den archivaris

Welkom op mijn weblog

De politie trof geen blaam

0 reacties

Waar waren we gebleven? In het jaar 1898. Twee jaar voor weer een eeuwwende. Nee,wij gaan niet Europa in. Wij blijven in Nederland, in Goes. Daar gaf de ongehuwde schooljuffrouw Sijgje van de Linde dagelijks les aan de openbare school C. Zij leerde de kindertjes van klas 1 lezen, rekenen en schrijven. Ze had inmiddels de leeftijd van 32 jaar bereikt en woonde bij een hospita in de St. Jacobstraat. De hospita had het met haar getroffen, zo vertelde die alom in het rond. De juffrouw was een keurige dame, die geen mannen ontving. Dat mocht ze ook niet, vertelde de hospita. Toen de juffrouw voor het eerst bij haar kwam, had ze dat ook onmiddellijk aan de lerares te kennen gegeven: geen mannenbezoek. Sijgje had met een knikje te kennen gegeven dat te begrijpen. Elke dag ging monotoon voorbij. Opstaan, ontbijten, lesgeven, lunchen bij de hospita, lesgeven, de warme maaltijd gebruiken, naar haar kamer, vroeg naar bed en slapen. De volgende dag hetzelfde programma. Op de zondagen maakte de juffrouw na het kerkbezoek meestal lange wandelingen in de omgeving van de stad. Wat de hospita niet wist, dat juffrouw Sijgje meestal voor het naar bed gaan in huilen uitbarstte en hardop snikte: en ik heb toch zoveel van hem gehouden en dat doe ik nog. Tot op zekere dag in mei 1898. Toen oogde Sijgje plots veel vrolijker. Was zij verliefd? Inderdaad, meester Van Wendel de Joode, pas nieuw op de school en ook ongehuwd, had zijn oog op haar laten vallen. Dat moest besmuikt want het hoofd der school tolereerde een dergelijk gedrag niet. Het duurde niet lang of meester Van Wendel bezocht al net zo trouw de Grote Kerk en ging ook lange wandelingen maken na kerktijd. Het was vanzelfsprekend dat hij op die loopjes zijn collega tegenkwam. In het begin liepen ze gewoon naast elkaar maar met het dieper worden van de gesprekken en het groeien van de wederzijdse liefde werd het hand in hand. De juffrouw dacht niet meer aan haar eerste geliefde en hoefde ook niet meer in huilen uit te barsten. Integendeel, er werden liedjes gezongen over bijtjes en bloempjes. Op zekere zondag bloeide de wederzijdse liefde zo op, dat beiden door de hitte bevangen verkoeling zochten onder het struikgewas bij de Westvest. - Ja het is zuiver sleutelgatrealisme dat ik hier beschrijf, maar soms is de werkelijkheid erger dan de werkelijkheid - . Door geile wellust bevangen kreeg de onderwijzer de onderwijzeres zover, nou ja u begrijpt het wel. En op dat moment greep het lot op genadeloze wijze in. Politieagent Contant, die een uur tevoren een zware uitbrander van zijn commissaris had moeten verwerken, dat hij in dat memorabele jaar 1898 vrijwel nog niets had gedaan, nauwelijks een proces-verbaal had ingeleverd, had beiden de bosjes in zien verdwijnen. grimlachte en besloot nog even te wachten. Toen de beide geliefden tegen het hoogtepunt aanzaten, was hij het lommer ingelopen, zag de meester en de juffrouw in een pose die toen doorgaans alleen in het echtelijk bed was te bewonderen, en sprak met zware stem: halt politie, waar bent u mee bezig. De meester schrok zo verschrikkelijk, dat, laten wij zeggen, zijn kanon een salvo afgaf dat er mocht wezen, onder de uitoep: "Ah!." De juffrouw verstijfde en slaagde er niet in de meester van zich af te duwen. Contant leverde een proces-verbaal wegens een zedenmisdrijf in bij zijn commissaris. Met rode oortjes gaf deze een compliment aan zijn agent. Negen maanden en een week later beviel de juffrouw van een welgeschapen zoon.  

0 reacties

- Er zijn nog geen reacties geplaatst.



Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.