een tijdelijk werkterrein. En dan gebeurde er van alles. Geweldadigheden tussen arbeiders, sabotage, fraude, van het werk weglopen, mishandeling van het toezicht houdend personeel, drankmisbruik en dobbelen, het vond allemaal plaats. De arbeiders verbleven in primitieve onderkomens, zoals tentjes. Hun verdiende geld ging grotendeels op aan zuipen en hoereren. Je vraagt je wel eens af hoe het mogelijk was, dat zo'n nieuwe polder toch werd ingedijkt. Daarbij moet wel worden gezegd, dat als het fout dreigde te gaan militairen werden ingeschakeld om de rust te bewaren. Soetelaars noemden ze de vrouwen, die drank en hun lichaam verkochten voor enkele momenten van zinloze pret. Bij de inpoldering van de Willem Annapolder onder Biezelinge dreigde het in 1756 ook mis te gaan. Vrouwen speelden toen vrijwel zeker geen rol. Op zekere dag betaalde de secretaris van Kapelle aan Cornelis Matthijssen Opstroom uit Dungen en zijn arbeiders hun resterende geld uit voor twee percelen nieuwe dijk. Maar Opstroom betaalde niet alles aan de arbeiders. Wilde hij ze voor het werk behouden? Dat is mogelijk. Maar onder de arbeiders kwam er onrust. Waar bleven de centen? Tegen het middernachtelijk uur kwamen ze naar Opstroom toe, die in de herberg van jan Raad verbleef en net op het moment, dat Opstroom het geld aan de herbergier wilde toe vertrouwen, gristen de werklui dat uit zijn handen. Ze vertrokken ermee naar een soetelaarstent om het op hun gemak te verbrassen. Ze gingen nog verder. Ze stalen ook het gereedschap van Opstroom en diens bestekken. Dat waren toen waardepapieren. De aannemer kreeg na voltooiing van het werk en met de handtekening van de opdrachtgever, altijd nog een som geld toegekend. De opstand van de arbeiders betekende voor Opstroom een grote verliespost, maar hij mocht blij zijn dat er geen lichamelijk geweld tegen hem werd gebruikt.

1 reactie

Weer een mooi verhaal, Archivaris! Maar ze hadden gelijk, die mannen; ik zou ook in opstand komen hoor, als ik op mijn AOW gekort werd... Lachend
Tuinfluiter

08 February 2010 om 16:57

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.