Columns met een glimlach

Verhalen en ontboezemingen die ironisch bedoeld zijn

501. Waterbouwkundige hoogstandjes in het buitenland

1 reactie

Dus geen Deltawerken deze keer. Nee we starten bij onze zuiderburen. Even ten zuiden van Brussel ligt het plaatsje Ronquières aan het kanaal Brussel-Charleroi. Daar is het beroemde hellend vlak (plan incliné). Een sluiskolk vol met binnenvaartschepen wordt losgekoppeld en rijdt over een rails heel langzaam naar beneden (zie foto). Zo'n 68 meter lager wordt de sluiskolk verbonden met het vervolg van het kanaal. Heel indrukwekkend om deze reis vanaf de zijkant te bekijken. Vroeger lagen hier 16 sluisjes op een rijtje.

Even tussendoor: vlakbij Ronquières ligt het plaatsje Nijvel, bekend van de Bende van Nijvel, een soort Hofstadgroep, maar dan op z'n Belgs.

 

We zakken af naar de provincie Henegouwen, naar de streek die de Borinage heet. Deze voormalige mijnbouwstreek wordt ook wel "het zwarte land" genoemd.

- waar talloze hoge zwarte heuvels liggen, de zogenaamde terrils, een mengsel van kolengruis en steenafval, als herinnering aan de kolenmijnen

- waar de dorpjes nu nog steeds een groezelige indruk maken

- waar ik lang geleden, tijdens een meerdaagse solofietstocht, in een café tevergeefs om koffie vroeg (ze hadden er alleen bier en daar had ik om 10.30 uur in de ochtend geen zin in)

- waar een waterweg dwars door de heuvels loopt, het zogenaamde Canal du Centre

Het volgende wonder bevindt zich in dat kanaal. Ze lijken gebouwd vanuit een gigantische meccanodoos.

De vier scheepsliften op vrij korte afstand van elkaar, bij het plaatsje Strépy-Thieu. Ze overbruggen elk zo'n 17 meter hoogte. Toeristische scheepvaart maakt nog steeds gebruik van deze vaarweg. Prachtig om deze liften aan het werk te zien. Voor de beroepsvaart is er als vervanging één enorme lift, die 73 meter overbrugt. Een soort flatgebouw met heel hoog het vervolgkanaal op enorme pijlers.

Maar de vier kleinere liftjes zijn véél en véél leuker. Vroeger gingen we na elke Frankrijk-vakantie op de terugweg nog eventjes kijken bij de scheepsliftjes. We konden er geen genoeg van krijgen. Fenomenaal.

 

In Frankrijk aangekomen gaan we naar het plan incliné van Arzviller in het Canal Marne au Rhin. Dit is een soort hellend vlak als in Ronquières, met één verschil: de sluiskolk met de boten gaat "op z'n kant" via een rails de helling op en af. Ook heel interessant om te zien. Voor de toeristen wordt er in drie talen uitleg gegeven. Nee, niet in het Nederlands.

 

Frankrijk kent veel kanaaltunnels. Nee, niet zoals die naar Engeland, waar een trein doorheenrijdt. Een kanaaltunnel (of beter: tunnelkanaal) is in Frankrijk een kanaal wat via een tunnel een heuvel passeert. Op die manier zijn er geen sluisjes nodig. In zo'n tunnelkanaal is er uitsluitend éénrichtingsverkeer. Je kunt het vergelijken met een lang stoplicht bij wegwerkzaamheden. Een beetje irritant, maar vooruit... Eén van die tunnelkanalen had een voetpad aan de éne kant. Heel indrukwekkend als je door die tunnel een vrachtschip langs ziet glijden, met aan elke kant maximaal zo'n 10 cm ruimte.

 

En als er geen mogelijkheid is voor een tunnelkanaal? Dan is er een sluizentrap om de scheepvaart toch de heuvel over te helpen. We hebben één keer zo'n sluizentrap per fiets gevolgd. Het klopte precies. Er waren inderdaad precies 11 sluizen achter elkaar in het Canal de Nantes à Brest in Bretagne. Een heel bijzondere ervaring was dat fietsrondje.

 

We steken de plas over. Tussen het Eriemeer en het Ontariomeer, op de grens van de USA en Canada is een behoorlijk hoogteverschil. De kortste weg naar beneden? Dat zijn de Niagara watervallen. Dit is de snelste manier om met een boot van het Eriemeer af te dalen naar het Ontariomeer. Maar dit is absoluut niet aan te bevelen. Dit is niet goed voor lijf en ledematen. En het vaartuig zal dit ook niet overleven. Gelukkig zijn er kanaaltjes die met behulp van sluizentrappen het hoogteverschil kunnen overbruggen. We hebben het Amerikaanse plaatsje Lockport bezocht. Een aaneenschakeling van sluizen. We raakten op den duur de tel kwijt.

Aan het eind van deze toeristische column toch nog een beetje humor, zoals u van mij gewend bent.

 

Ons onderdak was destijds in Olcott Beach (USA) aan de zuidoever van het Ontariomeer met zicht op de skyline van Toronto. Amper 30 kilometer westelijk waren de Niagara watervallen. We besloten om in Niagara Falls de brug tussen de USA en Canada over te rijden om de auto aan de Canadese kant te stallen.

 

Totaal hebben we 2 km op Canadees grondgebied gereden: 1 km heen en 1 km terug naar de parkeerplaats. Heen was geen probleem. Die Canadezen zijn niet zo moeilijk. Maar om 's middags per auto terug in de States te komen was een crime. We werden bij het custom-office (douane) uitvoerig ondervraagd. Wat we in de USA kwamen doen? Ons antwoord dat we uitsluitend eventjes in Canada geweest waren om de auto te parkeren bij de watervallen, leidde alleen maar tot onbegrip bij de ambtenaren. Daar snapten ze niks van. Na heel lang debatteren, telefoontjes met meerderen, mochten we bij de gratie van George Bush junior, terug de USA in. Onder de leiding van Donald Trump was het mogelijk nòg een stuk moeilijker geworden. Wat een land !!!

De volgende dag reden we vanaf het Ontariomeer terug naar Washington DC waar toen onze dochter woonde.

1 reactie

Je hebt me weer een stuk wijzer gemaakt met die technische wonderen in België en Frankrijk. Een paar kende ik wel van plaatjes, maar andere weer niet. Beslist de moeite waard om er een om(metje) voor te maken.

Toos van Holstein

12 February 2020 om 10:10

Plaats een reactie

U bent nog niet ingelogd; hierdoor kunt u nog geen reactie plaatsen.
Ga eerst na de inlogpagina. Als u geen ZeelandNet abonnemenent heeft kunt u een gast-account gebruiken.