den archivaris

Welkom op mijn weblog

oude herinneringen

2 reacties
Alweer heel lang geleden aanvaardde mijn vader een benoeming als hoofd ener lagere school, zo heette dat toen, in Den Helder. Kunt u het zich voorstellen? Uren lang met de trein vanuit Middelburg, waar we toen woonden, naar een in onze ogen gat in de kop van Noord-Holland, waar het altijd woei. Het viel allemaal wel mee. Den Helder bleek in onze Zeeuwse ogen een grote stad te zijn, waar het inderdaad altijd waaide, maar waar het leven goed was. Je moest af en toe wel eens lachen. Zeker wanneer lager marinepersoneel op de fiets officieren inhaalden. Zij waren toen nog gehouden om tijdens het passeren beleefd te groeten met de hand aan de pet. In die jaren vijftig likte Den Helder net als Vlissingen en Middelburg nog de wonden van de bombardementen uit de oorlog, want Den Helder werd tijdens de jaren 1940-1945 net zo hard getroffen als bijvoorbeeld Vlissingen. Wij maakten kennis met een oude overbuurman, die heel zijn leven in de Jutterstad had gewoond en daarover boeiend kon vertellen, ome Jaap noemden we hem. Zo had hij tijdens de Eerste Wereldoorlog met vrijwel de gehele Helderse bevolking staan luisteren op de zeedijk want op zee was iets raars aan de hand. Geluid als van een heftig onweer, dat maar niet overging. Maar geen donkere wolken aan de horizon en geen gebliksem. Uit de krant van een dag later vernamen ze dat de slag om Jutland tussen de Duitse en Engelse marine was uitgevochten. Ze hadden kanongebulder gehoord. In de jaren twintig onthulde men een monument in de vorm van zijn borstbeeld voor Prins Hendrik, die nauw betrokken was bij de Maatschappij tot Redding van Drenkelingen. En Den Helder had als beroemde redders Dorus Rijkers en Coenraad Bot. Nu was Den Helder toen al een rode stad. Alles moest goed verlopen wanneer Hendrik zijn eigen borstbeeld zou komen onthullen. Daags te voren was het beeld ingepakt in doeken. Het kon niet fout gaan. Op de vroege morgen van de dag zelf, was de burgemeester zo verstandig om de gemeentebode op te dragen om nog even te gaan kijken of alles in orde was. De bode kwam gehaast terug met de mededeling, dat men de neus van het borstbeeld vuurrood had geverfd. Een verwijzing naar Hendriks buitensporig drankgebruik. Het kostte veel moeite om de neus schoon te maken. Net op tijd was men er klaar mee. Ome Jaap leeft allang niet meer. De meeste verhalen die hij wist en vertelde, zijn met hem het graf ingegaan. Want nooit heeft iemand ze opgeschreven. Ik hoorde ze aan als schooljongen en zomaar plotseling, tijdens wat gemijmer, schoten ze me te binnen. Ook ik word oud.

2 reacties

Gelukkig maar dat je ze nu nog opschrijft.
Kruimeltjes zijn ook brood...
Jopie Meerman

23 January 2010 om 19:28

Wat een prachtig verhaal! Inderdaad jammer, dat niemand, wat ome Jaap vertelde, opgeschreven heeft... Gelukkig is dit verhaal bewaard gebleven, dank zij onze archivaris!
Tuinfluiter

23 January 2010 om 19:34

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.