Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

563. Nederlands Oost-Indië

1 reactie

In het begin van de jaren '50 verzorgde mijn schooljuffrouw van de lagere school de allereerste lessen aardrijkskunde aan mij en mijn klasgenoten. Om beurten verschenen er grote provinciekaarten van de 11 Nederlandse provincies voor het bord. Te beginnen met Groningen, gevolgd door Friesland, Drente, enz. enz. Het waren "blinde" kaarten dus de plaatsen waren alleen zichtbaar via een ronde rode stip. De bedoeling was dat je deze, graag op volgorde, op kon dreunen. De allereerste rode stip heette Zoutkamp. Enkele jaren geleden hebben we deze plaats bewust aangedaan. Het bleek een alleraardigst vissersplaatsje te zijn.

 

Na de 11 provincies (Flevoland was toen nog allemaal water) was het de beurt aan de kaart van (Oost-) Indië. Zie afbeelding. Ook dit was bij ons op school een blinde kaart met rode stippen. De eilanden, de zeeën, de rode stippen (plaatsen), de vulkanen, alles moesten we uit het hoofd kennen.

Wat een teleurstelling dat een heleboel van die namen kort daarop zijn veranderd door de nieuwe regering van Indonesië. Wij leerden bijvoorbeeld de eilanden Borneo, Celebes en Nieuw-Guinea. En plotseling, zonder het aan ons te vragen, werden deze namen van de eilanden gewijzigd in Kalimantan, Sulawesi en Irian Jaya.

Ik kan hier nú nog steeds enorm pissig over worden. Wij vulden braaf onze hersencellen met die "oude" namen. En dat bleek dus compleet zinloos te zijn.

En in die tijd was er ook nog geen computer met een DELETE-knop om al die nutteloze informatie uit je hersenpan te wissen.

 

Toen Oost-Indië nog een Nederlandse kolonie was, kwam het voor dat bewoners zich om diverse redenen in Nederland vestigden. Zo had ik ooit een vriendje wiens roots in Balikpapan lagen, een havenstad op Borneo (sorry Kalimantan). Dit was nog ruim vóór de komst van de Zuid-Molukkers. Daarover straks meer.

Een andere herinnering doet mij nog steeds plezier. Het gaat over mijn allereerste fietsavonturen. Mijn allereerste pedaalomwentelingen vonden plaats op een ouderwetse damesfiets. Mijn lerares was een buurmeisje dat een aantal jaren ouder was dan ik. Zij had een Indische achtergrond. Haar geboorteplaats was Soerabaja op het eiland Java (sorry Jawa). Op een goede dag zou ze mij leren fietsen. Hoe oud was ik? Een jaar of 5, 6? Op een gegeven moment maakte ik, staande op de trappers, mijn eerste pedaalslagen. Zitten was er niet bij, het zadel was, zelfs in de laagste stand, nog veel te hoog. Het fietsen ging eigenlijk best goed. Alleen het afstappen hadden we onvoldoende geoefend. Dus wat doe je dan? Gewoon door blijven fietsen, vele rondjes rondom het Middelburgse Bastion. Misschien is daar mijn hobby "langeafstandsfietsen" uit te verklaren? Uiteindelijk is het toch gelukt om weer van die fiets af te komen. Ik heb fietsen geleerd van een meisje uit Soerabaja !!! Wie kan dat nog meer zeggen? Niemand toch?

 

In 1951 kwamen de eerste Zuid-Molukkers (Ambonezen) naar Nederland. Ze werden in kampen gestopt, met een mooi woord woonoorden genoemd. Ook in Middelburg waren twee woonoorden, waarvan één naast de voetbalvelden aan de Nadorstweg.

Soms werden de bewoners getrakteerd op een filmmiddag. Er was voor ons Nederlandse jochies precies één manier om die filmvoorstelling ook te zien. Grijp de hand van een Moluks jongetje. Dat wilde zoveel zeggen als: "Wij zijn vriendjes". Die actie was voldoende als toegangsbewijs.

In onze straat werd een jonge vrouw verliefd op een Ambonees, genaamd Bob. Bob was niet alleen populair bij zijn vriendin, maar ook bij de jeugd in de straat. Hij was gek met kinderen en één van de dingen die hij met ons deed was vliegeren.

Mijn vader was toevallig ook een vliegerfanaat. Op mooie rustige zomeravonden (er was toen nog geen TV) liet hij een reusachtige papieren vlieger met een lange staart van aan elkaar geknoopte lappen omhoog. De bedoeling was dat de vlieger muisstil in de lucht stond. Als de duisternis gevallen was brandden aan weerszijden lampjes, die gevoed werden door een platte batterij die aan het frame bevestigd was.

Van heinde en verre kwamen er mensen kijken naar deze allereerste "UFO".

 

Terug naar Bob. Ambonezen vliegeren heel anders. Kleine textiele vliegertjes zonder staart, constant in beweging. Het was een hele toer om deze vliegertjes in toom te houden. Meerdere keren belandde zo'n ding in de kruin van een boom.

Maar Bob wist de jeugd in onze straat uitstekend te vermaken.

 

Enkele jaren later trouwden Bob en Betsie en weer later kwam er een heel lief klein lichtbruin jongetje op de wereld. Van de bruiloft èn van het jongetje Benny heb ik nog oude zwartwitfoto's in één van m'n allereerste albums. Om privacy-redenen krijgen mijn lezers deze foto's niet te zien, daar zult u begrip voor hebben.

 

De reden van het onderwerp van deze column mag duidelijk zijn. Precies 70 jaar geleden kwamen de eerste Zuid-Molukkers in Nederland aan. Helaas zijn de beloftes door de Nederlandse regering in de verste verte niet nagekomen...

1 reactie

Zo zie je maar weer dat Nederland en Nederlands Indië (sorry, Indonesië) nog steeds sterk met elkaar zijn verbonden. Hier op Walcheren is dat eeuwen geleden natuurlijk begonnen met de VOC in Middelburg, maar bestaat die band nog steeds door de Molukkers die hier begin jaren 50 kwamen wonen. En die, ondanks die door jou terecht genoemde niet nagekomen regeringsbeloften, nu gelukkig toch helemaal bij Zeeland horen. 

Toos van Holstein

21 April 2021 om 11:47

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.